Catalepsie, 1892


Catalepsie. – Beschrijving der ziekte. – Oorzaken en Behandeling
Bron: Zenuwlijden, Dr. E. Monin, Zesde Hoofdstuk
Uit het Fransch vertaald door Dr. A. Aletrino
Nijmegen, HCA Thieme, 1892

Catalepsie, meestal vereenigd met godsdienstige verrukking, is een onderdeel en een der ziektevormen van de hysterie. Wat is catalepsie? Een zenuwachtige toestand waarbij de willkeurige bewegingen zijn opgeheven en timmer1946_katalepsiewaarbij de zieke het wonderlijke schouwspel aanbiedt van totale onbeweeglijkheid en gevoelloosheid. De spieren zijn gespannen en stijf; zij blijven onbeweeglijk in de meest vermoeiende en vreemdsoortige houdingen, waarin ze door de hand van een ander worden geplaatst. Het verstand, de zintuigen, het gevoel zijn buiten werking, de zieke is als versteend gebleven in de houding waain de aanval hem aantastte. Alle gemeenschap met de buitenwereld is afgebroken, terwijl de werking der inwendige organen blijft voortgaan, de spijsvertering, bloedsomloop, ademhaling; deze zijn slechts verzwakt en verminderd.

De lijders aan catalepsie hebben op ’t oogenblik van den aanval geen koorts, hun oogleden zijn vast gesloten, hun aangezicht drukt de aandoening uit waarmee ze bezield waren op ’t oogenblik dat de aanval begon. Onbeweeglijk als standbeelden, zijn zij geheel gevoelloos: men kan ze kriebelen, prikken, branden zonder dat zij de minste beweging maken. De natuurlijke functies hebben opgehouden, afscheidingen der vochten zijn verminderd, honger en dorst verdwenen. Trouwens, het slikken is zeer moeielijk daar de keel in ’t meerendeel der gevallen krampachtig is saamgeknepen.

De cataleptische aanval kan van twee minuten tot vele maanden duren; soms komen de aanvallen dicht na elkaar, vooral wanneer de catalepsie een der verschijnsels is van een zenuwachtig lichaamsgestel. Plotseling houdt de aanval op zonder dat de zieke zich iets daarvan herinnert; hij onwaakt met gapen en een zekere stomheid.

Meestal is de catalepsie gedeeltelijk en onvolkomen. Bijvoorbeeld de werking van alle zintuigen is niet geheel opgeheven: het gehoor en de reuk blijven onaangetast. Maar bijna altijd is de wil geheel opgeheven evenals de stem en het spraakvermogen. Om zich er van te overtuigen dat men zich niet vergist en dat de aanval echte catalepsie is en niet een geveinsde behoeft men slechts een der ledematen van den zieke aan te vatten en in een zekere positie te plaatsen; blijft het lid in dezelfde positie zonder de zieke er iets aan kan veranderen, dan is ’t echte catalepsie.

barnhoorn1936_katalepsieCatalepsie komt dikwijls in de jeugd voor en is soms erfelijk. De aanvallen vertoonen zich onder den invloedvan heftige gemoedsbewegingen, geestesoverspanning, godsdienstige opwinding enz. men verhaalt van een magistraatspersoon die, beleedigd in de uitoefening van zijn ambt in ’t midden van een rechtspleging plotseling zweeg en met open mond bleef staan, met wijd geopende ogen, de vuist dreigende tegen zijn beleediger. Dat is een cataleptische aanval door woede.

Een ander schrijver verhaalt van een dame, die alle keeren cataleptisch werd wanneer haar man gemeenschap met haar wilde hebben; op het tijdstip van haar huwelijk had zij de grootste afschuw voor haan aanstaanden echtgenoot aan de dag gelegd, en alle keeren dat deze afschuw opnieuw in haar ontwaakte, kwam de cataleptische aanval.

Een andere schrijver maakt melding van een dame die cataleptisch werd op ’t oogenblik dat haar man haar in een verboden gesprek betrapte; drie uur daarna hield de aanval op en voleindigde de dame den zin waarin ze gestokt was.

Dikwijls brengt een heftige schrik een aanval teweeg; de choleratijd van 1832 was zeer vruchtbaar in zulke verschijnselen. Men heeft zulke aanvallen dikwijls opgemerkt bij studenten in de medicijnen die, den eersten keer dat zij een lijk zagen op de snijkamer, door schrik werden aangegrepen. De bliksem heeft herhaaldelijk catalepsie teweeggebracht.

Maar ’t meest komt de ziekte voor, naast hysterie, godsdienstige verrukking, somnambulisme (slaapwandelen), melancholie en waanzin. Dat verklaart ons de zenuw-besmetting of liever de besmetting door nabootsing, en de herhaalde epidemien die in de middeleeuwen de vrouwenkloosters bezochten zijn te verklaren door den zenuwachtigen, prikkelenden invloed van het afgezonderd leven. Helaas bestaan die invloeden in het jaar 1891 onzes Heeren nog en al te dikwijls is in onze dagen catalepsie een uitvloeisel van godsdienstwaanzin.

Ofschoon de dood tengevolge der catalepsie hoogst zeldzaam is, moet men toch met alle kracht optrekken tegen deze aandoening die tamelijk heftig op het geheele lichaam terugwerkt. Men kan, ofschoon zoncer veel gevolg, den aanval trachten te bestrijden met koude overgietingen, laten opsnuiven van ether of ammoniak, mosterdpappen aan polsen en enkels enz. ’t Beste nog wat Puel heeft aangeraden, namelijk de ledematen wrijven, langs het verloop der saamgetrokken spieren, chloroform laten inademen en vooral het aanwenden van den electrischen stroom. Maar ’t voornaamste is natuurlijk het behandelen der oorspronkelijke ziekte, waaruit de catalepsie voorkomt. De behandeling is zoowat dezelfde als die tegen andere zenuwaandoeningen en wel koudwaterkuren, electriseren en soms hypnotiseren.

Vooral moet men niet de moreele behandeling vergeten die zeer goed kan wordan aangewend bij een aandoening die de geestvermogens van den lijder ten sterkste aantast. Daartoe behoort het verwijderen der oorzaken die catalepsie opwekken: een kalm leven, vrij van beslommeringen en verdriet, verandering van landsstreek en zelfs van klimaat, afleiding en reizen zijn de middelen die men moet aanwenden om een volmaakte genezing te krijgen en den lijder te vrijwaren voor herhaling.

 

You may also like...

Geef een reactie