Evidence based therapie, vloek of zegen?

Een van de tovertermen in de medische wereld is tegenwoordig “evidence based therapie of practice”. Evidence Based therapie of evidence based practice betekent “waarheid, genezing en geld”. Evidence based is de legitimering van een methodiek om stoornissen en ziektes te genezen. Vaststaande testmethodes en bronnen bepalen of een methodiek evidence based is. Is het predikaat evindence based practice eenmaal verdiend dan kun je er als medicus mee aan de gang en krijg je er geld voor. Is het niet evidence based dan ben je alternatief of ongeloofwaardig en krijg je er waarschijnlijk geen geld voor. Uitzonderingen zijn dingen zoals acupunctuur of homeopathie die om wat voor reden dan weer wel mogen. Hoe dat in elkaar zit is me trouwens een raadsel.

Evidence based therapie, vloek of zegen … ?

Een medische student moet er rekening mee houden dat aan het einde van de zijn carriere 50% van zijn kennis achterhaald is1. Dat zegt veel over de waarde van de term evidence based. Ook dat is dus na een jaar of 40 voor de helft achterhaald. Bovendien ontstaat er een rigide systeem waarin alleen plaats is voor methodieken die onder de term evidence based vallen. Zijn er echter methodieken die wel werken of waarvan het gezonde verstand zegt dat het werkt dan kunnen ze niet toegepast worden omdat ze niet evidence based zijn.

Binnen de methodologie wordt de stelling “absence of evidence is not evidence for absence” gezien als één van de voornaamste argumenten om Evidence based practice te bekritiseren.De afwezigheid van bewijs is geen bewijs voor de niet-werkzaamheid van een methode, bijvoorbeeld omdat de methode nog te jong is om zichzelf wetenschappelijk te hebben kunnen bewijzen. De kritiek richting EBP houdt in dat binnen EBP alleen die behandelingen en interventies genoemd worden die dit bewijs al wel hebben geleverd, waardoor nieuwe, mogelijk beter of tevens werkzame methoden niet toegepast worden door hulpverleners simpelweg omdat ze niet genoemd worden in de EBP-handboeken. Mooi voorbeeld is de biochemische behandeling van Schizofrenie en een aantal andere psychatrische- en gedragsstoornissen van Dr. Walsch. Inhoudelijk ga ik daar niet op in, lees het artikel elders op deze site voor de inhoudelijk kennis over deze methode.

Op een afdeling langdurige zorg waar ik werkte verbleef een patient die vanwege verregaand afdelings ontwrichtend gedrag , agitatie en agressie moest worden overgeplaatst naar een afdelig voor langdurige intensieve psychiatrische zorg. Geen vooruitgang voor de beste man. Een gesloten deur en een totaal verlies aan autonomie was zijn toekomst. Hijvoldeed echter volledig aan één van de karakteristieken van bovengenoemde biochemische aanpak. Een collega die zich had verdiept in de biochemische aanpak wilde dit als laatste redmiddel toepassen en nam contact op de behandelaars van de betreffende instelling. En ultieme laatste poging om vrijwel volledige afzondering (ten opzichte van autonomie) af te wenden en de patient in kwestie

Nul op het request. Geen Evidence based aanpak dus geen toepassing van de methodiek.

En daar heb ik bezwaar tegen. Natuurlijk is het goed om je primair te houden aan bepaalde standaard methodieken die bewijsbaar en aantoonbaar effectief zijn en waarvan secondaire gevolgen en bijwerkingen bekend zijn. Maar als dat allemaal niet effectief is en er zijn alternatieven waarom die dan niet uit te proberen? We hebben het hier over een groep (in mijn ogen) uitermate adequatie behandelaars op zowel somatisch als psychiatrisch gebied. Voor de patient een laatste redmiddel. De laatste had geen bezwaar maar er was binnen de muren van de instelling (en de alternatieven) geen mogelijkeheid de methodiek toe te passen.

En dat is natuurlijk de zotheid zelf. Er is alle mogelijkheid om de methodiek te te passen en er is 24 uurs zorg en een surplus aan behandelaars om de behandeling te begeleiden en te proberen de betreffende client buiten de muren van de intensieve zorg te houden en daarmee een gesloten deur.

Het is natuurlijk makkelijk om de behandelaars de schuld te geven maar het is uiteindelijk het rigide systyeem en eventuele sancties die de “traditionele” behandelaars angst aanjagen. Het mag niet dus als ik het toch doe ben ik de sjaak. Dat was ook een beetje de houding die “wij” ervaarden toen we de suggestie deden om een ten einde raad te gaan experimenteren. Ander probleem is de onmogelijkheid iemand te vinden die wel bereid is het experiment aan te gaan onder gecontroleerde omstandigheden. Dan moet je dus uitwijken naar het alternatieve circuit met alle gevaren van dien.

Ik betreur deze rigiditeit en starheid in hoge mate terwijl ik tevens mijn verbazing uitspreek ov er de legitimering van bijvoorbeeld het verdunnen van een werkzame stof (homeopathie) waar ik dan weer uitermate sceptisch tegenover sta.

Maar dat zal ook wel weer inconsequent zijn.

 

1 – Over de halfwaardetijd van wetenschap: prof.dr. J.J.Rasker

You may also like...