Jacob van Deventer, 1848-1916

Op 1 november 1892 werd J. van Deventer, als opvolger van C.J. van Persijn, benoemd tot geneesheer-directeur van het Provinciaal Geneeskundig Gesticht te Bloemendaal. Van Deventer was een veelzijdig man die op het gebied van het psychiatrisch onderwijs en met name de psychiatrische verpleging belangrijke reorganisaties en vernieuwingen in gang zette.

DeventerjacobNaast zijn activiteiten als privaat-docent in de psychiatrie te Amsterdam speelde Van Deventer in zijn eerdere werkkring als geneesheer-directeur van het Buitengasthuis te Amsterdam een belangrijke rol bij de totstandkoming van de opleiding ziekenverpleging die uitging van het Amsterdamse Witte Kruis.

In verband met de aanhoudende klachten over het niveau van de oppassers en oppasseressen besloot de Nederlandsche vereeniging voor Psychiatrie – met van Deventer als belangrijke initiator – in 1890 het voorbeeld van de algemene ziekenverpleging te volgen en een examen Krankzinnigenzorg in het leven te roepen. Net als binnen de algemene ziekenverpleging zocht van Deventer de kandidaten voor het vak van verpleegster bij voorkeur onder jonge meisjes uit de beschaafde stand. Van hen kon immers een ‘beschavende’ invloed op de krankzinnigen uitgaan.

De eerste examens krankzinnigenverpleging vonden plaats op 5 november 1892. Om te voorzien in lesmateriaal verzorgde van Deventer een handgeschreven ‘cursus Krankzinnigenverpleging’: in 1897 verscheen zijn “Handboek der Krankzinnigenverpleging” dat sterk afweek van de eerdere ‘Cursus’.

Behalve op het terrein van de opleiding verdiende Van Deventer ook zijn sporen op het gebied van de praktische psychiatrische verpleegkunde.

Zo verbeterde hij in korte tijd het niveau van de Meerenbergse verplegingsdienst: in 1893 kregen 93 van de 137 bedienden ontslag: deze werden stelselmatig vervangen door meer geschikte kandidaten die zich bereid verklaarden om het examen Krankzinnigenverpleging af te leggen. Het aantal kandidaten dat jaarlijks het diploma behaalde steeg van 9 in 1893 tot 19 in 1900. Het verloop onder de verpleegkundigen bleef echter groot.

Van Deventers voorkeur voor vrouwen in de krankzinnigenverpleging blijkt onmiskenbaar uit de verhouding tussen het mannelijk en vrouwelijk verplegend personeel: in zes jaar tijd veranderde de verhouding broeders-zusters van 62-71 in 1892 tot 48-150 in 1898. Van Deventer schonk daarnaast aandacht aan een betere voeding en huisvesting voor verpleegkundigen.

b-speldZoals hiernaast te zien is heeft uw Webmaster een kleinood thuis waarvan je kunt zeggen dat het een rechtstreeks lijntje is naar Jacob van Deventer.

Bij zijn hervormingen werd van Deventer terzijde gestaan door zijn echtgenote en ‘adjunct-directrice’ Antonia van Deventer-Stelling. Zij behaalde als één van de eersten het diploma Krankzinnigenverpleging, maar was in Meerenberg formeel nooit in enige functie werkzaam.

Als eerbetoon aan haar richtte van Deventer het Antonia Wilhelminafonds op, dat zich tot op de dag van vandaag inzet voor gezinsverpleging. Vanwege moeilijkheden met het bestuur van Meerenberg nam Van Deventer per 1 mei 1904 zijn ontslag. Een jaar later werd hij benoemd tot inspecteur, een functie die hij tot aan zijn dood in 1916 zou blijven vervullen.

Bron:

Beeld van de psychiatrie 1800-1970
Annemarie Kerkhoven
Waanders Drukkers, Zwolle

 

You may also like...

Geef een reactie