BIG Wettelijke titelbescherming

BIG-titel en bevoegdheidsregeling cq bevoegdheden

Wettelijke titelbescherming

In artikel 3 van de Wet BIG worden acht beroepsgroepen genoemd:

Artsen, tandartsen, verloskundigen, apothekers, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, klinisch psychologen en psychotherapeuten.

Beoefenaren van deze basisberoepen kunnen zich in een BIG-register laten inschrijven als zij voldoen aan de wettelijke opleidingseisen die voor hun beroep gelden. Door registratie ontstaat het recht om een beschermde beroepstitel te voeren. Wie ten onrechte een titel voert, is strafbaar. Het register wordt ingesteld en beheerd door de Minister van VWS. De Inspectie voor de Gezondheidszorg te Rijswijk voert de registratie uit.

Alle artikel 3 beroepen vallen onder het tuchtrecht. De Wet BIG maakt het mogelijk dat er voor de artikel 3 beroepen regelingen voor specialismen komen. De eisen die de Wet BIG stelt aan het uitvoeren van voorbehouden handelingen, zijn ook voor specialisten volledig van toepassing.

Van een aantal beroepen, zoals diëtisten, ergotherapeuten en radiodiagnostisch laboranten, wordt de titel op basis van artikel 34 van de Wet BIG beschermd. Net zoals bij de artikel 3 beroepen worden de opleidingseisen en het deskundigheidsgebied van die beroepen wettelijk omschreven. Voor deze beroepsgroepen wordt geen overheidsregister ingesteld en zij vallen ook niet onder tuchtrechtspraak.

Hoe ziet de bevoegdheidsregeling in de Wet BIG eruit ?

Met de nieuwe bevoegdheidsregeling verdwijnt het algemene verbod op het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst; het uitvoeren van geneeskundige handelingen is dan niet langer voorbehouden aan artsen, tandartsen en verloskundigen (en paramedici). Het uitgangspunt van de Wet BIG is dat in principe iedereen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg mag uitvoeren.

Een aantal geneeskundige handelingen is niet vrijgegeven. Voor deze voorbehouden handelingen wordt een bevoegdheidsregeling van kracht, om te voorkomen dat door ondeskundig handelen onaanvaardbare risico’s voor de patiënt ontstaan. De wet heeft een onderscheid gemaakt tussen beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn en beroepsbeoefenaren die niet zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen uit te voeren. Beroepsbeoefenaren die niet zelfstandig bevoegd zijn, kunnen onder bepaalde, in de wet genoemde voorwaarden bevoegd voorbehouden handelingen uitvoeren. Als niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, is het verboden om deze handelingen uit te voeren, tenzij er sprake is van een noodsituatie.

Welke beroepsbeoefenaren zijn zelfstandig bevoegd?

Zelfstandig bevoegden zijn beroepsbeoefenaren die op eigen gezag voorbehouden handelingen mogen verrichten. De wet geeft per voorbehouden handeling aan welke categorieën van beroepsbeoefenaren zelfstandig bevoegd zijn:

Artsen, tandartsen en verloskundigen.

De zelfstandig bevoegde stelt de indicatie en beslist of hij de handeling zelf uitvoert of opdraagt aan een andere beroepsbeoefenaar.

Als een zelfstandig bevoegde een voorbehouden handeling verricht, gelden er twee voorwaarden:

  • Ten eerste mag de zelfstandig bevoegde uitsluitend de voorbehouden handelingen verrichten die gerekend worden tot zijn deskundigheidsgebied. Het deskundigheidsgebied van de arts betreft alle voorbehouden handelingen, terwijl het deskundigheidsgebied van de verloskundige en de tandarts bepaalde categorieën van voorbehouden handelingen omvat (1).
  • Ten tweede dient de zelfstandig bevoegde over de bekwaamheid te beschikken om de desbetreffende handeling naar behoren uit te voeren. De verloskundige bijvoorbeeld is deskundig om medicatie via een intraveneuze injectie te geven. Als zij deze handeling zelf uitvoert, moet zij daartoe bekwaam zijn, dat wil zeggen op dat moment over de benodigde kennis en ervaring beschikken.

Noot 1 Voorbehouden handelingen binnen het deskundigheidsgebied van de tandarts zijn: bepaalde heelkundige handelingen, het brengen onder narcose en bepaalde injecties. Voorbehouden handelingen binnen het deskundigheidsgebied van de verloskundige zijn: bepaalde verloskundige en bepaalde heelkundige handelingen en bepaalde injecties, puncties en catheterisaties.

Welke beroepsbeoefenaren zijn niet zelfstandig bevoegd?

Iedereen die beroepsmatig werkzaam is op het gebied van de individuele gezondheidszorg en niet zelfstandig bevoegd is, behoort tot de niet zelfstandig bevoegden. Hieronder vallen bijvoorbeeld de verpleegkundigen, de verzorgenden en de helpenden. Deze beroepsbeoefenaren stellen niet zelf de indicatie, maar handelen altijd in opdracht van de arts, tandarts of verloskundige. Zij zijn wettelijk bevoegd om een voorbehouden handeling uit te voeren, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

De Wet BIG stelt de volgende voorwaarden:

1 de niet zelfstandig bevoegde handelt in opdracht van een zelfstandig bevoegde (arts, tandarts of verloskundige);
2 de niet zelfstandig bevoegde handelt overeenkomstig de aanwijzingen van de zelfstandig bevoegde;
3 de niet zelfstandig bevoegde mag een voorbehouden handeling alleen uitvoeren indien zowel hijzelf als de opdrachtgever redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid om de opdracht naar behoren uit te voeren.

Algemene stelregel: Onbekwaam is onbevoegd

Op welke beroepsbeoefenaren heeft de bevoegdheidsregeling betrekking?

De bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen in de Wet BIG heeft betrekking op alle beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn op het gebied van de individuele gezondheidszorg. De bevoegdheidsregeling gaat uit van een opdrachtgever en een opdrachtnemer.

De opdrachtgever is zelfstandig bevoegd en staat genoemd in de Wet BIG: hij is arts, tandarts of verloskundige.

Wie de opdrachtnemer is, laat de Wet BIG in het midden. Dit betekent dat de opdrachtnemer een verpleegkundige kan zijn, maar ook een doktersassistent, een bejaardenverzorgende of elke andere beroepsbeoefenaar in de individuele gezondheidszorg.

Mag een beoefenaar van een niet wettelijk geregeld beroep een voorbehouden handeling uitvoeren?

In principe mogen alle beroepsbeoefenaren op het terrein van de individuele gezondheidszorg in opdracht voorbehouden handelingen uitvoeren, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Daarvoor is het niet nodig dat hun beroep op basis van de Wet BIG is geregeld. Onder beroepsbeoefenaren in de individuele gezondheidszorg bestaat op dit punt een hardnekkig misverstand. Veel van hen menen dat de bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen alleen geldt voor beroepen die wettelijk zijn geregeld.

Niets is minder waar. De beroepen van doktersassistent en bejaardenverzorgende bijvoorbeeld zijn nu niet wettelijk geregeld en zullen waarschijnlijk ook in de toekomst niet worden geregeld. Veel van deze beroepsbeoefenaren voeren wel sinds jaar en dag voorbehouden handelingen uit. Dat hoeft niet te veranderen door het van kracht worden van de bevoegdheidsregeling.

Mag iemand zonder erkende opleiding een voorbehouden handeling uitvoeren?

De Wet BIG stelt geen eisen aan de manier waarop de bekwaamheid om een voorbehouden handeling in opdracht uit te voeren is verworven. Een diploma van een wettelijk erkende opleiding in de gezondheidszorg is dus geen noodzakelijke voorwaarde.

Het spreekt vanzelf dat het volgen van een opleiding een belangrijke en voor de hand liggende manier is om deskundigheid en bekwaamheid voor het uitvoeren van voorbehouden handelingen te verwerven. Die bekwaamheid kan echter ook op een andere manier worden verkregen, bijvoorbeeld door bij- en nascholing, vaardigheidstraining of het meerdere malen onder toezicht uitvoeren van de handeling.

 

You may also like...

Geef een reactie