Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

Cluster C:  Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

Iemand met een “dwangmatige persoonlijkheidsstoornis” vertoont extreem perfectionistisch en inflexibel gedrag. Ze zijn consciëntieus, scrupuleus en niet flexibel over moraal, ethiek, normen en waarden. Zij kunnen zichzelf en anderen dwingen tot het volgen van rigide morele principes en het leveren van erg hoge prestaties.

Hoe goed een prestatie ook is, deze is nooit goed genoeg. Iemand met een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis heeft de behoefte almaar te ordenen, legt de nadruk op onbelangrijke bezigheden en details, maakt lijstjes en hanteert veelal strakke normen. Niets wordt uit handen gegeven en samenwerking met anderen verloopt moeilijk. Alles moet perfect gebeuren of anders niet, er bestaat geen tussenweg. Werk wint het van ontspanning.

Deze stoornis word gekenmerkt door de sterke neiging tot perfectionisme en preoccupatie met ordening en controle. Deze eigenschappen kunnen in sommige beroepen en onder sommige omstandigheden uitermate passend zijn.
Zij zijn geneigd tot stevige zelfkritiek. Ze respecteren autoriteit en regels, staan op het letterlijk volgen van de regels ongeacht de omstandigheden.

Dwangmatige mensen wekken de indruk heel zelfstandig te zijn, terwijl ze voortdurend piekeren over hoe anderen over hen oordelen. Vaak gedragen zij zich aangepast en beleefd, maar ze voelen juist verzet, kwaadheid of rancune. Deze gevoelens durven zij zichzelf en anderen niet toe te staan. Ze zijn sterk gericht op het naleven van regels, ook om zo hun eigen gevoelens en impulsen in bedwang te houden.

Ze zijn trots op hun realiteitszin, rationele inslag en wantrouwen. Ze moeten van alles, hebben grote inzet en streven perfectionisme na. Vaak hangt hun gedrevenheid en kritische inslag, samen met angst voor afwijzing, straf of beschuldiging.
Een diepgaand patroon van preoccupatie met ordelijkheid, perfectionisme, beheersing van psychische en intermenselijke processen, ten koste van soepelheid, openheid en efficiëntie, beginnend in vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende:

•Is gepreoccupeerd met details, regels, lijsten, ordening, organisatie of schema’s, hetgeen zover gaat dat het eigenlijke doel uit het oog verloren wordt
•Toont een perfectionisme dat het afmaken van een taak bemoeilijkt (bijvoorbeeld onvermogen iets af te maken omdat het niet aan eigen overtrokken eisen voldoet)
•Is overmatig toegewijd aan werk en productiviteit, met uitsluiting van ontspannende bezigheden en vriendschappen (niet te verklaren door een duidelijke economische noodzaak)
•Is overdreven gewetensvol, scrupuleus en star betreffende zaken van moraliteit, ethiek of normen (niet te verklaren vanuit culturele of godsdienstige achtergrond)
•Is niet in staat om versleten of waardeloze voorwerpen weg te gooien, zelfs als ze geen gevoelswaarde hebben
•Is er afkerig van taken te delegeren of met anderen samen te werken, tenzij deze zich geheel onderwerpen aan zijn of haar manier van werken
•Heeft zich een stijl van gierigheid eigen gemaakt ten aanzien van zichzelf en anderen; geld wordt gezien als iets dat opgepot moet worden voor toekomstige catastrofes
•Toont starheid en koppigheid

Om voor de diagnose in aanmerking te komen moet het moet het gedragspatroon nadrukkelijk ten koste gaan van flexibiliteit, openheid en doelmatigheid en mag niet worden verklaard door een duidelijke economische noodzaak of vanuit culturele of godsdienstige achtergrond.
Het perfectionisme moet bijvoorbeeld het afmaken van een taak bemoeilijken dan wel ten koste gaan van ontspannende bezigheden.

Met dwangmatige mensen is het vaak niet gemakkelijk om prettig mee samen te werken. Zij kunnen maar moeilijk accepteren dat anderen doorgaans lagere standaarden hanteren dan zijzelf en geven daarom niet graag werk uit handen. Hun koppigheid en starheid werkt daarbij niet zelden ergernis bij anderen op. In intieme relaties kan angst voor verlies van controle spelen. Bijvoorbeeld wanneer opeens hun behoefte aan geborgenheid bovenkomt, terwijl zij juist zo gesteld zijn op hun onafhankelijkheid. Ook raken ze soms in de war door heftige gevoelens van kwaadheid of voelen zij zich tekortgedaan.

De obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis dient niet te worden verward met de obsessief-compulsieve stoornis op AS-I. Behalve de naam lijken de stoornissen weinig gemeen te hebben. Bij de obsessieve compulsieve stoornis gaat het niet zozeer om de neiging tot perfectionisme en ordening, maar om terugkerende en aanhoudende gedachten die aan het individu worden opgedrongen of gedragingen waartoe de patiënt zich gedwongen voelt.

Asthene persoonlijkheid

De oude benaming voor obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis is asthene persoonlijkheid.

Kenmerken

A. Psychasthenie

•Perfectionisme; precisie; pietluttigheid; grote behoefte aan zekerheid, orde en netheid; vaak veel tijd kwijt aan ordelijkheid; moeite om iets tot morgen te laten liggen; precies in kleinigheden, slordig in grote zaken, labiele psychische spankracht; snel “op”, ontmoedigd
•Controledwang; liefst alles bij het oude houdend
•Twijfelzucht; besluiteloosheid; angst voor fouten maken

B. Neurasthenie

•Sterk plichtsgevoel; zichzelf overvragen
•Snelle vermoeidheid; somatiseren
•Faalangstig
•Weinig begaafd in leggen emotionele contacten; beperkt affect; vaak monotone en gedetailleerde spraak

Bronnen:

Handboek psychopathologie, deel 1 basisbegrippen 2000, Bohn Stafleu en van Loghum
Hulpgids.nl

You may also like...

Geef een reactie