BIG Voorbehouden risicovolle handelingen

Wet en Recht: Voorbehouden, risicovolle en overig handelingen

Er wordt een onderscheid gemaakt in voorbehouden handelingen, risicovolle handelingen en overige handelingen.

Voorbehouden handelingen

In de wet BIG is een aantal handelingen genoemd die voorbehouden zijn aan daartoe opgeleide deskundigen. Het zijn handelingen die onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen voor de gezondheid van de cliënt als zij door ondeskundigen worden uitgevoerd.

De wet BIG noemt in art 36 in totaal 14 categorieën voorbehouden handelingen (zie tekst, verderop, van artikel 36 en toelichting Raad BIG). Enkele beroepsgroepen hebben ten aanzien van de voorbehouden handelingen een functionele bevoegdheid of zijn zelfstandig uitvoeringsbevoegd.

Per handeling wordt bepaald welke beroepsbeoefenaar zelfstandig bevoegd is tot het verrichten van de handeling.

Zelfstandig bevoegden

Zelfstandig bevoegden zijn beroepsbeoefenaren die op eigen gezag voorbehouden handelingen mogen verrichten. De zelfstandig bevoegde stelt de indicatie en beslist of hij de handeling zelf uitvoert of opdraagt aan een andere beroepsbeoefenaar.

De arts is zelfstandig bevoegd ten aanzien van de voorbehouden handelingen; voor een deel van de handelingen hebben de tandarts en verloskundige een zelfstandige bevoegdheid.

Functionele bevoegdheid

Aan bepaalde beroepsgroepen kan bij algemeen maatregel van bestuur (AMBV) voor specifieke voorbehouden handelingen een zogenaamde functionele bevoegdheid worden toegekend. Dit betekent dat de voorwaarde van toezicht en tussenkomst door de arts vervalt.

Functionele bevoegdheid voor verpleegkundigen

Voor de volgende voorbehouden handelingen heeft de verpleegkundige een functionele bevoegdheid (verzorgenden hebben geen functionele bevoegdheid toegewezen gekregen):

katheterisatie van de blaas;

inbrengen van een maagsonde of infuus;

subcutane, intramusculaire en intraveneuze injecties;

venapuncties;

hielprik bij pasgeborenen.

De functionele bevoegdheid betekent dat de verpleegkundige, mits bekwaam, de handeling in opdracht van een arts (of een andere zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar) zelfstandig en zonder toezicht en tussenkomst van de arts kan uitvoeren.

Risicovolle handelingen

Een risicovolle handeling is een handeling die onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt voor de gezondheid van de cliënt als zij door ondeskundigen wordt uitgevoerd maar die niet aangemerkt wordt als voorbehouden handeling in het kader van de wet BIG.

Voorbeeld 1:

Het toedienen van zuurstof is geen voorbehouden handeling. Het bepalen van de nodige dosering is echter een handeling die medische kennis vereist. De verpleegkundige is daartoe niet opgeleid. Aan het toedienen van een verkeerde dosering zuurstof en aan het nemen van beslissingen die op onvoldoende kennis gebaseerd zijn, zijn risico’s verbonden.

Voorbeeld 2:

Het toedienen van sondevoeding is geen voorbehouden handeling maar er zijn wel risico’s aan verbonden. Alvorens tot het toedienen van sondevoeding over te gaan dient de ligging van de sonde nauwkeurig gecontroleerd te worden; een handeling die een zelfde deskundigheid vraagt over de risico’s van een sonde als nodig bij het inbrengen van een sonde.

De Raad BIG heeft geadviseerd om voor risicovolle handelingen eenzelfde zorgvuldigheid te betrachten als voor voorbehouden handelingen. Dus ook hiervoor geldt dat de handeling in opdracht van een arts (of andere zelfstandig bevoegde) uitgevoerd wordt: (schriftelijke) Opdracht tot Voorbehouden of Risicovolle handeling.

Overige handelingen

Tenslotte zijn er handelingen die niet onder de definities van voorbehouden en risicovolle handelingen vallen, maar die wel om een deskundige eenduidige uitvoering vragen. Deze worden de overige handelingen genoemd. Voor deze handelingen is geen Opdracht van de arts nodig.

1) Tot het verrichten van heelkundige handelingen – waaronder worden verstaan handelingen, liggende op het gebied van de geneeskunst, waarbij de samenhang der lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt – zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de tandartsen
c. de verloskundigen

Doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

Voorbeelden heelkundige handelingen: grote en kleine chirurgie, het nemen van biopsieën en het verrichten van curettages. Onder heelkundige handelingen vallen niet ingrepen waarbij het weefsel zich direct na de ingreep weer herstelt, zoals acupunctuur. Het geldt ook niet voor handelingen waarbij weliswaar het lichaamsweefsel voor enige tijd wordt verstoord, maar die geen geneeskundig doel dienen (zoals bijvoorbeeld het prikken voor oorbellen, piercings of tatoeages). Hier vallen ook de volgende voorbehouden handelingen onder:

– tampons verwijderen uit een van nature niet bestaande holte,
– venasectie,
– verwijderen drains,
– wondtoilet,
– verwijderen of verwisselen van een tracheacanuele,
– episiotomie,
– verwijderen van subclavia katheter,
– verwijderen van epiduraal katheter,
– verwijderen van venasectie-katheter.

Volgens Raad BIG zijn de volgende handelingen geen voorbehouden handelingen: verwijderen van hechtingen of agraves, verwijderen van perifeer infuus, wondverzorging, verwijderen van tampon uit bestaande holte.

2) Tot het verrichten van verloskundige handelingen zijn bevoegd:

a. de artsen,
b. de verloskundigen, doch deze uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun vakgebied.

Verloskundige handelingen: hieronder vallen alle handelingen op het gebied van de verloskunde: van het onderzoeken van de aanstaande moeder tot en met het begeleiden van de bevalling en de verloskundige nazorg. Artsen zijn bevoegd en verloskundigen voor zover de handelingen vallen binnen hun deskundigheidsgebied.

3) Tot het verrichten van endoscopieën zijn bevoegd:

a. de artsen

Bij endoscopieën gaat het om gevulde en ongevulde lichaamsholten. Het doel van de behandeling is het van binnen bekijken van lichaamsholten ten behoeve van onderzoek. Het gaat om onderzoek waarbij de samenhang van de weefsels niet verstoord wordt.

4)  Tot het verrichten van katheterisaties zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de verloskundigen, doch deze uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

Bij katheterisatie gaat het om gevulde en ongevulde lichaamsholten. Het doel van de handeling is het inbrengen of verwijderen van stoffen. Het gaat om handelingen waarbij de samenhang der weefsels niet verstoord hoeven te worden. Het gaat volgens de Raad BIG om de volgende handelingen:

– katheteriseren van de blaas,
– verwisselen van supra-pubische katheter,
– inbrengen van maagkatheter via mond-keelholte of via een maagfistel,
– inbrengen van een katheter ten behoeve van intratracheaal uitzuigen,
– inbrengen van een infuus,
– tracheaal extuberen van orale of nasale tube,
– inbrengen van duodenaal katheter,
– toedienen van geneesmiddelen in opgeloste vorm via infuus/toedieningssysteem.

Volgens de Raad BIG zijn de volgende handelingen geen voorbehouden handelingen:

– blaasspoelen bij reeds ingebrachte katheter,
– toedienen van sondevoeding bij een reeds ingebrachte katheter,
– uitzuigen van mond en keelholte.

5)  Tot het geven van injecties zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de tandartsen
c. de verloskundigen,

doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

Bij injecties gaat het om een handeling waarbij met een holle naald wordt binnengedrongen in lichaamsweefsel, in een bloedvat of in een infuuslijn met het doel een geneesmiddel tot te dienen. Door te stellen dat de naald onmiddellijk na toedienen van het geneesmiddel weer wordt teruggetrokken, behoort het geven van een infuus niet tot het injecteren maar tot het katheteriseren. Om die reden rekent de Raad ook het toedienen van geneesmiddelen in opgeloste vorm via een infuus of toedieningssysteem (pomp, zakje, infuus) tot de categorie katheterisatie. In tegenstelling tot injecteren is bij deze vorm van toediening van geneesmiddelen sprake van min of meer continue toediening.

Het betreffen de volgende handelingen:
– subcutane injecties,
– intramusculaire injecties,
– intraveneuze injecties,
– intracardiale injecties,
– het toedienen van lokale anesthetica per injectie.

6)  Tot het verrichten van puncties zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de verloskundigen, doch deze uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

Bij puncties gaat het om het aanprikken van een orgaan of onderdeel van een orgaan met behulp van een naald, met het doel daar vocht of weefsel uit te halen. De Raad BIG (1996) gaf daarbij aan dat hieronder vallen: – venapunctie, – arteriepunctie, – sternumpunctie – hielprik bij neonaten. En dat hier niet onder gerekend moet worden: vingerprik ter bepaling van bloedglucose.

7) Tot het brengen onder narcose zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de tandartsen, doch deze uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

8) Tot het verrichten van handelingen, op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met gebruikmaking van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralen uitzenden, zijn bevoegd:

a. de artsen
b. de tandartsen,

doch uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krachtens de Kernenergiewet (Stb 1963,82) ter zake van het gebruiken van zodanige stoffen en toestellen gestelde eisen, alsmede voor zover het betreft tandartsen, uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

9)  Tot het verrichten van electieve caridoversie zijn bevoegd:

a. de artsen

10) Tot het toepassen van defibrillatie zijn bevoegd:

a. de artsen

11) Tot het toepassen van electroconvulsieve therapie zijn bevoegd:

a. de artsen

12)  Tot steenvergruizen voor geneeskundige doeleinden zijn bevoegd:

a: de artsen

13) Tot het verrichten van handelingen ten aanzien van menselijke geslachtscellen en embryo’s, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap, zijn bevoegd:

a: de artsen

14) Tot het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder s van de geneesmiddelenwet zijn bevoegd:

a: de artsen
b: de tandartsen,
c: de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid;
d: verpleegkundigen, die behoren tot een ter bevordering van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg bij ministeriële regeling aan te wijzen categorie, doch dezen uitsluitend:

1. voor zover een onder a, b of c bedoelde beroepsbeoefenaar de diagnose heeft gesteld
2. voor zover medische protocollen of standaarden ter zake van het voorschrijven van UR-geneesmiddelen worden gevolgd;
3. binnen de bij de regeling te stellen beperking ten aanzien van de reikwijdte van de in de aanhef bepaalde bevoegdheid.

15) De personen, die genoemd in het eerste tot en met dertiende lid, zijn tot het verrichten van de desbetreffende handelingen uitsluitend bevoegd voor zover zij redelijkerwijs mogen aannemen dat zij beschikken over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk verrichten van die handelingen. De personen, genoemd in het eerste tot en met het dertiende lid, die niet voldoen aan het bepaalde in de eerste volzin, worden voor de toepassing van de artikelen 35, eerste lid, onder a, 38 en 39 aangemerkt als personen die hun bevoegdheid ontlenen aan het in dit artikel bepaalde.

 

Gebruikte literatuur

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder Voorbehoud. Informatie over de bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen in de Wet BIG. Rijswijk, september 1996. Raad BIG. Stappenplan voorbehouden handelingen. December 1996. Wet BIG, tekst en toelichting editie 2005-2006. SDU Uitgevers BV 2005. Hoorenman EM, Veen van EB. Recht in de verpleegkundige praktijk. Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2000. Leenen HJJ. Gezondheidszorg en recht Deel II. Bohn Stafleu Van Loghum. 2002

 

You may also like...

Geef een reactie