Johannes Nicolaas Ramaer, 1817-1877

Ramaer studeerde geneeskunde in Utrecht en later in Groningen. Op 19 juli 1839 promoveerde hij. Na zijn studietijd verbleef hij lange tijd in het buitenland en bezocht Wenen, München, Marseille en Parijs. Na zijn terugkomst vestigde hij zich als praktiserend arts te Rotterdam. Op 22 mei 1841 werd hij bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland benoemd tot arts aan het krankzinnigengesticht te Zutphen, overigens mede op voorspraak van zijn tijdgenoot Schroeder van der Kolk. Hij kwam daar op 18 jan 1842 in dienst en werd in 1843 bevorderd tot 1e arts, welke betrekking hij waarnam tot 1 oktober 1863.

In dat gesticht heeft hij talrijke verbeteringen tot stand gebracht. Ook op het gebied van de behandeling van de patiënten heeft hij menige verandering doorgevoerd. Dit alles mede in in verband met de wet van 20 mei 1841 die de opname en het ontslag regelde van de patiënten.

Als echt stadsgesticht was deze inrichting een typische exponent van de hervorming van de psychiatrie in Nederland. Ramaer, die sterk was georienteerd op het buitenland, had ernstige kritiek op de Nederlandse situatie; zo zag hij de oude stadsgestichten liever vervangen door nieuwe gestichten op het platteland. Eén van zijn andere fundamentele bezwaren gold het feit dat de geneesheer in de regel ondergeschikt was aan de regenten.

Zelf was hij in zijn streven naar verbetering van het Zuthpense gesticht in voortdurende strijd gewikkeld met zijn bestuur, hetgeen hem er toe bracht om in 1863 ontslag te nemen.

zutphen1873

Behalve als geneesheer ontplooide Ramaer zich ook als wetenschapper. Hij wenste de geneeskunde en de psychiatrie een natuurwetenschappelijk  karakter te geven en was een pleitbezorger van de fysiologische geneeskunde. Ziekte werd daarin beschouwd als een wijziging in de gewone levensprocessen en niet als iets dat vreemd was aan het organisme. In de psychiatrie huldigde hij het standpunt dat krankzinnigheid herleid kon worden tot een organische aandoening, in het bijzonder van de hersenen of de bloedsomloop. In zijn therapiekeuze was hij eclectisch: hoewel hij de somatische therapie zag als het fundament, besteedde hij veel aandacht aan de ontwikkeling van de zedekundige behandeling. Gedurende zijn verblijf te Zutphen was hij tevens één van de mensen die een eerste aanzet gaven tot de oprichting van de Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst. Nog weer later in 1873 was hij tevens mede-oprichter van de Nederlandse vereniging voor de psychiatrie. Op 26 juli 1863 werd hij benoemd tot geneesheer-directeur van het krankzinnigengesticht te Delft en bleef daar werkzaam tot 1 juli 1869. Hierna vestigde hij zich te ‘s Gravenhage als consulterend arts, maar bleef verbonden aan het gesticht te Delft, omdat de Regenten er prijs op stelden zijn hulp en raad te kunnen blijven inroepen.

Op 24 aug 1872 werd hij hiervan op eigen verzoek ontheven aangezien hij in 1871 van dat jaar benoemd was tot inspecteur der gestichten voor krankzinnigen. In die hoedanigheid was hij nauw betrokken bij de voorbereiding van de tweede krankzinnigenwet en de oprichting van het Rijks Krankzinnigen gesticht te Medenblik. Deze functie verwisselde hij 1 okt 1884 met die van inspecteur voor het Staats-toezicht op krankzinnigen en verhuisde in maart 1886 naar Haarlem.

Johannes Nicolaas Ramaer

In deze verschillende betrekkingen heeft hij grote invloed uitgeoefend op de ontwikkeling en verbetering van de krankzinnigenverpleging in Nederland. Zijn rijkgevulde bibliotheek vermaakte hij aan de Nederlandse Vereniging voor psychiatrie met de bepaling, dat die zou worden geplaatst in het rijks-krankzinnigengesticht te Medemblik. Uiteindelijk is deze in het bezit gekomen van Het Dolhuys in Haarlem.

Ramaer was een succesvol schrijver die zich met vele onderwerpen bezig hield; Het gebruik van de microscoop, het mesmerisme (dierlijk magnetisme) dronkenschap en krankzinnigheid, verpleging en behandeling van krankzinnigen enz.

In de verhandeling Dronkenschap en Krankzinnigheid (die hij in 1852 schreef) stelde hij vast dat in de Nederlandse krankzinnigengestichten 1 op de 16 patienten (in)direct vanwege dronkenschap was opgenomen. Daarnaast was er volgens hem nog een (veel grotere) groep waarbij de krankzinnigheid door dronkenschap werd veroorzaakt. Opmerkelijk was dat hij zich (in tegenstelling tot deskundigen voor hem) distintieerde van de opvatting dat dronkenschap het gevolg was van een beschavingscrisis. Ramaer vatte alle onmatigheid in het gebruik van sterke drank op als een ziekteverschijnsel. Afzondering was het beste geneesmiddel, zo mogelijk in een speciale inrichting voor de verbetering van dronkaards. Verder noemde hij de mogelijkheid een verbintenis aan te gaan met een afschaffingsgenootschap. Maar dat lukt volgens hem slechts in die gevallen waar de dronkenschap niet de oorzaak van ziekte was.

Dronkenschap die voortkwam uit drinklust kon niet via opsluiting genezen worden. Ze vielen na behandeling weer snel terug in hun oude gedrag. Alleen als ze uit eigene beweging zich tot de geneesheer zouden wenden had die behandeling enige zin. Het werkzame bestanddeel daarvan was toch vooral “de kracht des wils” een “gevoel van schaamte” of “de invloed van de godsdienst”. Zie hier het programma waaraan in de anderhalve eeuw hierna uitvoering is gegeven.

Ramaer moet een gedreven idealist geweest zijn die met vasthoudendheid zijn doelen trachtte te bereiken. Zijn kritische houding en onverzettelijkheid maakten hem in zijn tijd niet altijd even populair.
Hij had een dominante en soms ook autoritaire inslag en dat zal zeker hebben bijgedragen tot zijn niet altijd even grote populariteit. Bij zijn patiënten was hij echter bijzonder populair, zelfs geliefd, wat blijkt uit menig getuigenis uit die tijd.
Eén van zijn laatste wapenfeiten, vlak voor zijn dood in 1887, was een uitgave die verscheen van een studie over De onderscheiding der psychosen.

Zijn naam leeft nog steeds voort in de onregelmatige uitreiking van de Ramaer-medaille, een onderscheiding voor psychiaters, en bij uitzondering een wetenschapper van een andere discipline, die zich verdienstelijk hebben gemaakt in hun vakgebied waar het de psychiatrie betreft.

Johannes Nicolaas Ramaer is wel aangeduid als “Neerlands eersten psychiater”.

Bronnen:
Jaap vd stel, “ambulante verslavingszorg in historisch perspectief”, dec. 2000
Beeld van de psychiatrie, 1800 – 1870, Annemarie van kerkhoven, 1996
Omzien naar de psyche, Jos de Kroon, 1999
www.dbnl.org Digitale bibliotkeek der Nederlandse letteren.

 

You may also like...

Geef een reactie