Eugen Bleuler, 1883-1969


24 april 1908. De Duitstalige fine fleur van de psychiatrie heeft zich verzameld voor haar voorjaarscongres. De 50-jarige Zwitserse hoogleraar Eugen Bleuler neemt voor het eerst een raadselachtig klinkend woord in de mond: schizofrenie, dat gespletenheid van geest betekent. Dit woord, vond hij, klonk beter dan de net in zwang geraakte diagnose voor chronisch zwaar in de war geraakte jonge mensen: dementia praecox, oftewel vroegtijdige seniliteit. Bleuler kaapte hiermee het woord voor de meest gevreesde psychiatrische diagnose voor de neus weg vanzijn generatiegenoot Emil Kraepelin.

bleuler

Eugene Bleuler

Eugen Bleuler (1857-1939) stamt uit een boerenfamilie en groeide op in Zollikon, een klein dorpje bij Zürich, waar hij ook medicijnen ging studeren. Ook studeerde hij in Parijs, Londen en München. Na zijn studie keerde hij terug naar Zürich en ging werken in het universiteitsziekenhuis Burghölzli alwaar hij directeur werd. Hier had hij onder andere Carl Gustav Jung, Franz Riklin en Karl Abraham in dienst had. Ook zijn zoon Manfred Bleuler heeft hier later als psychiater gewerkt.
In 1886 werd Bleuler benoemd tot directeur van een psychiatrische kliniek in Rheinau. Deze kliniek werd in die tijd gezien als wat achtergebleven en ouderwets en Bleuler werkte er hard aan verbetering van de omstandigheden voor patiënten.

Bleuler is vooral bekend als naamgever van de ziekte schizofrenie en zijn pionierswerk in de beschrijving van psychische aandoeningen. Zijn boek Lehrbuch der Psychiatrie was decennialang toonaangevend in de psychiatrie. Nog in 1983 verscheen een vijftiende druk. Zoals gezegd is Bleuler beroemd geworden door de naam schizofrenie en de afgrenzing hiervan van andere psychiatrische ziektebeelden.

Hij was een van de eersten die een systematische beschrijving en classificatie van geestesziekten gaf. De schizofrenie was door Emil Kraepelin eerder dementia praecox genoemd (vroegtijdige dementie) en beschreven als een ziekte die op jonge leeftijd ontstaat en tot geestelijk verval leidt. Bleuler constateerde echter dat er niet altijd dementie optrad. Hij publiceerde een nieuwe definitie van de ziekte en gaf deze ook een andere naam: schizofrenie (gespleten geest). Ook de term autisme is van Bleuler afkomstig. Hij doelde hiermee op het verstoorde emotionele contact met anderen dat hij bij schizofrenen waarnam. Interessant is dat Bleuler geheel tegen de visie van Kraepelin in geloofde dat er geen duidelijke grens is tussen een gezonde en een zieke geest. Hij nam bij mensen gedrag waar dat wel aan schizofrenie deed denken, maar niet ziekelijk genoemd kon worden. Hij beschouwde dit niet-ziekelijke gedrag meer als een persoonlijkheids- of karaktereigenschap (vgl. bv. schizotypische persoonlijkheidsstoornis).

Hoewel Bleuler dus de term schizofrenie introduceerde in de medische wereld, een term die wereldwijd is geaccepteerd, verschafte deze anderzijds maar weinig helderheid in het psychiatrisch denken. De zoon van Bleuler, Manfred, beschouwt zijn vader als een aanhanger van het biologische, waarmee hij hem dichter in de buut van Kraepelin brengt.

Eugen Bleuler was over de vijftig toen hij in 1908 voor het eerst schreef over schizofrenie. Hoewel hij geen kritiek wilde leveren op zijn leermeester Kraepelin, waren er toch duidelijke verschillen in hun opvattingen die op het volgende neerkwamen: de dementia praecox is niet altijd een dementie noch vroeg optredend. Er bestaat geen algemene prognose van schizofrenie; er bestaan subgroepen.

Bleuler pleit voor het opstellen van een prognose voor het individu. Bovendien zou er geen genezing van schizofrenie voorkomen. De dementie bij de schizofreen is niet massaal, maar doet zich toch voor op bepaalde terreinen of in relatie met andere verschijnselen. De cerebrale pathologie uit zich in de primaire symptomen, de omgeving en psychologische mechanismen dragen bij tot de secundaire symptomen. Bleuler vergelijkt in dit verband de schizofrenie met de osteoporose. Bij de osteoporose wordt het bot ontkalkt, hetgeen aanleiding kan zijn tot misvormingen en zelfs botbreuken. Een breuk treedt echter pas op las gevolg van uitwendige factoren. Naar analogie van deze osteomalacie kan men de schizofrenie beschouwen als een aandoening waarbij de hersenstructuur ‘losser’ word. Uitwendige factoren als stress zijn dan aanleiding tot het uitbreken van psychotische verschijnselen.

Het uitgangspunt bij Bleuler is dus de biologie. De term schizofrenie verwijst naar een anatoompathologische en klinische entiteit. Bleuler wilde naar analogie van de dementia paralytica het anatomisch substraat en de veroorzaker van de ziekte vinden. Door heel het werk van Bleuler heen kan men getuigenissen aantreffen van de obsessie voor de oorzaak van schizofrenie.

Bleuler heeft met zijn schizofreniebegrip het idee van de eenheidspsychose willen versterken. Waarschijnlijk heeft hij ertoe bijgedragen dat zoveel verschillende psychiatrische stoornissen onder dit begrip zijn komen te vallen, waardoor men alleen maar een inflatie van teweeg heeft gebracht.

Het werk van Bleuler stelt ons niet in staat om een onderscheid te maken tussen de neurose en de psychose want er zou slechts een gradueel verschil bestaan. Bovendien was Bleuler van mening dat de hysterie een neurologisch-schizofrene basis zou hebben. Het is verre van wetenschappelijk om een ziekte te onderscheiden door de naamgeving van één van haar symptomen, zeker wanneer dat symptoom weinig specifiek is.

Het zou hetzelfde zijn wanner wij een otitis media (middenoorontsteking) zouden benoemen als doofheid. Doofheid is een weinig specifiek dat door vele verschillende oorzaken tot stand kan komen. De splitsing van de persoonlijkheid is een a-specifiek verschijnsel dat ook bij andere stoornissen voorkomt zoals bij de hysterie, eetstoornissen en in zekere zin ook bij dwanghandelingen.

Het begrip schizofrenie is een zeer groot succes ten deel gevallen. In relatief gesloten culturen zoals die van Rusland en China is de term zeer populair geworden. Schrijvers als Solzjenitsyn en Brodski en andere dissidenten zijn vanwege hun kritische houding tegenover het communistische regime de aanduiding schizofreen deelachtig geworden. Natuurlijk is hier sprake geweest van flagrant misbruik van de psychiatrie door de politiek, maar men kan zich ook afvragen of de vaagheid van de term schizofrenie niet bijgedragen heeft tot dat misbruik.

Een heterogene groep van psychosen onderbrengen in het ziektebegrip schizofrenie vraagt om moeilijkheden op gebieden van de wetenschap, diagnostiek en behandeling.

Door het werk van Bleuler lijken de controversen in de psychiatrie nog eens aangescherpt te zijn en een nadere lezing van zijn teksten zal wellicht onthullen dat de tegenstellingen in de psychiatrie heden ten dage nog gelden en misschien wel van alle tijden zijn. De grote invloed van Bleuler op vooral de Amerikaanse psychiatrie is zeer opmerkelijk omdat zijn teksten nogal duister zijn en schier onmogelijk te vertalen.

 

Bron: Omzien naar de Psyche, Jos de Kroon, Boom 1999

You may also like...

Geef een reactie