Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

Cluster C: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

Kenmerken:

De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door een patroon van afhankelijk en onderdanig gedrag.

Individuen met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis hebben een onverzadigbare behoefte aan steun en verzorging en willen niets liever dan dat iemand zich volledig over hen ontfermt.

De verantwoordelijkheid voor het nemen van belangrijke gebeurtenissen en beslissingen laten ze het liefst aan anderen over.

Vaak geldt dit ook voor alledaagse beslissingen zoals het uitkiezen van kleding.

Voor alledaagse besluiten wordt dan ook advies en steun van anderen gevraagd.

Ook iets zelfstandig ondernemen roept weerstand op.

Men heeft snel het gevoel aan zijn of haar lot te worden overgelaten.

Van bovenstaande kenmerken moeten er minstens 5 in sterke mate aanwezig zijn om van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis te kunnen spreken.

Afhankelijke mensen zien zichzelf vaak als hulpeloos en minderwaardig. Zij ervaren de steun, bescherming en waardering van meestal één belangrijke ander als de oplossing voor hun probleem. Zij cijferen zichzelf gemakkelijk weg en hebben er alles voor over om deze persoon aan zich te binden. In reactie op stress zoeken zij houvast buiten zichzelf, vermijden competitie en zullen niet snel vijandig op anderen reageren.

Zij schikken zich en worden eerder boos op zichzelf dan op een ander. Zo lopen zij het risico eerder dan anderen gepest of gebruikt te worden. Ambitie en succes kunnen een bedreiging voor hen vormen: zo kunnen zij hun steun verliezen. Hun denken wordt gekenmerkt door naïviteit en een weinig kritische kijk op zichzelf en hun omgeving. Spanningen en (dreigende) conflicten zien zij het liefst over het hoofd. Zij identificeren zich vaak met anderen die in hun ogen beter zijn opgewassen tegen het leven. De negatieve inschatting van hun eigen mogelijkheden – en niet zozeer een gebrek aan motivatie – leidt tot functioneren onder hun kunnen.

Het gedrag van afhankelijke personen wordt grotendeels bepaald door een gebrek aan zelfvertrouwen en de irrationele vrees dat zij niet voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee om door een partner of een ander belangrijk persoon in de steek gelaten te worden vormt voor hen een waar schrikbeeld. Zonder anderen voelt men zich ongemakkelijk en hulpeloos. Er is een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Na een verbroken relatie wordt er direct gezocht naar een nieuwe steun en toeverlaat.

Om te voorkomen dat dit schrikbeeld werkelijkheid word, kunnen zij overdreven aanklampend, opofferend en onderdanig gedrag vertonen. Zo bieden ze dikwijls aan om allerlei karweitjes (ook onplezierige) voor anderen op te knappen. Een ander tegenspreken, ook wanneer hij of zij het oneens is, wordt zorgvuldig vermeden.

Diagnostische criteria voor de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (DSM-IV)

Een diepgaand en buitensporige behoefte verzorgd te worden, hetgeen leidt tot onderworpen en vastklampend gedrag en de angst in de steek gelaten te worden, beginnend in vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende:

• Kan moeilijk alledaagse beslissingen nemen zonder overdreven veel advies en geruststelling door anderen
• Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid overnemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn of haar leven
• Vindt het moeilijk een verschil van mening tegen anderen te uiten uit vrees steun en of goedkeuring te verliezen. N.B.: Reken hier niet de realistische vrees voor straf toe
• Heeft moeilijkheden ergens alleen aan te beginnen of dingen alleen te doen (eerder als gevolg van een gebrek aan zelfvertrouwen in eigen oordeel of mogelijkheden dan uit gebrek aan motivatie of energie)
• Gaat tot het uiterste om verzorging en steun van anderen te krijgen, kan zelfs aanbieden vrijwillig dingen te doen die onplezierige zijn
• Voelt zich ongemakkelijk of hulpeloos wanneer hij/zij alleen is, vanwege de overmatige vrees niet in staat te zijn voor zichzelf te zorgen.
• Zoekt hardnekkig naar een andere relatie als een bron van verzorging en steun als een intieme relatie tot een einde komt.
• Is op een onrealistische wijze gepreoccupeerd met de vrees aan zichzelf te worden overgelaten

De diagnosticus dient alert te zijn op de mogelijkheid dat de geconstateerde afhankelijkheid het gevolg is van een conditie die de persoon daadwerkelijk afhankelijk maakt zoals een ernstige somatische aandoening of een depressieve stoornis.

In het eerste geval behoort men de pathologie de diagnosticeren als een persoonlijkheidsverandering door (de somatische aandoening) op AS-I, terwijl in het tweede geval geen DSM-IV diagnose voorhanden is.

Casus:
De onzekere 46 jarige mw. Klein moet zich menige onprettige bejegening door haar echtgenoot laten welgevallen, maar durft niet bij hem weg te gaan.
Als haar man plotseling overlijdt, wordt zij afhankelijk van haar dochter, die haar financieel exploiteert. Zij staat erop om bijna dagelijks door haar begeleidende SPV’er gezien te worden nadat haar – met vele antisociale trekken behepte – schoonzoon haar eruit gegooid heeft en zij huisgenoot is geworden van een lieve, maar vanwege drugsproblemen veelal afwezige zoon.
Er is twee jaar geharrewar met de sociaal-psychiatrische dienst. De ene helft van het team vind dat zij zichzelf nu maar eens moet leren redden, de andere dat zij steun nodig heeft, vooral bij de rouwverwerking.
Daarop wordt zij in een herstellingsoord opgenomen. Hier ontmoet zij een zwierige alcoholist, met wie zij binnen zes weken trouwt. Na deze gebeurtenis, waarvan zij haar hulpverlener op de hoogte brengt met een vrolijke kaart, doet zij geen beroep meer op de hulpverlening.

Bronnen:
Handboek psychopathologie, deel 1 basisbegrippen 2000, Bohn Stafleu en van Loghum
Hulpgids.nl

You may also like...

Geef een reactie