Het Metaboolsyndroom bij Schizofrenie

Het metaboolsyndroom

Patiënten met schizofrenie hebben een leefstijl die gekenmerkt is door een verhoogd risico. Ze zijn inactiever, eten slechter, roken dikwijls en verkeren vaak in sociaal armoedige situaties. Daarnaast is er veelal sprake van alcohol- en drugsmisbruik en gebruiken ze antipsychotica. Antipsychotica zorgen voor een groter risico op het veroorzaken van dyslipidemie, suikerziekte en gewichtstoename. In cohorten van patiënten met schizofrenie komt het metaboolsyndroom ongeveer driemaal zo vaak voor als in een vergelijkbare controlegroep. Het metaboolsyndroom is een pragmatisch concept van kenmerken van patiënten die leiden tot verhoogd cardiovasculair risico, zoals buikomvang, cholesterol- en triglyceridenfractiekenmerken, bloeddrukwaarden en nuchtere bloedsuikerspiegel.




Men spreekt van een metaboolsyndroom als een patiënt minimaal drie van de volgende vijf symptomen heeft:

1 een buikomvang bij mannen > 102 cm en bij vrouwen > 88 cm
2 nuchter bloedglucosegehalte > 6,1 mmol/l
3 triglyceride > 1,7 mmol/l
4 nuchter hdl bij mannen < 1,0 mmol/l; bij vrouwen: < 1,3 mmol/l
5 bloeddruk > 130/ > 85 mmHg (1)

De interventies die verpleegkundigen tot hun beschikking hebben om de schadelijke gevolgen van somatische comorbiditeit te beperken en te behandelen, liggen naast de systematische screening, vooral op het gebied van leefstijlcoaching. De interventies dienen vooral gericht te zijn op voorlichten over en motiveren tot een gezondere levensstijl waarbij voeding, roken, middelengebruik, gebitsverzorging, overgewicht en bewegen belangrijke aandachtgebieden zijn.

metaboolsyndroom bij schizofrenie

Een belangrijke handreiking om mensen met schizofrenie te bewegen tot leefstijlverandering, is de methode van motivational interviewing (motiverende gespreksvoering). Andere beloftevolle interventies zijn socratisch motiveren en oplossingsgerichte therapie. Naast de leefstijlveranderende interventies dient er ook aandacht besteed te worden aan de behandeling van de aandoeningen zelf, bijvoorbeeld hypertensie en diabetes. Verpleegkundigen spelen samen met de (huis)arts en de praktijkondersteuner (poh) een belangrijke rol in het informeren en ondersteunen van de patiënt teneinde de therapietrouw en daarmee de kwaliteit van leven te bevorderen. Verder dient het monitoren van ongewenste bijeffecten van de medicatie een belangrijke plek in te nemen, en zal in nauw overleg met de patiënt gekeken moeten worden naar alle factoren die van belang zijn voor de keuze voor een bepaald geneesmiddel.

Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van het Metabolic Syndrome Screening Tool (msst) leidt tot een snellere detectie van het metaboolsyndroom in vergelijking met het niet gebruiken van een instrument (1). Met somatische screening en monitoring van medicatiegebruik kan een stap worden gezet naar preventie, snellere herkenning en tijdige behandeling van somatische problemen bij mensen met EPA. Met aandacht voor leefstijl kunnen bekende risicofactoren als gevolg van leefstijl en als gevolg van het gebruik van medicatie gunstig worden beïnvloed (2).

Het grootste gevolg van het metaboolsyndroom is het risico op hart- en vaatziekten.

Belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn:
– roken
– hoog cholesterol
– hoge bloeddruk
– overgewicht
– diabetes
– erfelijkheid
– stress  (1,3).

Het risico op metabole stoornissen als gevolg van antipsychoticagebruik

Overgewicht vermindert de kwaliteit van leven, verkort de levensverwachting, en verhoogt de kans op het ontstaan van diabetes mellitus. Dit maakt het ontstaan van overgewicht tot een ernstige somatische complicatie.

Het gebruik van antipsychotica wordt geassocieerd met gewichtstoename, diabetes mellitus type 2 en dyslipidemie.

Het is aannemelijk dat de kans dat personen met schizofrenie diabetes mellitus ontwikkelen, bijna twee keer zo groot is als gemiddeld in de algemene bevolking.

Het is aangetoond dat clozapine en olanzapine sneller en meer ontregeling van de metabole waarden veroorzaken dan andere antipsychotica. Het is aangetoond dat quetiapine en risperidon minder dan clozapine en olanzapine, maar meer dan aripiprazol, haloperidol en perfenazine, ontregeling van metabole waarden veroorzaken.

Bij instelling op een antipsychoticum dient de behandelend psychiater de metabole parameters zorgvuldig te meten en te vervolgen. De parameters zijn: gewicht, lengte en buikomtrek, nuchter glucose, cholesterol, HDL en LDL, triglyceriden, en bloeddruk en pols. De werkwijze bestaat uit (a) meting voorafgaande aan de instelling, (b) herhaalde meting na zes weken en drie maanden, en (c) jaarlijkse herhaalde meting (1,3).

De behandeling van mensen met schizofrenie dient gepaard te gaan met een systematische screening op metabole afwijkingen, in het bijzonder de cardiovasculaire risicofactoren: overgewicht, diabetes, hypertensie en dyslipidemie.

Behandelaren dienen zich te realiseren dat bij patiënten met schizofrenie metabole stoornissen zich 15-20 jaar eerder manifesteren dan in de algemene bevolking (1,3). Interventies tot het verminderen van CVZ: – Aansporen stoppen met roken – motiveren gezond te eten; levenstijladvies – motiveren tot regelmatige lichamelijke activiteit – verwijzing naar een diëtist/voedingsdeskundige/persoonlijke trainer/levensstijlprogramma

– Het omschakelen naar een ander antipsychoticum moet overwogen worden (1,3)

 

 

Literatuurlijst

  1. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. Utrecht: Tijdstroom; 2012.
  2. Meeuwissen J, Van Meijel B, Van Gool R, Hermens M, i.s.m. Werkgroep Richtlijnontwikkeling Algemene somatische screening & Leefstijl. Richtlijn Somatische screening bij patiënten met een ernstige psychische aandoening (EPA). V&VN; 2014.
  3. De Jong JTE, Jüngen IJD, Zaagman-van Buuren MJ. Interne geneeskunde. Houten: BSL; 2007.

 

You may also like...