hydropathische behandelingen


Het permanente bad

Ieder warm bad werkt kalmerend. Een filmdiva, die na een zware dagtaak huiswaarts keert, zal, indien wij de kranten mogen geloven, direct na haar thuiskomst een kwartier in een warm bad doorbrengen en zich daarna geheel verkwikt gevoelen. Geen wonder, dat men ook reeds lange tijd bij zenuwpatiënten de kalmerende wreking der warm baden aanwendt. Vele onrustige patiënten ondervinden de kalmerende werking van het warme water. Heftig opgewonden patiënten daarenboven ondervinden van deze badbehandeling nog geen ander voordeel. Warm water gaat warmteverlies van het lichaam tegen en ook kan men onder water bewegingen met veel minder inspanning uitvoeren dan op het droge. Daarom is de badbehandeling een goed hulpmiddel, wanneer men voorkomen wil, dat zwakke, opgewonden patiënten zich al te zeer uitputten en ten slotte aan een hartzwakte bezwijken.

Toen de badbehandeling vele jaren geleden voor het eerst in gebruik kwam, was het de bedoeling de patiënten, gehuld in een badhemd zoals men in die dagen bij het baden placht aan te trekken, in een open badkuip te plaatsen en hen daarna wat te laten ploeteren. Deze, zeer humane wijze van verpleging, bleek echter weldra bezwaren te hebben.

barnhoorn1936_permanentbad

Het Permanente bad

Niet alleen hoosden onrustig patiënten het water bij emmers tegelijk uit het bad, maar vaak waren de patiënten maar al te weinig geneigd zich in hun bad op te houden. Zij liepen dan door de badkamer rond, smeten elkaar met water, stapten nu eens in, dan weer uit hun bad, kortom de permanente badkamer had vaak het aanzien van een natuurbad, waarin een gezelschap zeer enthousiaste jongelui zich amuseerde. Dat een dergelijke wijze van behandeling niet aan de gestelde eisen en verwachtingen voldeed, is duidelijk en daarom is men er wel toe moeten overgaan om de patiënten te beletten het bad te verlaten.

Dit doel word bereikt door planken of een zeil over het bad te spannen, waar slechts het hoofd van de patiënt boven uit steekt. Op deze wijze is de patiënt in het bad gefixeerd en men kan hem aldus gedurende verscheidene dagen onafgebroken in het bad te verplegen. Daarbij is de patiënt niet in staat zijn kleren te verscheuren, ontlasting en urine worden direct afgevoerd en ontegenzeggelijk bevordert het warme water de rust. Een nadeel is, dat bij langdurige behandeling de huid verweekt, ook al wordt deze met vaseline of een ander zalf ingesmeerd. Ook zal de huid van de hals door het schuren langs het zeil of de plank stuk gaan, ondanks de voorzorgsmaatregelen, om de hals met een handdoek te omwikkelen, terwijl ook een gevoel van gewelddadige dwang aan deze behandeling onmiskenbaar verbonden is. Vandaar, dat een langdurige badbehandeling niet in alle opzichten ideaal genoemd mag worden.

De toepassing van het permanente bad vereist grote nauwgezetheid. Allereerst de temperatuur. Deze moet in de zomer 34-36oC, in de winter 35-37oC bedragen. Lagere temperaturen geven te sterke afkoeling, hogere daarentegen veroorzaken warmtecongestie met dreigende collaps en hartzwakte. Er bestaan in alle gestichten bepaalde voorzorgsmaatregelen, waardoor voorkomen word, dat het water in temperatuur kan afwijken. Sommige gestichten voeren water aan uit een reservoir, waarin het van te voren dusdanig gemengd is, dat het bij instromen in het bad reeds de gewenste temperatuur heeft, in andere gestichten bestaan alarminrichtingen, zodat een electrische bel gaat luiden, wanneer de temperatuur van het badwater te hoog of te laag is. In andere gestichten weer, rust op het nauwlettend toezicht van de verplegende de gehele verantwoordelijkheid. Hoewel veiligheidsmaatregelen van onmisbaar nut zijn, mag men nimmer vergeten, dat deze instrumenten kunnen haperen en men ziet dan ook wel, dat sommige van deze apparaten niet gebruikt worden daar zij reeds jaren kapot zijn. In ieder geval moet de verplegende zich steeds met behulp van een badthermometer overtuigen, dat het bad op de juiste temperatuur is. Telkens wanneer de temperatuur van het badwater te laag wordt, laat men voorzichtig een weinig warm water toevloeien, vermengt dit goed en overtuigt zich met behulp van de thermometer, dat de temperatuur van het water de juiste is. Enige malen per dag laat men het bad grotendeels leeglopen en vult het met warm water bij.

Tijdens de badverpleging moet men er op letten, dat de patiënt niet te sterke bloedaandrang naar het hoofd krijgt. Het verdient daarom aanbeveling om een waslapje, in koud water gedompeld, op het voorhoofd van den patiënt te leggen. Verder moet men er zorg voor dragen, dat de patiënt niet te zeer zijn hals schrijnt tegen de rand van het zeil of van de plank. Daarom mag zin hals niet te sterk beklemd zijn, maar tevens mag er voor den patiënt ook geen mogelijkheid bestaan om het hoofd onder het zeil of de planken te wringen. Verder verdient het aanbeveling een plukje vette watten in de gehoorgang te stoppen, teneinde invloeien van water te voorkomen.

Graag willen wij terloops nog enige hydropatische behandelingen bespreken waarbij water een rol speelt. Hier gaat het echter niet uitsluitend meer om de behandeling van onrustige patienten, maar om het verkrijgen van een tegenovergesteld effect en wel om de prikkelwerking, die met behulp van koud water op het zenuwstelsel word uitgeoefend.

Koude overgieting

Koud water brengt de bloedvaten in de huid tot samentrekking, waardoor de huid bleek word. Daarna echter treedt een verwijding van deze bloedvaten op, waardoor de huid rood en warm wordt. Door den patient met handdoeken krachtig te wrijven, kan men dit effect nog verhogen. De patient gevoelt zich in dit stadium krachtiger en opgewekter, de hartslag is krachtiger en de adem dieper.
Daarom passen wij deze behandeling bij voorkeur toe bij patienten, die zich slap en energieloos gevoelen. Vandaar, dat de koudwaterbehandelingen meer toepassing vinden in psychiatrische klinieken en sanatoria van in krankzinnigengestichten.

Straaldouche

De behandeling met koud water kan op verschillende wijzen worden toegepast. Men kan sponzen met koud water over de rug van de patient uitknijpen of men kan met behulp van een handdouche den patient met water overgieten, of ook wel met een straal uit de waterleiding op hem richten. In het laatste geval mag men de staal niet op het hoofd van de patient richten, aangezien hierdoor de bloedaandrang naar de hersenen en dientengevolge hoofdpijn optreedt.

Wisseldouche of wisselbad

Ook kan men afwisselend warm en koud water over den patient heen gieten of afwisselend een warme en koude straal water op hem richten, de wisseldouche. Nimmer mag men langer dan gedurende twee minuten de huid aan de inwerking van het koude water blootstellen, bij langere inwerking van het koude water gaan de bloedvaten weer sterk verwijden waardoor de aangename, versterkende reactie, die na de behandeling moet optreden, uitblijft en de patient zich na de behandeling koud en rillerig blijft gevoelen.
Nadat de patient, na beeindiging van de koude overgieting of douche, flink is afgewreven, wordt hij warm aangekleed en naar bed gebracht, teneinde het volle profijt van de nawerking te kunnen trekken. Na enige uren is de behandeling afgelopen en kan de gewone arbeid weer worden hervat.

De vochtige en droge inwikkeling

Afwrijvingen

Is het permanente bad met een overspanning van planken of een zeil ten dele een kalmeringsmiddel, ten dele ook een dwangmiddel, bij de hydropathische inwikkeling treedt het karakter van de dwang geheel op de voorgrond. Wij hebben hier niet op het oog de hydropatische ontwikkeling waarbij men een in koud water gedompeld laken om den patient slaat en hem hierin gedurende korte tijd laat liggen, waarna de patient wordt afgedroogd. deze behandelingsmethode vindt toepassing bij patienten met hoge koorts. ook bij neurasthenische patienten wordt de koude hydropathische inwikkeling wel eens aangewend. In dit geval slaat men meestal het natte laken om den staande patient heen en terwijl men met de ene hand het laken belet van de schouders van den patient af te glijden, slaat men met de andere vlakke hand tegen, zodat alle delen van het lichaam van den patient met het laken flink in aanraking komen. Daarna volgt een krachtige afdroging waarna nog enige uren bedrust volgen.
Aangezien onrustige patienten nimmer in een nat laken blijven liggen moet men bij een dergelijke ingreep wel tevens een dwangmiddel toepassen. Men gaat daarbij als volgt te werk:

Een z.g. wikkellaken, dat is een laken dat ongeveer 2 meter lang is en 2.5 meter breed is, wordt opgerold, in water gedoopt en uitgewrongen. daarop slaat men in de eerste toer het laken rondom romp en benen van den patient heen, zijn armen vrijlatend. In de tweede toer word tevens één der armen mede omvat, terwijl de derde toer ook de andere arm omsluit. Het laken wordt tussen de benen gestopt en aan het voeteneind omgeslagen, zodat de voeten geheel zijn bedekt. Daarna wordt een deken over het laken geslagen en met een aantal veiligheidsspelden vastgemaakt, zodat de patient zich niet uit zijn wikkeling kan loswoelen.

Kan men in bovenvermelde geval nog wel een van een hydropathische behandeling spreken, anders word het wanneer men niet een nat maar een droog laken gebruikt. In dit laatste geval spreekt men van een droge inwikkeling. De droge inwikkeling biedt minder gevaren, dan de vochtige, aangezien een vochtig laken onder een wollen deken als een Priessnitz-verband gaat werken. Het lichaam kan de overtollige warmte niet meer door middel van transpireren afgeven, waardoor gevaar optreedt voor warmtestuwing met hartzwakte.

Over de droge inwikkeling kunnen wij overigens kort zijn. Zij is een vorm van zuivere dwangverpleging.

Bron: Timmer, Leerboek voor verplegenden van zenuwzieken en krankzinnigen, 1947

You may also like...

Geef een reactie