Casus manisch depressief

Casus manisch depressief  2

Een alleen staande vrouw (halverwege de 30) zonder kinderen zit in de WAO. Ze komt uit een groot gezin. Haar grootmoeder (van vaders zijde) is door suïcide overleden. Vader heeft een bipolaire stoornis, alsmede twee van haar zussen.

Op de middelbare school maakt ze voor het eerst een depressieve periode mee. Tijdens haar studie werd ze voor het eerst opgenomen: op vakantie met vriendinnen was ze manisch geworden. Na een tweede opname, wederom vanwege een manie, breekt ze haar studie noodgedwongen af. Daarna probeerde ze herhaaldelijke andere opleidingen, had diverse baantjes en relaties. Steeds liep het mis door manische of depressieve periodes. Ze gebruikte geregeld medicatie (antipsychotica en/of lithium) maar hield hier mee op als het weer beter ging.

 

Het afgelopen jaar was ze meer opgenomen dan thuis. Er waren zeker twee manische episoden en enkele weken. Daarbij was er vooral sprake van een uitgelaten maar soms ook zeer prikkelbare stemming, ontremd gedrag, druk praten en weinig slapen. In deze perioden ging ze nieuwe seksuele relaties aan en dronk veel.

Inmiddels is ze, voor de derde keer binnen een jaar, sinds enkele weken depressief. Daarbij is vooral sprake van een grote moedeloosheid, verdriet, prikkelbaarheid, klachten over moeheid en veel in bed liggen (ook overdag).

Besloten word om haar opnieuw in te stellen op medicatie (in elk geval een stemmingsstabilisator) haar opnieuw aan te melden voor een psycho-educatiegroep en daarbij veel aandacht te besteden aan goede therapietrouw.

You may also like...

Geef een reactie