Hysterische neurose, 1979


Hysterische neurose

Alle hysterische verschijnselen hebben met elkaar gemeen dat ze psychogeen ontstaan zijn, dwz op grond van psychische conflicten. Met de ons ter beschikking staande middelen is dus geen stoornis te vinden in het zenuwstelsel. Wat we niet uit het oog mogen verliezen is, dat hysterische verschijnselen wel samen met een lichamelijke ziekte kunnen voorkomen.

Hysterische verschijnselen zijn, zoals alle neurotische verschijnselen, niet zinloos; elk hysterisch verschijnsel is de vermomde uitdrukking van een afgekeurde, en daardoor onbewust geworden wens.

We beginnen met de bespreking van hysterische bewegingsstoornissen.

A – Hysterische bewegingsstoornissen

Hysterische verlamming vertonen de volgende kenmerken: nooit is het gebied van een bepaalde zenuw verlamd, maar wel zijn bepaalde functies onmogelijk. De hele hand kan bv niet bewogen worden, of de patiënt kan niet staan of lopen. De reflexen zijn in het betreffende lichaamsdeel normaal op te wekken. Soms vind men, omdat de hysterische verlammingen op een door de patiënt gefantaseerde anatomie berusten, tegenstrijdigheden, die bij een organische verlamming onmogelijk zijn; de patiënt kan bv op bed zijn benen wel bewegen, maar niet er op staan of er mee lopen.

De meest voorkomende motorische stoornissen bij hysterie zijn; de onmogelijkheid om te staan (astasie) of te lopen (abasie) en de hysterische heesheid (afonie)

Hysterische toevallen komen vrij veel voor en maken vaak veel indruk op de omgeving. Deze indruk op de omgeving is een van de functies van het verschijnsel. Ze treden dus vaak op als ze veel indruk maken en verdwijnen nogal eens als men er niet meer aandacht aan schenkt dan nodig is. Het verloop van een hysterische toeval is bij iedere patiënt anders en bij dezelfde patiënt afhankelijk van allerlei omstandigheden.

Het is natuurlijk van groot belang om een hysterische van epileptische toeval te kunnen onderscheiden. Het voornaamste onderscheid is dat een epileptische toeval een heel bepaald verloop heeft. Bovendien ontstaan hysterische toevallen niet zo plotseling als epileptische, terwijl een hysterische patiënt zich bij een toeval zelden ernstig verwond. Bij een epileptisch toeval horen we in het begin één gil of schreeuw, terwijl een hysterische patiënt soms langdurig kan schreeuwen. De bewegingen zijn bij het hysterisch toeval veel meer gevarieerd, terwijl tongbeet, urinelozing, pupilstijfheid, en bewusteloosheid niet voorkomen.

Het bewustzijn kan bij een hysterische toeval licht zijn verlaagd en dit kan enige tijd blijven voortduren. Het hysterische toeval duurt meestal langer dan het epileptische, terwijl de typische EEG-afwijkingen van de epilepsie bij hysterie niet voorkomen.

Het hysterische toeval gaat dus niet met bewustzijnsverlies gepaard, zodat de patiënt kan horen en zien wat er in de omgeving gebeurt. Het is goed daarmee rekening te houden. Hysterie berust overigens niet op simulatie of aanstellerij, maar is de uiting van een psychotische stoornis die vaak ernstig is en moeilijk te behandelen. In het hysterische toeval wordt een conflict of een onbewuste wens uitgebeeld.

B – Hysterische stoornissen in de zintuigfunctie

Als kenmerken gelden weer dat organische stoornissen niet worden gevonden en dat de symptomen de hysterische structuur laten zien, dwz een bepaalde betekenis hebben.

  1. Gevoel

Stoornissen in het gevoel komen bij hysterie veel voor en wel een verminderde gevoeligheid (hypestesie), gevoelloosheid (anesthesie). Meestal is in een bepaald deel van het lichaam het gevoel voor aanraking en voor pijn geheel verdwenen. Als men de huid aanraakt voelt de patiënt niets, ook al vestigt men er zijn aandacht op. Wanneer men hem met een naald prikt of deze dwars door de huid steekt, voelt hij niet de minste pijn. Zo kunnen de ene helft van het lichaam, een been, een arm, of ook delen daarvan, gevoelloos zijn. Heeft men een halfzijdige gevoelloosheid, dan bevind de grens zich precies in het midden op het lichaam, hetgeen bij een organische anesthesie niet voorkomt.
Evenals bij de verlamming, houdt ook hier de stoornis zich niet aan het verloop der zenuwen, maar regelt zich naar de uitwendige vormen van het lichaam. Hiermee komt overeen, dat de patiënten zich meestal niet verwonden of branden doordat de reflectoire bewegingen behouden blijven. Opvallend is, dat de patiënten soms niets van deze stoornissen afweten en ten hoogste verwondert zijn, als zij bij het onderzoek door de arts worden ontdekt.

  1. Andere zintuigen

Soms bemerkt de patiënt, dat hij met het een of andere zintuig niets kan waarnemen. Bij is blind aan één oog of aan beide, of zijn gezichtsveld is beperkt (hij ziet als het ware door een koker). Een ander is doof, of kan niet proeven of ruiken. Ook hier zijn de reflexen weer behouden, bv bij het oog de pupilreflex en het knipperen van het oog.

  1. Overgevoeligheid

Dit is bij hysterie eveneens een gewoon verschijnsel. De minste aanraking doet pijn. Vooral bepaalde plaatsen op het lichaam kunnen gevoelig zijn, de zg pijnpunten of drukpunten; boven op het hoofd, de streek van de borsten, de onderbuik links en rechts. Ook het oor en het oog kunnen voor alle prikkels overgevoelig zijn. Merkwaardig is bv dat bij somnambule toestanden het gehoor buitengewoon scherp kan zijn. We willen nog vermelden dat de gevoelloosheid zich niet alleen beperkt tot de huid, maar soms ook overgaat op de slijmvliezen. Algemeen bekend is de gevoelloosheid der keel bij hysterie.

Men kan de achterwand van de keel aanraken, zonder dat de wurgreflex optreed.

C – Andere functiestoornissen

Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat bij hysterie vele andere functiestoornissen kunnen voorkomen, waaronder vooral seksuele stoornissen zoals frigiditeit en impotentie, en dat een bepaalde patiënt afwisselend allerlei symptomen kan vertonen.

Hysterische reacties kunnen ook de vorm aannemen van echte geestesstoornissen (hysterische psychosen) die opname in een kliniek of psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk maken.

Vooreerst noemen we de echte hysterische droomtoestanden, die meestal maar enkele dagen duren; de patiënt doorleeft dan de een of andere gebeurtenis van vroeger, die een grote indruk heeft gemaakt. Zo bijvoorbeeld doorleefde een meisje, dat haar vader in zijn laatste ziekte met veel zorg had verpleegd, later in een droomtoestand alles wat zich toen had voorgedaan.

Ook kan het gebeuren dat een hysterica in een droomtoestand beleeft wat zij wenst, maar dan in werkelijkheid niet gebeurt. In deze droomtoestand komen soms talrijke hallucinaties voor en illusies voor. Ook ontstaat een eigenaardige stoornis, die we bestempelen met de naam dubbel bewustzijn, waarbij de patiënt afwisselend twee levens leidt en in de ene toestand van de andere niks afweet.

Ook kunnen bij hysterie slaaptoestanden optreden, die soms dagen, soms weken duren. De patiënten slapen rustig door, zonder dat het gelukt hen te wekken. Meestal nemen zij half mechanisch voedsel tot zich, soms echter niet. Een enkele maal kan een toestand van schijndood verraderlijk worden nagebootst.

Slaaptoestanden (somnambule toestanden) komen ook voor bij somnambules, die in trance verkeren en dan over buitengewone gaven zouden beschikken. Verwant hiermee is ook de ongewone geestelijke toestand, waarin een medium verkeert op spiritistische seances. Meestal heeft men hier met hysterische persoonlijkheden te doen.

D – Hysterisch karakter

Stoornissen in het gevoelsleven treden duidelijk op de voorgrond. De patiënten noemen zich vaak overgevoelig; de gevoelens komen dan ogenschijnlijk gemakkelijk tot stand en lijken hevig. In werkelijkheid zijn de patiënten dan bezig in hun gedrag gevoelens te tonen, die ze niet beleven. Het niet kunnen beleven van echte emoties in het algemeen of van bepaalde emoties in het bijzonder is een kenmerk van het hysterische karakter. De onbekende emoties worden op een onechte, soms theatrale wijze naar voren gebracht.

De hysterische patiënt vertoont verder vaak een infantiel gedrag; hij gedraagt zich als kinderlijk. Wat bij een kind normaal gevonden en geaccepteerd word, wordt bij volwassen hysterische patiënten veroordeeld en als hinderlijk beleefd. De afkeer van hysterische patiënten en het veroordelen van hysterie als aanstellerij en ondeugd ontstaan door het kinderlijke gedrag en de daarmee samenhangende egocentrische instelling.
Het egocentrische gedrag leidt er toe, dat ze in het middelpunt van de belangstelling willen staan en de omgeving willen beheersen. Van belang is, dat het hysterische gedag geen kenmerk van de gehele persoonlijkheid hoeft te zijn. Het is mogelijk dat de hysterische kenmerken alleen in bepaalde situaties optreden of tegenover bepaalde personen, die een bijzondere betekenis hebben.

De beschreven hysterische verschijnselen komen op een ingewikkelde manier tot stand. We kunnen daar slechts heel in het kort iets over zeggen.

Hysterie is afgeleid van het Griekse woord voor baarmoeder, omdat de Grieken dachten dat de ziekte door de baarmoeder werd veroorzaakt en alleen bij vrouwen voorkwam. Hysterie is echter een psychische stoornis, die bij mannen en vrouwen even vaak voorkomt.
In de volksmond heeft hysterisch zowel de betekenis van aanstellerig als van overmatig seksueel geïnteresseerd zijn. Deze opvatting is onjuist. Hysterie is een stoornis, die de hysterische patiënt niet kan beheersen. De patiënt kan niet anders dan reageren zoals hij is, zonder te weten wat de betekenis van zijn gedrag is. De patiënt zal wel proberen zijn gedrag op een bepaalde manier te verklaren, maar de werkelijke ervaring is gewoonlijk anders, omdat het probleem, dat de bron is van het symptoom, onbewust is.

Een doeltreffende behandeling (psychotherapie, psycho-analyse) is dan ook gericht op het bewust maken van dat probleem. De patiënt verzet zich echter tegen het bewust maken van het probleem omdat het hem angst bezorgt.

Hysterische verschijnselen zijn dan ook pogingen om te vluchten voor iets dat angst opwekt. Deze pogingen slagen gewoonlijk slechts gedeeltelijk, zodat angst een verschijnsel is dat bij hysterie veel voorkomt en soms het beeld beheerst (angst-hysterie)

Het begrip angst-neurose is een verzamelbegrip van allerlei angstsituaties, die deels vrij flotterend zijn, deels een fobische karakter dragen (zie fobische neurose) deels samenhangen met bepaalde organen. Angst is tevens een bekend symptoom bij het vitaal depressieve syndroom.

Bron:
In goede handen, psychiatrie 2
Hoofdstuk 5, Neurosen
spruyt, van mantgem & de does bv / Leiden, 1980

You may also like...

Geef een reactie