Biochemische behandeling schizofrenie

Stephanie Marohn,
The Natural Medicine Guide to Schizophrenia (2003)

De biochemische behandeling van schizofrenie

William J. Walsh is gespecialiseerd in de biochemische behandeling van mentale, emotionele en gedragsstoornissen. biochemische therapie gebruikt stoffen die van nature aanwezig zijn in het lichaam om de biochemische balans te herstellen. Zij focust op diverse factoren in haar benadering van schizofrenie en andere mentale stoornissen.
Dr. Walsh is de opvolger en als het ware de erfgenaam van de inmiddels overleden Carl Pfeiffer, een pionier in de biochemische behandeling van ziekte en van geestesziekte in het bijzonder. Vóór hij stierf, vroeg dr. Pfeiffer aan dr. Walsh een centrum te stichten ten behoeve van het belangrijke werk waar zij beiden zich tientallen jaren voor in hadden gezet. Zo ontstonden het Health Research Institute (HRI) en het Pfeiffer Treatment Center (PTC), een niet-commercieel centrum voor onderzoek en ambulante behandeling, waarin biochemici en doctoren samenwerken. Het HRI houdt zich bezig met onderzoek, het PTC met behandeling. Dr. Walsh is het hoofd van de wetenschappelijke staf.
Sinds haar oprichting in 1989, heeft het PTC ongeveer 3.000 mensen behandeld voor schizofrenie en 12.000 anderen die leden aan bipolaire stoornis, depressie, angststoornis, autisme, concentratieverlies, hyperactiviteit en andere problemen inzake gedrag, emoties en leervermogens.
“Wat ik de afgelopen vijfentwintig à dertig jaar gedaan hebt,” vertelt dr. Walsh, “is proberen chemische classificaties te ontwikkelen voor schizofrenie, bipolaire stoornis, depressie, gedragsstoornissen en autisme. Elk van deze termen is namelijk een paraplu of vergaarbak die verschillende categorieën omvat. De scheikunde achter de diagnose is namelijk niet alleen de sleutel tot de individuele behandeling; wanner biochemische overeenkomsten gevonden kunnen worden tussen individuen in iedere categorie, zou dit in principe de weg kunnen wijzen naar de oorzaak van de stoornis, met de bijbehorende preventie en zelfs geneeswijze.
De biochemische benadering van ziekte is in medisch opzicht zinvoller en draagt bovendien niet het stigma van een psychiatrisch label, zoals dat met name het geval is voor de term schizofrenie. “Patiënten noemen het het S-woord,” merkt dr. Walsh op. Maar wat betekent het in werkelijkheid? Het is een woord dat geplakt wordt op een aantal volledig verschillende omstandigheden, die een volledig verschillende behandeling vereisen. Iedereen vindt dit woord vernederend en bijna beledigend. Er is een zekere hopeloosheid wanneer je dit woord te horen krijgt. Het wordt beschouwd als de kanker van de geestelijke gezondheid.”
Door de specifieke biochemische disbalans die ten grondslag ligt aan een persoonlijk geval van schizofrenie te achterhalen, wordt de schande van die omstandigheid weggenomen, wordt een specifieke richting aangeduid en indicaties voor een behandeling. Zo wordt hoop gegeven in plaats van hopeloosheid.
“Alhoewel schizofrenie een genetische component heeft, betekent dat niet dat die situatie hopeloos of ongeneeslijk is,” zegt dr. Walsh. “Genetica betekent voor mij scheikunde. De scheikundige omstandigheden kunnen worden bijgesteld en gecorrigeerd.”
Ongeveer 90% van de schizofreniepatiënten die naar het PTC komen, valt in één van de drie biochemische hoofdcategorieën. De resterende 10% behoort tot wat dr. Walsh ‘splintertypen’ noemt. De oorzaken van die gevallen te achterhalen kost gewoonlijk meer onderzoek.

Symptomatisch en biochemisch ligt schizofrenie dicht bij de bipolaire stoornis met psychotische kenmerken, stelt dr. Walsh. “Ik heb vrijwel identieke patiënten gezien, met identieke symptomen, en de één wordt schizofreen genoemd en de ander bipolair met psychotische kenmerken. Ik denk dat dat slechts een kwestie is van naamgeving. Bloed- en urineonderzoek van mensen met die twee ziektebeelden tonen hetzelfde resultaat. Wij zouden niet kunnen zeggen wat het biochemische verschil is tussen een schizofreen en een bipolaire patiënt met psychotische kenmerken.”
In de biochemische behandeling zijn het niet zozeer de diagnostische labels, maar de details van de biochemie die de richting voor de therapie aanduiden. Deze benadering heeft het voordeel dat zij uitgaat van ieders persoonlijke biochemische toestand. In tegenstelling tot psychofarmica, die ontworpen zijn om een bepaalde neurotransmitter op te hogen of te verlagen, geeft biochemische therapie het lichaam uitsluitend wat het nodig heeft, en doet dat op een veilige manier. Het probleem met de psychofarmica is dat zij “vijf tot vijftien andere neurotransmitters beïnvloeden, de hersenen van deze mensen veranderen en leiden tot de zogenaamde bijverschijnselen,” zegt dr. Walsh. Wanneer je daarentegen, wat de biochemische behandeling doet, het lichaam de voedingsstoffen verschaft die het mist, herstel je haar aangeboren vermogen om het niveau en de functie van haar neurotransmitters te corrigeren en reguleren.

Biochemische profielen van schizofrenie
Een biochemische disbalans kan mild zijn, middelmatig of fors. Afhankelijk daarvan ontwikkelt iemand wel of niet schizofrenie. Als, aan de milde kant van het spectrum, “een persoon in een positieve omgeving leeft en het leven voldoening schenkt en kalm is, zal hij of zij door het leven gaan zonder in te storten,” aldus dr. Walsh. Maar als zo’n zelfde persoon “leeft in een nare omgeving of enkele traumatiserende ervaringen doormaakt, kan hij of zij om die reden decompenseren. Maar aan de andere kant van het spectrum, als er een forse disbalans is, is decompensatie onvermijdelijk. Dan maakt het niet uit hoe hun levensomstandigheden zijn, het gaat gewoon gebeuren.”
Alhoewel ieder individu verschillend is, zijn er drie primaire biochemische profielen voor schizofrenie: overmethylatie, leidend tot lage histamine; ondermethylatie, leidend tot hoge histamine; pyroluria.

Het methylatie-probleem
In de jaren ’70 ontwierp dr. Pfeiffer een model voor biochemische behandeling van schizofrenie dat de basis vormt voor de benadering die het PTC momenteel gebruikt voor zowel schizofrenie als bipolaire stoornis. Het model van dr. Pfeiffer was gebaseerd op zijn ontdekking dat sommige schizofrenen hoge histamine waarden hebben. Anderen hebben juist lage histamine waarden. Histamine is een essentiële proteïne-metaboliet (een product van het metabolisme), dat in alle lichaamsweefsels aanwezig is. De meeste mensen asso-ciëren histamine met allergieën, maar in de hersenen functioneert het als een neurotransmitter.
Dr. Pfeiffer ontdekte dat hij schizofrene symptomen teniet kon doen of verlichten door supplementen te verstrekken die het histamine niveau normaliseren. Omdat deze aanpak effectief was, concludeerde hij dat histamine, als neurotransmitter, wel eens de

beslissende factor zou kunnen zijn in het ontstaan van schizofrenie. Dr. Walsh vult aan: “sinds zijn dood is inmiddels veel tijd verstreken, en er is nu nog meer bewijs beschikbaar. Het blijkt dat histamine in feite een indicator is voor methylatie. Mensen met hoge histamine zijn ondergemythileerd. Mensen met lage histamine zijn overgemythileerd. Dr. Pfeiffer stootte bij toeval op de juiste, effectieve behandeling. Hij dacht dat hij de histamine instelde, maar wat hij eigenlijk deed, dat het niveau van methylfolaat reguleren.
Methyl is één van de gangbare chemicaliën in het lichaam. Methylgroepen zijn onderdeel van de meeste enzymen en proteïnen. Methylatie een het proces waardoor methylgroepen toegevoegd worden aan een grotere groep, waardoor methyl beschikbaar komt voor de vele reacties waarvoor het nodig is in het lichaam. Zowel methyl als histamine zijn belangrijke, onmisbare chemicaliën in het lichaam, en zij zijn antagonisten.
Met te veel methyl overproduceert het lichaam de drie neurotransmitters dopamine, norepinephrine en serotonine. Met te weinig methyl is het niveau van de neurotransmitters te laag.
Folaten zijn de verschillende vormen die foliumzuur aanneemt in het lichaam. Foliumzuur, een lid van de B-vitamine-familie, helpt in de productie van hersen-neurotransmitters en moet dus in de juiste hoeveelheid beschikbaar zijn, samen met methyl.
Op basis van zijn veertigjarig onderzoek weet dr. Walsh nu dat de methylatiefactor niet alleen speelt in schizofrenie maar eveneens in de bipolaire stoornis en andere psychiatrische ziektebeelden. Zo is hoge histamine en de daarmee samengaande lage methyl ook geassocieerd met de obsessief-compulsieve stoornis. Net als bij schizofrenie hebben de meeste mensen met een bipolaire stoornis een methyl disbalans – te veel of te weinig. Daarom is het voor de behandeling cruciaal te weten wat er biochemisch in een bepaalde persoon gebeurt. Voor mensen die bijvoorbeeld een teveel aan methyl hebben, zijn medicijnen die bedoeld zijn om het niveau van neurotransmiters te verhogen schadelijk.

Overmethylatie / lage histamine
Ook bekend als histapenia (lage histamine), is dit het primaire biochemische patroon voor 45% van de schizofrenen, aldus de gegevens van het HRI-PTC. Deze groep wordt vaak gediagnosticeerd als paranoïde schizofrenie. De overproductie van dopamine en norepinephrine, die karakteristiek is voor overmethylatie, wordt al lange tijd geassocieerd met paranoïde schizofrenie.
Dr. Walsh legt dit als volgt uit: “Als je kent naar de opeenvolgende reacties, wordt dopamine omgezet in norepinephrine door een enzym plus koper. Het recept voor paranoïde schizofrenie is overmethylatie, wat ontdekt kan worden door lage histamine. De tweede indicatie is een hoge waarde voor koper. Als gevolg van de een of andere genetische reden hebben vrijwel al deze patiënten een tendens voor zeer hoge koper waarden. Dat leidt tot een dramatische disbalans van dopamine, norepinephrine en een hoge adrenaline. Deze mensen zijn zeer actief, zij kunnen niet kalmeren.”
Meer vrouwen dan mannen lijden aan paranoïde schizofrenie. Dat heeft te maken de relatie tussen hormonen en het hoge kopergehalte. Hoe meer estrogeen iemand heeft, hoe meer koper.
Het primaire psychotische symptoom van overgemethyleerde schizofrenen zijn auditieve hallucinaties. Gewoonlijk betreft dat een mannelijke stem, die hen veroordeelt en hen opdraagt allerlei vreselijke dingen te doen. Zij denken dat het òf de stem is van de duivel òf van God.
Als illustratie van hoe de stemmen kunnen beginnen en zich ontwikkelen tot een psychose, geeft dr. Walsh het voorbeeld van een tweeëntwintig jaar oude man, die op zekere dag, toen hij van zijn werk naar huis reed, een stem hoorde, die hem bij name riep. Hij dacht dat er iemand achterin zat die hem wilde beroven. Hij reed naar een politiepost en haalde er een politieman bij. Zij doorzochten de auto, maar er was niemand. De man reed door naar huis en opnieuw hoorde hij die stem. Dit keer vermoedde hij dat zijn collega’s een grap met hem wilden uithalen en een luidspreker in zijn auto hadden gemonteerd. Bij thuiskomst onderzocht hij zijn auto hierop, maar vond wederom niets. De volgende dagen begon hij altijd en overal stemmen te horen. Zij kwamen uit zijn televisie en radio, zelfs wanneer die niet aan stonden. “Die stemmen beuken dag na dag op je in. Uiteindelijk putten zij je uit en overmeesteren je,” merkt dr. Walsh op.
Andere karakteristieke symptomen van lage histamine zijn suïcidale depressie, religiositeit en slaapproblemen.
De symptomen kunnen vaak worden weggenomen door een biochemische behandeling, die bestaat uit supplementen die methylverlagend werken, met name foliumzuur, vitamine B12 en vitamine B3 (niacine of niacinamide). Veel mensen met overmethylatie hebben ook een probleem met het metaal metabolisme. Dat blijkt uit hun hoog kopergehalte, in relatie met een laag zinkgehalte. Ook dat probleem moet worden aangepakt. Gewoonlijk duurt de behandeling zes tot acht maanden vóór mensen hun maximaal haalbare herstel bereiken.

Ondermethylatie / hoge histamine
Hoge histamine is het primaire biochemische patroon van 18% van de schizofrenen. Dezen krijgen gewoonlijk de diagnose schizo-affectieve stoornis, waanstoornis of katatone schizofrenie.
Hun psychose is gewoonlijk meer gekarakteriseerd door een denkstoornis dan door een zintuiglijke stoornis zoals auditieve hallucinaties, die gebruikelijk zijn bij schizofrenen met lage histamine. Het typerende dominantie symptoom zijn hier waandenkbeelden. Toch “lijken zij gewoonlijk heel kalm, bijna katatoon,” merkt dr. Walsh op. “Je moet de woorden uit hen trekken en het kost veel moeite hen aan een gesprek deel te laten nemen. Bijna alle schizofrenen van het katatone type hebben een hoge histamine en zijn onder-gemethyleerd. Ik denk dat dat komt doordat zij over zo weinig adrenaline beschikken.”
Sommige mensen met deze biochemie kunnen vrij normaal lijken, tot je op hun waandenkbeelden stoot, die er vaak uit bestaan dat zij gevolgd worden door de FBI of het CIA. Obsessieve compulsiviteit, gekarakteriseerd door de noodzaak bepaalde voorgeschreven rituelen in acht te nemen en dingen alle dagen op dezelfde wijze te doen, kunnen ook voorkomen. Seizoensgebonden allergieën zijn ook geassocieerd met hoge histamine, evenals forse depressies en een blanco geest.
De supplementen die gebruikt worden om hoge histamine en ondermethylatie te behandelen zijn het aminozuur methionine, calcium, magnesium en vitamine B6. Deze supplementen verhogen het methyl in het lichaam en/of ondersteunen de methylatie. Calcium is belangrijk omdat het histamine verlagend werkt. Bij degenen die niet efficiënt methionine omzeten in SAMe (S-adenosyl methionine), wat een noodzakelijke stap is om methyl beschikbaar te maken in het lichaam, worden SAMe supplementen toegevoegd.
Met dit protocol zal de neurotransmitter productie meer normaliseren. Ondermethylatie omkeren is echter een langzaam, geleidelijk proces, dat vier tot zes maanden in beslag neemt. Voor deze patiënten is 50% verbetering na drie maanden gebruikelijk, en het duurt gewoonlijk acht tot twaalf maanden tot al hun psychotische symptomen verdwijnen.
Een bijkomend probleem is dat de persoonlijkheid van mensen die van nature een hoge histamine hebben en ondergemethyleerd zijn, de behandeling belemmert. Zij zijn van nature niet bepaald meegaand en niet geneigd om naar de dokter te gaan. Zelfs bij zware hoofdpijn nemen zij geen PCM. Zij staan afwijzend tegen ieder soort behandeling.

De hoge histamine persoonlijkheid
Er zijn veel mensen met hoge histamine die niet schizofreen zijn. “Histamine versnelt het metabolisme van het lichaam,” stelt patrick Holford, de stichter van het Institute for Optimum Nutrition in London, dat onderzoek stimuleert naar het verband tussen voeding en gezondheid. “Het wakkert het vuur aan. Dergelijke mensen neigen ertoe compulsief en obsessief te zijn in hun persoonlijkheid. Zij worden vroeg wakker en hun geest is altijd aan het werk. Dat is geen probleem. Er zijn heel veel zeer succesvolle mensen, creatieve mensen, multimiljonairs enzovoort met hoge histamine. Het zijn gedreven mensen. Mensen met hoge histamine neigen echter tot een tekort aan voedingsstoffen, omdat zij die sneller verbranden. Als zij een verkeerd dieet volgen, kan hun obsessieve tendens afglijden naar mentale ziekte.

Pyroluria
In sommige gevallen van schizofrenie wijzen testen op een toestand die pyroluria wordt genoemd. Deze wordt gekarakteriseerd door extreme tekorten aan zink, vitamine B6 en arachidonezuur, een omega-6 essentieel vetzuur. Bij 27% van de schizofrenen is dit het primaire biochemische patroon.
Een pyrrole is een basale chemische structuur die gebruikt wordt voor het vervaardigen van heem, de kleurstof die het bloed rood kleurt. Pyroluria is een genetische stoornis in de pyrrole chemie, gekarakteriseerd door een overproductie van kryptopyrroles (wat ‘verborgen pyrroles’ betekent) tijdens de synthese van hemoglobine (de ijzerrijke component van het bloed die zuurstof vervoert). Omdat krytopyrroles zich binden aan vitamine B6 en zink, die vervolgens in de urine terechtkomen, leidt dit tot een tekort aan deze beide bouwstoffen. Mensen met pyroluria kunnen ook lage waarden van de neurotransmitter serotonine hebben, omdat vitamine B6 nodig is voor de synthese daarvan. Omdat ook de neurotransmitter GABA van zink afhankelijk is, kan een zinktekort ook negatieve gevolgen hebben voor deze neurotransmitter.
Volgens dr. Walsh krijgen pyrolurische patiënten “vaak de diagnose ongedifferentieerde schizofrenie, bipolaire stoornis, of een diagnose uit de splintercategorieën. Het is een schizofrenie waar psychiaters geen peil op kunnen trekken.”
“Pyrolurische patiënten leven in een wereld van angst,” zo beschrijft hij hen. “Dat is wat het gemakkelijkst te ontdekken is. Zij zijn altijd bang en angstig. Het zijn de mensen die niet in een vliegtuig durven uit angst dat het neerstort, niet op een boot omdat die wel eens zou kunnen zinken. Zij leven voortdurend in angst.” Als de persoon visuele of tactiele hallucinaties heeft, kan dat ook een indicatie zijn dat de schizofrenie samenhangt met pyroluria. En alhoewel stress in rol speelt bij de andere typen van schizofrenie, is het met name een probleem bij pyrolurische patiënten. Zowel het ontstaan van de schizofrenie als terugval is vrijwel altijd stress gerelateerd.
De rol van pyroluria in schizofrenie en de bipolaire stoornis gaat samen met het gegeven dat een eerste crisis gewoonlijk plaatsvindt tussen het vijftiende en vijfentwintigste levensjaar. Dr. Walsh brengt dat in verband met de puberteit en de daarmee gepaard gaande groeispurt, die tot een biochemische disbalans leidt door het zink te verbruiken en het koper te verhogen, en zo een mentale stoornis te creëren. “Hormonen zijn gerelateerd aan koper,” legt hij uit. “Hoe hoger je estrogeen niveau, hoe hoger je koper niveau. Koper is gerelateerd aan paranoïde schizofrenie, dat is een directe verbinding. Maar ook voor pyrolurische patiënten is zinkgebrek een probleem. Wanneer je een groeispurt doormaakt, verbruik je heel veel zink. Iemand die pyrolurisch is, ontwikkelt dan een fors zinktekort.
De klassieke tekenen die gewoonlijk samengaan met een tekort aan zink en vitamine B6, zijn een aanwijzing voor pyroluria. Dit zijn een gevoeligheid voor licht, dromen worden niet of nauwelijks herinnerd, de neiging het ontbijt over te slaan, en een voorkeur voor gekruid eten. Pyrolurische schizofrenen hebben gewoonlijk een lichte huid. Andere uitingsvormen van deze stoornis zijn zware depressies, dreigend of beledigend gedrag en een slechte wondgenezing.
De behandeling van pyroluria richt zich op suppletie van zink en vitamine B6 en het vermeerderen van voedingsstoffen. Van de drie primaire patronen van schizofrenie reageert pyroluria het snelst en het volledigst op biochemische behandeling. Herstel wordt vaak in twee à drie maanden bereikt. Deze mensen lijden meer dan de meeste patiënten, maar zij zijn ook degenen die het snelst herstellen. En wanneer zij stoppen met supplementen, vallen zij het snelst terug.

Box: Biochemische profielen voor schizofrenie (overzicht)

Histapenia
Betreft 45 % van de schizofrenen
Biochemie: overmethylatie, lage histamine, hoge koper
Gebruikelijke diagnose: paranoïde schizofrenie
Primaire sympotmen: auditieve hallucinaties, paranoïa, suïcidale depressie, religiositeit, slaapstoornissen
Behandeling: vitamine B3, vitamine B6, vitamine B12, foliumzuur, zink, manganese, vitamine E en vitamine C

Histadelia
Betreft 18 % van de schizofrenen
Biochemie: onder methylatie, hoge histamine
Gebruikelijke diagnose: schizo-affective stoornis, waanstoornis, katatone schizofrenie
Primaire sympotmen: wanen, obsessieve compulsiviteit, zware depressies, blanco geest, seizoensgebonden allergieën
Behandeling: methionine, calcium, magnesium, vitamine B6

Pyroluria
Betreft 27 % van de schizofrenen
Biochemie: tekorten aan vitamine B6, zink en arachidone zuur; hoge kryptpyrroles in de urine
Gebruikelijke diagnose: ongedifferentieeerde schizofrenie of bipolaire stoornis
Primaire sympotmen: angstig, visuele of tactiele hallucinaties, zware depressies, dreigend of beledigend gedrag, slechte wondgenezing, geen herinnering aan dromen, tendens het ontbijt over te slaan, voorkeur voor gekruid voedsel
Behandeling: zink en vitamine B6

Splinter typen
10% van de schizofrenen (4% gluten intolerantie, 6% overigen)
Oorzaken: gluten intolerantie, allergische reacties in de hersenen, thyroïde tekorten, buitensporig water drinken, disbalans van de essentiële vetzuren, problemen met metaal metabolisme



Problemen met metaal metabolisme
Een probleem met metaal metabolisme (de regulatie van metalen, zowel de noodzakelijke mineralen als de giftige zware metalen zoals kwik) in het lichaam kan ook een rol spelen bij schizofrenie. Het zijn niet de giftige zware metalen die voor problemen zorgen. Er kan echter sprake zijn van een disfunctioneel metaal metabolisme in relatie tot mineralen. Dat blijk uit hoge koper waarden ten opzichte van zink, één van de karakteristieken van de overgemethyleerde vorm van schizofrenie. Ondergemethyleerde schizofrenen hebben gewoonlijk geen metaal metabolisme probleem.
Hoge koper ten opzichte van zink geeft aan dat het lichaam niet in staat is de mineraalspiegel in het bloed te controleren. Gewoonlijk kan het lichaam een homeostase (een juiste verhouding) van koper en zink in stand houden, onafhankelijk van het dieet en van andere factoren. Deze verhouding is cruciaal voor vele functies. Dit mechanisme van homeostase berust op een vitaal eiwit, metallothionine genoemd. Het onvermogen de homeostase in stand te houden duidt dus op een metallothionine tekort of op een gebrekkig functioneren daarvan.
Metallothionine is betrokken bij vele lichaamsfuncties. Een tekort of het onvermogen deze substantie te benutten is gekoppeld aan een verzwakt of beschadigd zenuwstelsel, mentale moeilijkheden, verzwakte immuniteit, spijsverteringsproblemen, waaronder gebrekkige absorptie, tekorten aan voedingsstoffen en het ontwikkelen van allergieën.
Omdat er geen test beschikbaar is om de metallothionine in het lichaam te meten, gaat het PTC uit van de verhouding tussen de bloedwaarden van zink, koper en ceruloplasmine (een substantie in het blood waar koper zich aan hecht) als indicatoren van het gebrekkig functioneren van dit eiwit. De behandeling bestaat vervolgens uit supplementen die de functie van metallothionine stimuleren.
Het PTC heeft een lange ervaring met het corrigeren van verstoringen in het metaal metabolisme. “Wij weten al meer dan vijfentwintig jaar dat twee derde van de mensen met gedragsstoornissen een probleem met hun metaal metabolisme hebben,” beweert dr. Walsh. “En al die tijd wisten wij dat het vrijwel zeker een probleem was met metallothionine, want alle metalen die door metallothionine gereguleerd worden, zijn abnormaal bij deze mensen. Mensen met een obsessief-compulsieve stoornis hebben gewoonlijk een erg laag koper niveau, evenals sociopaten (mensen met een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis). Paranoïde schizofrenen hebben daarentegen gewoonlijk een extreem hoog koper niveau. De verhouding van koper ten opzichte van zink is hier van belang. Enige tijd geleden hebben wij ons gerealiseerd dat je de verhouding moet meten om betrouwbare gegevens te krijgen. Als je alleen naar de elementen op zich kijkt, kun je in de war raken.”
Een metallothionine probleem, dat leidt tot een onvermogen om homeostatis van koper en zink in de bloedsomloop in stand te houden, is voornamelijk een genetische stoornis. Een tekort aan zink (zoals bij pyroluria) kan ook tot dit probleem leiden of het verergeren. De primaire stof die nodig is in de aanmaak van metallothionine is zink, dus als je een groot zinktekort hebt, zal dat het systeem verzwakken.
In alle gevallen is een biochemische behandeling de oplossing om het probleem te keren. Zink, manganese, vitamine E en C stimuleren allen de aanmaak en werking van metallothionine. Ook selenium en glutathione (een verwant van glutamine zuur, een aminozuur) zijn nuttig voor dit doel. Ook vitamine B6 maakt deel uit van het protocol, want B6 en zink werken samen en B6 is direct betrokken bij de synthese van enkele neurotransmitters.
Dr. Walsh heeft gemerkt dat dit programma nogal effectief is. Gewoonlijk komen het koper en zink niveau in evenwicht en worden genormaliseerd. “Wanneer een homeostatse van het koper en zink niveau in het bloed wordt bereikt, kun je concluderen dat metallothionine operationeel is,” zegt hij.
Wanneer de supplementen geleidelijk metallothionine weer laten functioneren, komt tevens een detoxificatie op gang. De nadruk ligt hier op geleidelijk. Wanneer de detoxificatie te snel wordt opgestart, komen te veel gifstoffen uit de weefsels vrij. Dat kan tot nare verschijnselen leiden en belast de nieren. Om dit te voorkomen, worden de supplementen die metallothionine stimuleren geleidelijk opgebouwd.

Het identificeren van biochemische disbalansen
Als onderdeel van het verzamelen van informatie voor de behandeling, let de staf van het PTC op de symptomen die gewoonlijk de diverse biochemische disbalansen vergezellen. In de loop van meerdere decennia hebben zij daar oog voor gekregen. “Tijdens de intake, die één à anderhalf uur duurt, willen wij alles weten over deze mensen: ziektegeschiedenis, symptomen, persoonlijkheid, levensgeschiedenis, wat voor type leerling of student zij waren, reacties op medicijnen. Wij willen weten wat er gebeurde ten tijde van het doorbreken van hun psychiatrische stoornis, welke verschillen zij zelf merkten en wat de familie zag. Werden zij zwijgzaam en bijna katatoon, of werden zij fysiek meer actief en praatten zij voortdurend?”
Deze informatie reikt sleutels aan om te bepalen welke biochemische disbalans ten grondslag ligt aan de schizofrenie van deze persoon. De drie belangrijkste biochemische profielen resulteren in vijf mogelijkheden: één van deze drie, of de combinatie van pyroluria met ofwel hoge ofwel lage histamine. Wanneer er sprake is van een combinatie, is het moeilijker tot een volledig beeld van de biochemie te komen. Wanneer er slechts één disbalans is, zijn de symptomen zo duidelijk, dat dr. Walsh het meestal al weet vóór de testresultaten binnen zijn. Voor hen die niet in de hoofdgroepen vallen, kunnen verdere testen noodzakelijk zijn om te kunnen bepalen welke richting de behandeling dient te volgen.
Bloed en urine testen leveren de bevestiging van observaties en de wetenschappelijke basis voor de biochemische behandeling. Bloedtesten zijn de sleutel om ondermethylatie en overmethylatie te identificeren, onderzoek van de urine om pyroluria te identificeren. De informatie die deze testen opleveren, maakt een behandeling op maat mogelijk.

Het herstellen van de biochemische balans
Alhoewel de supplementen om de biochemische trends van schizofrenie te corrigeren gewoonlijk hetzelfde zijn, hanteert het PFC geen standaard protocol. Behandelingen zijn gebaseerd op de individuele biochemie. De dosering wordt bepaald naar rato van de metabolische gewichtsfactor van de betreffende persoon. Dit is veel accurater dan uit te gaan van een gemiddelde van 80 kilo, en het percentage dat iemand daarboven of onder zit te verrekenen. Die laatste methode geeft kleine mensen te lage doses en grote mensen te hoge. Het is niet juist iemand van 160 kilo twee maal zo veel te geven als iemand van 80 kilo.
De resultaten van de biochemische behandeling van schizofrenen zijn behoorlijk goed. Een interne studie van het HRI-PTC laat zien dat 20% volledig herstelt en de psychose geheel verdwijnt; 65% heeft een significante gedeeltelijke verbetering; 15% boekt weinig of geen voortgang. Deze aantallen betreffen alle gevallen, zowel acuut als chronisch, en alle biochemische typen, ook de splintertypen.
Het PTC heeft zeer veel succes met de behandeling van pyrolurische patiënten en overgemethyleerde patiënten met lage histamine. De moeilijkste groep van de ondergemethyleerde hoge histamine patiënten. Een deel van het probleem met deze groep is hun gebrekkig bereidwilligheid om mee te werken.
In het algemeen zijn mensen met schizofrenie echter bereidwilliger dan bijvoorbeeld mensen met een bipolaire stoornis. Dr. Walsh vermoedt dat dit is “omdat schizofrenen zo dramatisch lijden. Hun pijn is zo enorm, dat zij alles willen doen om beter te worden, zo wanhopig zijn zij.” Dit wil niet zeggen dat mensen met een bipolaire stoornis niet intens lijden, maar schizofrenen zijn nog verder op het continuüm van pijn en disfunctioneren.
Eén reden voor het gebrek aan bereidwilligheid mee te werken zou hun negatieve ervaringen met medicijnen kunnen zijn. Wanneer mensen naar het PTC komen, zijn al talrijke medicijnen op hen uitgeprobeerd en hebben zij geleden onder hun negatieve bijwerkingen.
Bereidwilligheid mee te werken is een essentieel onderdeel van de biochemische behandeling, want de meesten decompenseren snel wanneer zij hun supplementen niet innemen. De reden daarvan is volgens dr. Walsh “dat je schizofrenie wel kunt corrigeren, maar niet genezen. Corrigeren betekent dat de meesten volstrekt geen klachten hebben zolang zij de behandeling volgen. In de meeste gevallen vereist het handhaven van de biochemische balans supplementen, ook op langere termijn. Maar er zijn uitzonderingen. Sommige patiënten zijn, toen zij geen klachten meer hadden, tegen ons advies in, gestopt met het nemen van supplementen en van hun medicijnen. Sommigen van hen zijn nog steeds o.k. Maar de meesten van hen storten binnen zes maanden in, en vaak al eerder.”
De volgende casussen illustreren de drie belangrijkste biochemische profielen van schizofrenie, hoe biochemische behandeling die situatie kan keren en hoe het stoppen van de supplementen kan leiden tot terugval.

Melissa: lage histamine, overgemethyleerde schizofrenie
Melissa had haar eerste psychotische periode toen zij twintig was en nog op school zat. Zij kreeg de diagnose paranoïde schizofrenie. Haar belangrijkste symptomen waren auditieve hallucinaties, paranoïdie en angsten. Soms was zij ook gewelddadig, liep weg en sprong voor een auto. Omdat Melissa zichzelf of anderen iets zou kunnen aandoen, kon haar familie haar niet thuis houden en moest haar toevertrouwen aan een ziekenhuis.
Daar doorliep zij diverse oude anti-psychotica – Prolixine, Haldol en Thorazine. Dezen deden weinig meer dan haar sederen, waardoor zij gemakkelijk te hanteren was, maar deden niets om haar toestand te verbeteren. Nadat zij negen jaar in het ziekenhuis was geweest, werd zij ingesteld op Zyprexa, een van de nieuwe atypisch antipsychotica. Op deze nieuwe medicatie was zij niet langer gewelddadig. Haar familie was opgetogen over deze verbetering en nam haar weer in huis.
Toen Melissa tweeëndertig was, brachten haar ouders haar naar dr. Walsh. “Alhoewel de medicatie haar impulsiviteit en neiging tot gewelddadigheid had weggenomen, was zij een kluizenares in het huis en had zij nog steeds te lijden van auditieve hallucinaties, paranoïdie en angsten. Zij wilde haar kamer niet uit. Slechts één of twee keer per week at zij met haar familie. Zij wilde met niemand praten, hoorde voortdurend stemmen, was erg opgewonden en paranoïde. Zij wilde niet uitgaan en met mensen zijn omdat zij dacht dat die op haar neer keken en haar niet mochten.”
Alhoewel zij in staat was thuis te wonen, was haar leven ellendig en had zij geen sociale contacten. Zij had zware medicijnen, drie verschillende soorten. Later, toen zij begon te reageren op de behandeling van het PTC en haar communicatie verbeterde, begreep dr. Walsh dat depressie ook één van haar symptomen was.
Melissa’s histamine bleek zo laag dat de laboratoriumtesten die niet eens konden vinden. Om haar overmethylatie te behandelen, gaf dr. Walsh haar foliumzuur, vitamine B12 en niacinamide, in oplopende dosering, en ook de vitaminen C, E en B6.
Een maand later begonnen de stemmen die Melissa hoorde weg te gaan, zij kwam vaker uit haar kamer en sprak weer met haar familieleden. Toen het drie maanden later tijd was voor haar vervolgafspraak, zag dr. Walsh tot zijn verbazing dat zij zelf reed, met haar moeder naast haar. Dit was een grote vooruitgang. Ook was zij nu vaak rond het huis te vinden en had zij contact gezocht met haar voormalige schoolvriendinnen. Haar depressie was veel minder geworden. Zij was nog steeds niet zichzelf, maar wel aan de beterende hand.

De volgende afspraak was pas een jaar later. Nu kwam Melissa alleen naar de afspraak en vertelde dat haar symptomen helemaal weg waren. Twee van haar medicijnen had zij afgebouwd en van de laatste, Zyprexa, nam zij nog slechts één derde van de oorspronkelijke dosis. Haar enige klacht was af en toe een lichte depressie. Afgezien daarvan voelde zij normaal. Intussen had zij ook een baan.
Melissa hield zich stipt aan haar jaarlijkse afspraken, werkte volkomen mee met de behandeling en zorgde ervoor haar supplementen niet te vergeten. Na vijf jaar was zij beter dan ooit tevoren. Zij had carrière gemaakt, verdiende goed, had een eigen appartement, haar eigen auto en was onafhankelijk. Aan het eind van de afspraak zei zij tegen dr. Walsh: “Voor ik wegga, wil ik u nog iets vertellen. Ik ben lang ziek geweest. Een paar keer werd ik beter, maar kreeg steeds een terugval. Ook met uw behandeling ben ik steeds bang geweest voor een terugval. Daarom wilde ik nooit een relatie, ik was bang iemand tot last te zijn. Nu voel ik dat ik de rest van mijn leven okay zal blijven. Ik heb een man ontmoet. Ik denk dat wij gaan trouwen.”
Dat was vier jaar geleden. Melissa is inderdaad getrouwd, en het gaat goed met haar. Dr. Walsh beschouwt haar als “een van de degenen die volkomen genezen is. Zij heeft heel weinig medicatie nodig en heeft daar geen bijwerkingen van, omdat de dosering zo laag is. Haar doctor maakt zich zorgen dat dit te laag is om baat bij te hebben, maar ik denk dat niet.”
Bij een andere jaarlijkse controle vertelde Melissa dat zij niet wil praten over die twaalf jaar psychische ziekte. Die waren verschrikkelijker dan iemand zich voor kan stellen. Zij vergeleek het met iemand die terugkomt uit de oorlog en daar niet over kan vertellen. Dr. Walsh suggereerde dat zij er misschien een boek over zou kunnen schrijven, maar zij antwoordde dat dat onmogelijk was, want de verschrikkingen waren te groot.
“Wanneer mensen als zij beter worden, is het leven voor hen kostbaarder en aangenamer dan voor normale mensen,” zegt dr. Walsh tot besluit. “Wij beschouwen onze geestelijke gezondheid als een gegeven. Wanneer je die verloren hebt en de kwellingen kent, geniet je meer van het leven als je weer beter bent.”

Ben: hoge histamine, onder-gemythileerde schizofrenie
Ben, vijfenveertig jaar, was werkzaam als luchtverkeersleider. Van zijn twintigste jaar leed hij aan schizofrenie. Zijn collega’s wisten niet dat hij een probleem had. Dat vermogen om hun schizofrenie te verbergen heeft dr. Walsh ook bij sommige andere patiënten gezien. Hij noemt een paranoïde schizofrene politieman, die uiteraard een pistool droeg, en een schizofrene psychiater die schizofrenen behandelde. Maar de meeste schizofrenen zijn niet in staat het te verbergen. Degenen die het wel kunnen, behoren gewoonlijk tot het hoge histamine type, aldus dr. Walsh. “Zij spreken met niemand over hun waanideeën. Zodoende lijken zij heel normaal.”
Gedurende de vijfentwintig jaar van zijn ziekte schommelde Ben heen en weer tussen ernstige en minder ernstige perioden. Alhoewel hij was ingesteld op medicatie (Prozac en Risperdal), maakte hij één of twee keer per jaar een periode door waarin hij niet kon functioneren. Meermaals had hij geprobeerd zichzelf te suïcideren. Zijn gezin – hij was getrouwd en had kinderen – sleepte hem erdoor. Toen hij bij dr. Walsh kwam, zat hij sinds zes weken in de ziektewet, omdat hij voelde dat hij geestelijk niet in staat was zijn werk te doen. Hij wilde graag weer aan de slag, maar wist dat hij hulp nodig had.
Ben was niet in staat zich langer dan enkele minuten te concentreren, dat was te uitputtend. Hij kon bijvoorbeeld enkele pagina’s lezen, maar niet een heel hoofdstuk. Daarenboven had hij een flinke depressie en leed aan angst- en paniekaanvallen. Hij was antisociaal geworden, meed mensen en groepen, bleef liever alleen.

Ben had ook typische waanideeën. Hij dacht dat een buurman de oorzaak van al zijn problemen was. “Veel van deze hoge histamine patiënten wijten hun problemen aan een bepaalde andere persoon. Dat kan hun vrouw zijn, een buurman, een collega op het werk. Wanneer die persoon verdwijnt, vinden zij iemand anders die volgens hen de oorzaak van is van wat verkeerd gaat.”
Hij was gediagnosticeerd als paranoïde schizofreen, maar dr. Walsh denkt dat schizo-affectieve stoornis passender zou zijn. Ook zijn tendens weinig te spreken wijst daarop. “Hij zat maar stilletjes in de ruimte te staren, en je zou denken dat er niets in hem omgaat. Dat is ten dele de angststoornis, waarbij de angst zich niet laat zien. Hun geest gaat tekeer, maar het lijkt alsof zij heel kalm zijn, bijna katatoon.”
Om de ondermethylatie aan te vullen, startte dr. Walsh met methionine, calcium, magnesium en vitamine B6, en hoogde dit geleidelijk op. Na drie maanden was hij voor ongeveer 50% genezen, wat een gebruikelijk resultaat is bij hoge histamine. Hijzelf was atypisch, omdat hij goed meewerkte met de behandeling. Na een jaar was hij volkomen hersteld. Nu, zes jaar later, is hij nog altijd vrij van psychotische symptomen en heeft hij promotie gemaakt op zijn werk. Hij is van de Prozac af en neemt nog één derde van zijn oorspronkelijke dosis Zyprexa. Dr. Walsh vindt het niet nodig dat hij daarmee stopt, want van zo’n lage dosering ondervindt hij geen bijwerkingen.

Isabel: pyrolurische schizofrenie
Isabel, dertig jaar oud, leidde het familiebedrijf. Zij hield de boeken bij, huurde personeel in en was de meest bekwame van haar grote familie. Toen één van haar zussen plotseling overleed, stortte zij in. Zij vertoonde de klassieke symptomen van pyroluria. Zij was suïcidaal, probeerde zichzelf van het leven te beroven door van een brug te springen, waar zij twee gebroken benen aan overhield. Zij was voortdurend bang en zeer geagiteerd. Haar geest ging alle kanten op.
De staf van het PTC had er drie uur voor nodig om een urinemonster van haar te krijgen, zo geagiteerd, verward en besluiteloos was zij. Zij maakte een begin, zei dat “nee, ik kan het niet.” De staf bleef geduldig en de testresultaten toonden aan dat zij ernstige pyroluria had. “Daar was ik blij om,” zei dr. Walsh, “want die mensen genezen sneller en vollediger.”
Isabel had zink en de vitaminen B6, C en E nodig, in zeer hoge dosering. Met dit regime verbeterde haar toestand na drie weken. Na twee maanden was zij weer bijna haar oude zelf. Na drie maanden was zij volledig genezen en leidde zij weer het familiebedrijf.
Toen zij bij dr. Walsh kwam, had zij vele medicijnen. Toen zij zich helemaal beter voelde, stopte zij daarmee en ondervond daar geen nare gevolgen van. “Zij is één van degenen die geen medicijnen meer nodig hebben. Dat gebeurt het vaakst bij pyroluria-patiënten,” aldus dr. Walsh.
Drie jaar lang ging alles goed. Toen kreeg dr. Walsh een telefoontje van Isabels broer, die vertelde dat er iets mis was. Dr. Walsh zei hem na te vragen of zij soms gestopt was met haar supplementen. Dat bleek inderdaad het geval, sinds ongeveer twee maanden. “Zij vallen niet onmiddellijk terug,” legt dr. Walsh uit. “Sommigen sneller, anderen langzamer.” Haar familie bracht haar terug naar het PTC. Zij was niet in zo’n slechte conditie als eerst, en na zes weken supplementen te hebben genomen, was zij weer normaal.
Dr. Walsh vertelt dat “zij inmiddels drie maal een terugval heeft gehad, iedere keer door tegen advies met de supplementen te stoppen. Ik begrijp niet dat iemand die zo verschrikkelijk geleden heeft en een eenvoudige, goedkope remedie vindt, dit toch weer doet.” Isabel leeft alleen, misschien is dat een deel van het probleem. Er is niemand die haar stimuleert het protocol te volgen. Intussen gaat het weer anderhalf jaar lang goed en dr. Walsh hoopt dat zij nu geleerd heeft trouw haar supplementen te nemen.

Medicatie
Zoals deze casussen illustreren, maakt een biochemische behandeling het voor veel mensen met schizofrenie mogelijk te stoppen met psychofarmica of de dosis aanmerkelijk te verlagen. Dr. Walsh merkt op dat de meesten die naar het PTC komen “een hele lading medicijnen hebben voorgeschreven. De psychiaters hebben de neiging te overdrijven, omdat zij bang zijn voor een terugval.” Het gevolg is een heleboel bijwerkingen, zodat sommige patiënten helemaal geen medicijnen meer willen.  Als de voedingssupplementen het onderliggende probleem corrigeren, neemt de behoefte aan medicijnen af, vaak tot zo’n lage dosis dat er geen bijwerkingen zijn, zoals bij Ben en Melissa. Het is evenwel belangrijk de medicatie geleidelijk af te bouwen.
Eén van dr. Walsh zware schizofreniepatiënten ondervond ernstige gevolgen toen zij zich hier niet aan hield. Als een klassieke pyroluriapatiënt, was zij zeer suïcidaal en had zeven krachtige medicijnen om te verhinderen dat zij zichzelf zou doden. Toen haar familie haar naar dr. Walsh bracht, legde hij haar de volgorde uit, dat zij haar medicatie moest blijven nemen tot de biochemische behandeling haar weer in balans had gebracht. Hij vertelde haar dat zij zich “na drie weken beter zou gaan voelen, kalmer zou worden, dat de angsten weg zouden smelten en de psychose verdwijnen. Zij moest er rekening mee houden dat zij zich dan volledig gesedeerd zou gaan voelen en ongelooflijk moe. Ik zei haar en haar moeder dat wanneer dat gebeurde, het tijd was om feest te vieren, want dat betekende dat het beter begon te gaan.”

De sedatie en vermoeidheid zijn de gevolgen die dergelijke krachtige medicijnen zouden hebben op mensen die niet schizofreen zijn. Het begin van de symptomen is echter geen signaal om je medicatie weg te gooien. Dr. Walsh benadrukt hoe belangrijk het is samen te werken met een doctor en medicijnen langzaam af te bouwen. Wanneer je te snel stopt, kan dat je terug in de psychose storten.
Het gebeurde precies zoals dr. Walsh gezegd had. De symptomen verdwenen als sneeuw voor de zon en de jonge vrouw was vol vreugde. Maar ondanks zijn waarschuwingen stopte zij onmiddellijk met de meeste medicijnen, zo goed voelde zij zich. Binnen een week was zij weer afgegleden naar dezelfde verschrikkelijke toestand. Nu werkt zij samen met een psychiater van het PTC die is gespecialiseerd in het opstellen van medicatie-protocollen die zijn afgestemd op de individuele biochemie, om geleidelijk haar medicatie af te bouwen. Dr. Walsh verwacht dat zij volledig zal genezen, maar nog altijd een kleine dosis medicatie nodig zal hebben.
Ongeveer één derde van de pyroluriapatiënten kan helemaal zonder medicatie. Sommigen houden hun medicatie bij de hand, voor het geval onverwachte stress optreedt, die hun symptomen kan verergeren. Zo kunnen zij medicatie nemen als dat nodig is.
Schizofrenen met lage histamine zijn zo kwetsbaar voor terugval dat slechts vijf à tien procent helemaal van hun medicijnen af komt. Datzelfde geldt voor hoge histamine patiënten. Hun neiging niet mee te werken, brengt velen ertoe hun medicatie op te geven, maar slechts vijf à tien procent is in staat zonder te blijven.
Deze percentages zijn hoger voor mensen uit andere landen, zegt dr. Walsh. “Als je kijkt naar het verloop van schizofrenie en de Verenigde Staten vergelijkt met Canada, Ierland, Engeland of Duitsland, zie je dat mensen die elders schizofreen worden, niet zo vreselijk lijden als hier, zelfs niet als zij geen behandeling krijgen. Om de een of andere reden is schizofrenie in de VS een ernstiger ziekte.” De reden hiervan is onbekend, maar hij vermoedt dat het standaard Amerikaanse dieet, arm aan voedingsstoffen, met veel bereid voedsel en chemische toevoegingen, er iets mee te maken heeft.

De vreugde van het herstel
“Van alle dingen die wij doen, geeft niets zo veel voldoening als wanneer een schizofreen herstelt,” zegt dr. Walsh. “Het is geweldig als een kind vooruitgaat of als iemand met een depressie opknapt, maar schizofrenie heeft iets speciaals – de vreugde wanneer iemand weer zichzelf wordt. Dat is een topervaring voor iedereen van onze staf.”
Hij vertelt over twee mensen wier herstel hem bijzonder geraakt heeft. Zij waren allebei jong, hadden een uitzonderlijk zware schizofrenie, waren geestelijk volledig de weg kwijt. Zij ontmoetten elkaar in een psychiatrische inrichting, werden verliefd en trouwden. Zij leefden een marginaal, armoedig bestaan en waren beiden draaideurpatiënt. Zes jaar geleden slaagden zij erin behandeling te zoeken bij het PTC. Nu hebben zij allebei een baan, zij wonen in hun eigen appartement en zijn al zes jaar niet opgenomen geweest. Hun psychose is verdwenen. “Zij zijn echt inspirerend,” zegt dr. Walsh. “Zij delen een ervaring die een enorme band schept, zij zijn samen door zo veel heengegaan. Nu besteden zij hun leven aan het helpen van andere schizofrenen.”
Omdat hij er getuige van is geweest dat vele verloren levens weer opgeëist werden, is dr. Walsh gefrustreerd dat een biochemische behandeling geen standaard praktijk is in de psychiatrie. “Ik weet dat er miljoenen zijn die geholpen zouden kunnen worden. En er zijn tienduizenden doctoren en psychiaters die graag in staat zouden willen zijn dit in te zetten ten bate van hun patiënten. Maar zij hebben er eenvoudigweg geen weet van. Wij doen dit werk nu al vrij lang. Carl Pfeiffer deed het al vijfentwintig jaar geleden, met groot succes. Abram Hoffer deed het sinds 1955, met groot succes. En toch wil niemand naar ons luisteren.
Waar het op zit, is volgens mij dat in het Westen iedereen probeert het miljoenen-dollar-medicijn dat het probleem oplost te vinden. Daar gaat het geld naar toe. In verhouding doet men maar heel weinig moeite om de onderliggende mechanismen en de moleculaire biologie van schizofrenie te begrijpen. Dat is werkelijk een schande! De medische opleidingen worden allemaal gesponsord door de farmaceutische bedrijven. Als je de medische tijdschriften inkijkt, zie je op elke tweede pagina grote, prachtige advertenties van de farmaceutische bedrijven.”
Dr. Walsh vermoedt echter dat de effectiviteit van de biochemische behandeling uiteindelijk zal leiden tot een wijdverspreid gebruik. “Het lijkt voor de hand liggend dat de behandelingen van de komende eeuw ook de natuurlijke chemicaliën van het lichaam, die de patiënt tot zijn normale toestand zal terugbrengen, zullen opnemen, in plaats van de medicijnen die resulteren in een abnormale toestand. De wereld zal tenslotte de wijsheid inzien van de wet van Pfeiffer: Voor elk medicijn waar een patiënt baat bij heeft, is er een natuurlijk middel dat hetzelfde effect kan bereiken.

Vertaling: Charles Steur (c.steur”apstaartje”tele2.nl)

Overige literatuur:
Edelman, E., Natural Healing for Schizophrenia and other common mental disorders; 1996/2009.
Foster, H.D., De echte oorzaak van schizofrenie; 2004.
Marohn, S., The Natural Medicine Guide to Anxiety.
Marohn, S., The Natural Medicine Guide to Autism.
Marohn, S., The Natural Medicine Guide to Bipolar Disorder; 2001/2011.
Marohn, S., The Natural Medicine Guide to Depression.

You may also like...