hydrotherapie_2

1911 – Hydrotherapie, Deel 2

Om de huid door het badwater te prikkelen kan men er ook verschillende andere stoffen aan toevoegen volgens voorschrift van den geneesheer.

Zoutbaden:
De zoutbaden worden bereid met Kreuznacher moederloog of Stassfurter zout, die beide in den handel verkrijgbaar zijn. Zij hebben eene sterkte van 1 tot 5 procent en mogen niet in zinken kuipen worden gegeven; als dit niet te vermijden is moet men de kuip terstond van het gebruik met warm water spoelen.



Mosterdbaden:
De mosterdbaden worden bereid met 150 tot 500 gram versch mosterdmeel tot een dikken brij aan te roeren en dan in een linnen zak in het badwater uit te knijpen. De temperatuur van het badwater moet 32 tot 35ºC zijn en de duur van het bad 10 tot 20 minuten. Omdat de vluchtige mosterdolie nadelig op de oogen werkt, moet de badkuip met een laken of deken bedekt worden. Na het baden wordt het lichaam met gewoon badwater afgespoeld. Mosterbaden worden in de plaats van koolzuurbaden gebruikt omdat ze veel goedkoper zijn. Dikwijls wordt ook mosterdmeel gebruikt voor voetbaden; men neemt dan 200 gram meel en giet daarop onder voortdurend roeren water van ongeveer 40 graden. Zulk een voetbad duurt in den regel ongeveer 10 tot 20 minuten.

Dennenaaldbaden:
De dennenaaldbaden worden bereid door 250 tot 500 gram extract van dennenaalden te doen in een bad van 32 tot 36ºC; het bad duurt ongeveer 15 tot 20 minuten. Veel gemakkelijker is het gebruik van dennenaald-olie volgens voorschrift van den geneesheer. Omdat metalen kuipen door de aetherische olie worden aangetast gebruikt men voor deze baden houten of porceleinen badkuipen.

Aromatische baden
Deze baden bevatten stoffen met aetherischen oliën zooals pepermunt, rosmarijn, thijm, lavendel; gewoonlijk gebruikt men 250 gram kruiden op een bad en de temperatuur bedraagt 34 tot 36ºC. Tot deze baden behooren de graszaad- en haverstrobaden, die door de volgelingen van Kneipp dikwijls worden gebruikt.

Bij een tweeden vorm van geneeskundige baden worden bepaalde stoffen opgelost, die verzachtend op de huid werken.

Kamillenaden:
Hiertoe behoren kamillebaden, die vaak dienen om aanvallen van pijn te verminderen. Zij worden bereid door 500 gr. Kamillen in een klein zakje, gedurende 15 minuten te laten trekken in een ketel warm water. Men hangt dan het zakje met het aftreksel in het badwater.

Zemelenbaden:
De zemelenbaden worden bereid door 0.5 tot 2.5 kg zemelen af te koken en het afkooksel in het badwater te doen. Zij worden gebruikt om hard, kalkhoudend water zacht voor de huid te maken. Moutbaden: De moutbaden worden bereid door 2 tot 3 kg mout uit eene bierbrouwerij met ongeveer dezelfde hoeveelheid water te koken, en dan na doorzijging aan het badwater toe te voegen.



hydrotherapie_massage

Hydrotherapie met massage

Zitbaden:
Bij de gedeeltelijke baden wordt slechts een deel van het lichaam met het water in aanraking gebracht. Hiertoe behooren de zitbaden, die ook met water van verschillende temperatuur kunnen worden gebruikt, koud, lauw of warm. Zij worden gegeven in kuipen van een bijzondere vorm, die een inhoud hebben van 50 tot 60 liter. Bij het zitbad moet de kuip zoo ingericht zijn, dat men er gemakkelijk in kan zitten en de armen daarbij behoorlijk gesteund worden. Door het zitbad wordt invloed uitgeoefend op de bloedvaten van de buik- en de bekkenholte, waarom het veel wordt gebruikt bij aandoeningen van de organen van buik en bekken; ook bij slapeloosheid word het dikwijls toegepast.

Voetbaden:
Verder gebruikt men de voetbaden, die direct werken op den bloedsomloop in de onderste ledematen en indirect op dien van het hele lichaam en inzonderheid het hoofd; naar de temperatuur kan men ook koude, lauwe en warme voetbaden onderscheiden; hun inhoud is 20 tot 30 liter. In den laatsten tijd wordt voor zit- en voetbaden ook dikwijls stromend water gebruikt, dat door bijzondere apparaten en voortdurende beweging worden gehouden.

Het spreekt vanzelf dat men ook voor andere lichaamsdelen bv voor armen, handen, ellebogen, achterhooft het water in baden kan toepassen, waarbij vooral de temperatuur in grooten invloed is. Verder kan men het water ook middellijk op de huid worden aangewend, waarbij behalve de prikkel van het water ook nog een mechanische prikkel uitgeoefend word. Hiervoor gebruikt men linnen of katoenen doeken, die des te sterker prikkelen, naarmate zij grover geweven zijn.

Afwassingen:
In de eerste plaats behooren hier de afwassingen waarbij men het lichaam gedeelte voor gedeelte wast met een badhanddoek of badhandschoenen en met water van 10 tot 15 graden Celsius. Indien men alleen het bovenlichaam moet wassen, begint men met de armen en dan volgen de borst en de rug, die daarna goed afgedroogd worden. Indien het geheele lichaam behandeld moet worden, komen daarna de buik en beenen aan de beurt. Over het algemeen is een afwassing de eenvoudigste vorm van waterbehandeling, die ook het meeste wordt toegepast. Om den prikkel te versterken voegt men aan het water ook azijn of brandewijn toe.

hydro_afwrijvingen

Afwrijvingen

Afwrijvingen:
Een sterkeren prikkel geven de afwrijvingen, die gepaard gaan met grootere mechanische inwerking en meerdere warmte-ontwikkeling. Men gebruikt hiervoor een grof laken, dat 2 tot 3 meter breed is en 1.5 meter lang is, in water van 10 tot 15 graden Celsius natgemaakt en daarna goed uitgewrongen wordt. De eene rand van dit laken wordt in den rechter oksel van den patiënt gelegd, dan over de borst naar den linker oksel gebracht, over den rug naar den rechter schouder en dan naar voor om met een inslag aan den hals te eindigen. Het geheele lichaam kan nu door lange krachtige streken met het natte laken in aanraking gebracht worden. Dit proces mag in den regel niet langer dan 3 tot 5 minuten duren en dan volgt weer eene snelle en krachtige afdroging. Soms moet men tijdens de afwrijving een koud kompres op het hoofd leggen of de voeten met warme, natte doeken voor de koude beschutten. Dergelijke afwrijvingen werken nuttig niet alleen door den thermischen prikkel van het water maar ook door den mechanischen prikkel van het afdrogen. Zij dienen in hoofdzaak om den bloedsomloop te verbeteren en worden niet zelden bij zenuwzieken met succes toegepast.

Omslagen:
In de derde plaats heeft men de omslagen, waarbij het water door middel van natte doeken op de huid inwerkt. Het is van groot belang of deze doeken al dan niet bedekt worden, omdat dit invloed uitoefent op de verdamping van het water. Legt men natte koude, koude doeken op de huid, dan geeft dit eerst den prikkel van koude, zoodat de bloedvaten zich vernauwen; daarna onstaat echter reactie, de bloedvaten verwijden zich en de temperatuur stijgt weer; de doek wordt dan warm, zoodat men met een prikkel van warmte te doen krijgt. Indien men denzelfden omslag laat liggen, en het water laat verdampen, dan wordt hij spoedig droog en oefent geen invloed meer op de huid. Wordt de verdamping echter tegengegaan, bv door een wollen doek of een impermeable stof dan blijft den omslag vochtig en warm en duurt de invloed op de huid veel langer. Dit zijn de bekende Priessnitz’sche omslagen, die eerst aangenaam werken, maar niet te lang moeten blijven liggen, omdat zij dan onaangenaam op de huid werken. Indien men door koude omslagen warmte aan de huid wil onttrekken, moeten zij dikwijls worden gewisseld, zoodat zij niet warm worden. Indien men warmte aan de huid wil toevoeren, kan men warme omslagen gebruiken die niet bedekt en telkens gewisseld moeten worden, omdat zij zich ander terstond afkoelen. Voor dit doel kan men ook stoom-omslagen gebruiken, die bestaan uit een flanellen lap, waarin men een warmen natten omslag gewikkeld heeft. Indien men lang dezelfden doeken gebruikt voor het geven van omslagen, krijgen zij spoedig een onaangename lucht, ten gevolge van de huidafscheiding. Het beste kan men dit voorkomen door de omslagen uit te koken of in plaats van water 2 procent oplossing van boorzuur te gebruiken. Koude omslagen vernauwen de bloedvaten, verlangzamen de bloedsomloop en onttrekken de warmte; zij worden gebruikt om den bloedstoevoer te verminderen, bv bij beginnende ontsteking.

Warme omslagen verwijderen de bloedvaten, versnellen den bloedsomloop en verhoogen den bloedsdruk; zij worden gebruikt bij pijnen, die niet afhankelijk zijn van eene ontsteking bv bij neuralgieën. Inwikkelingen: De natte inwikkelingen worden gebruikt in plaats van koude baden om warmte aan het lichaam te onttrekken. De omslagen moeten telkens, als zij warm geworden zijn, bv om de 5 of 10 minuten door koude vervangen worden; zij moeten het geheele lichaam bedekken. Men heeft gevonden, dat 4 inwikkelingen achter elkaar dezelfde uitwerking hebben als een vol koud bad van 10 minuten en 20 tot 25 graden Celsius. De patiënt wordt eerst in een nat koud laken gewikkeld en daarna in een wollen deken. Soms laat men de armen en beenen vrij, omdat deze later moeilijker te verwarmen zijn. Indien men niet over een badkuip kan beschikken, zijn deze inwikkelingen zeer aan te bevelen; opgemerkt moet echter worden, dat zij voor den patiënt dikwijls zeer vermoeiend zijn. De natte inwikkeling kan ook gebruikt worden om warmte in het lichaam op te hopen; het laken moet dan met wollen dekens geheel van de buitenlucht worden afgesloten om aldus de verdamping van het water tegen te gaan.
Op het bed legt men eerst eene wollen deken, daarover een nat laken waarop de patiënt komt te liggen nadat men hem eerst het hoofd en het gezicht met koud water gewassen heeft. Het natte laken wordt dan om den patiënt heen geslagen en ook onder de armen en tusschen de beenen geschoven; daarna wordt de wollen deken om den patiënt geslagen en bevestigd, waarbij vooral om den hals alles goed sluiten moet; om de beenen word de deken opgeslagen, zoodat deze ook goed ingewikkeld zijn; soms worden de beenen buiten de inwikkeling gelaten. Het hooft wordt bedekt met een kouden omslag of met een koelapparaat.

Meestal gebruikt men om het uitstralen der warmte te voorkomen en één, maar twee of drie wollen dekens; de patiënt begint na een uur gewoonlijk te zweeten; men bemerkt dit het besta aan de slagader voor het oor, die sneller begint te kloppen. Na afloop van de inwikkeling moet de patiënt koud afgewreven worden om kouvatten te voorkomen. Moet de patiënt door de inwikkeling slapen, of mag hij het bed niet verlaten, dan is zulk een koude prikkel niet aan te raden. Gedurende een inwikkeling moet de patiënt altijd onder toezicht blijven, voor het geval hij soms angstig of onrustig mocht worden. De omslagen op het hoofd moeten af en toe verwisseld worden en ook moet gezorgd worden voor een goede ventilatie van de kamer.

Natuurlijk moet men er aan denken, dat de patiënt gedurende de inwikkeling geen last mag hebben fan een gevulde blaas. Meestal geeft eene inwikkeling een kalmeerende werking en ontstaat een gevoel van vermoeidheid, zoodat zij ook zeer dikwijls bij zenuwpatiënten wordt toegepast. Soms geeft zij echter een gevoel van angst en dan mag men het lichaam slechts voor een deel inpakken. Soms dient de inwikkeling alleen voor den romp of de borst, of alleen voor het hoofd en den hals. Bekend is de Neptunus-gordel, die bestaat uit een strook linnen of katoen van 40 tot 50 cm breed en een lengte van ongeveer 3m; een gedeelte van ongeveer een meter wordt nat gemaakt, en om het lichaam gerold ter hoogt van den navel; dit wordt met het overige bedekt en het uiteinde met een paar banden vastgemaakt.

Ook zijn bekend de hydropatische laarzen, die bestaan uit een paar natte kousen, waarover droge kousen worden aangetrokken. Ten slotte moet nog worden nagegaan op welke wijze het water een mechanischen invloed of de huid uitoefent, als het in den vorm van overgietingen of douches wordt toegepast.

Overgietingen:
De overgietingen bestaan hierin, dat met een gewonen gieter koud water op de huid wordt gegoten; wil men tevens den mechanischen prikkel versterken, dan wordt de gieter wat hooger gehouden. Vooral Kneipp heeft van zulke overgietingen gebruik gemaakt; men moet dan zoolang gieten tot de huid rood begint te worden en mag in den regel de huid niet afdrogen; omdat door de verdamping van het water warmte aan de huid word onttrokken, mag de overgieting slechts kort duren. Douches: De douches worden in de gewone praktijk niet zooveel gebruikt omdat men in de regel de temperatuur en den druk van het water niet voldoende kan regelen. Bij eene behoorlijke inrichting moet de temperatuur van de douche snel van 10 tot 50 graden en de druk van 1 tot 5 atmosferen verhoogd worden. De Douches worden in den laatsten tijd echter veel meer toegepast omdat zij een gemakkelijke methode van behandeling vormen en suggestief dikwijls een gunstigen invloed uitoefenen.



straaldouche, hydrotherapie

Straaldouche

Bij de regendouche heeft het ronde platte aanzetstuk tal van kleine openingen, zoodat het water in uiterst fijne straaltjes, evenals bij den regen op de huid komt. Indien de openingen zeer nauw zijn, en het water onder sterken druk verkeert, zijn de straaltjes water zoo fijn verdeeld dat men van een stofdouche kan spreken.
Bij de straaldouche heeft men slechts ééne enkele opening in het midden van het aanzetstuk en het water kan daardoor met een flinken straal op het lichaam gericht worden. Soms wordt deze straal door een bijzonder apparaat meer in de breedte uitgespreid, waardoor de kracht van het water niet zo groot is.

Het aanzetstuk is bij de regendouche meestal vast, bij de straaldouche beweeglijk. Bij de ringdouche heeft men één of meer boven elkaar geplaatste ringen, die aan de binnenzijde van openingen voorzien zijn, waardoor het water spuit op het lichaam van den patiënt die zich binnen den ring plaatst. De temperatuur van de douche kan naar willekeur geregeld worden, en schommelt tusschen de 10 en 50 graden Celsius. Bij de schotse douche volgt op een warmen waterstraal direct een koude straal, waardoor de werking sterker is dan bij een warme douche alleen. Bij de wisseldouche laat men eerst een paar seconden een straal warm, dan een straal koud water op de huid inwerken en herhaalt dit 5 tot 6 maal achter elkander. Naar de plaats, waarop de douche gericht is kan men onderscheiden de hoofd-, hals-, rug- of borstdouches. Het liefst zal men douches op het hoofd vermijden en deze in elk geval niet zonder geneeskundig voorschrift toepassen.

Bron: Timmer, verpleging van zenuwzieken en krankzinnigen, 1947

You may also like...

Geef een reactie