Kortdurende psychose

Een psychotische reactie kan ook snel overgaan. Vaak, maar niet altijd, is er dan een duidelijke aanleiding. Sommige, goedaardig verlopende psychosen worden kennelijk uitgelokt door een belastende ervaring, die direct voorafgaat aan de psychose.

In de Scandinavische landen heeft het begrip psychogene of reactieve psychose altijd veel populariteit genoten en werd de term zo breed uitgelegd dat zelfs paniek en disassociatieve reacties daartoe werden gerekend. In de DSM-IV wordt de diagnose kortdurende psychose gebruikt voor kortdurende, dus goedaardig verlopende, psychosen met of zonder een aanwijsbare ernstig belastende ervaring (stressor) als aanleidinggevend moment.

Voorbeelden van ernstige stressoren zijn confrontatie met oorlogsgeweld, verkrachting of natuurrampen, maar ook verlies van partner of baan.

Voorbeeldcasus:
E. is een achttien jarige vrouw die opgroeide in een zeer beschermd gezin met strenge religieuze opvattingen. De dag voor opname viert zij met haar klasgenoten feest ter gelegenheid van het eindexamen, dat zij succesvol hebben afgesloten. Het feest vind plaats op een hooizolder en gaat lang door. In en achter het hooi gaat het er vrolijk aan toe. Zij heeft niet veel gedronken; drugs worden niet gebruikt. De stemming is goed. Als bijna iedereen vertrokken is word zij verkracht door een klasgenoot. Het is haar eerste sexuele ervaring. Thuis kruipt zij in bed, maar kan de slaap niet vatten en is erg onrustig. De volgende dag vinden haar ouders haar vreemd en verward. Zij giechelt soms en reageert het volgende moment somber en verdrietig. Het is niet goed mogelijk contact met haar te krijgen doordat zij afwezig reageert of onsamenhangende antwoorden geeft. Zij lijkt bang te zijn dat haar ouders haar iets zullen aandoen en reageert schrikachtig en afwijzen op toenaderingspogingen. Bij vlagen lijkt zij te hallucineren. E. krijgt medicatie. Reeds na drie dagen gaat het zoveel beter, dat de gebeurtenissen met haar besproken kunnen worden. Een week later kan zij haar huis.

Dit is de minst ernstige psychotische stoornis. Vereist is slechts dat gedurende minimaal een dag, maar minder dan een maand, minstens één psychotisch symptoom aanwezig is: een hallucinatie, een waan, een formele denkstoornis, of ernstig ontregeld gedrag. De psychotische symptomen zijn niet zodanig dat ze passen bij de diagnose schizofrenie.
Andere overwegingen voor de differentiële diagnostiek ten opzichte van vooral de schizofrene stoornis en de schizo-affectieve stoornis zijn het goede functioneren tot het moment van decompensatie, soms de aanwezigheid van heftige en wisselende emoties en de meestal spoedig optredende verbetering. De DSM-IV ging nog uit van de veronderstelling dat een kortdurende psychose altijd na een stressvolle ervaring zou optreden. Dat is vaak inderdaad het geval, maar vooral in niet-westerse culturen komen veel kortdurende psychosen voor zonder dat daar een ernstig belastende ervaring aan voorafgaat (althans, naar objectieve maatstaven).

In de DSM-IV en de ICD10 wordt dat criterium niet als eis gesteld, maar als eventueel additioneel kenmerk. De ICD-10 maakt een onderverdeling en onderscheidt acute kortdurende psychosen naar hun verwantschap met schizofrenie of waanstoornis. De indeling van de acute psychosen is, zoveel is duidelijk, nog omstreden. Risicogroepen lijken te zijn adolescenten en jonge volwassenen, en mensen die in barre omstandigheden verkeren waarin zij worden geconfronteerd met ernstig belastende gebeurtenissen. Het is niet bekend hoe vaak deze psychotische reactie voorkomt. Het is mogelijk dat zich wat dit betreft aanzienlijke transculturele verschillen voordoen, maar daar is weinig met zekerheid over bekend. Over de etiologie is weinig bekend. Er is geen verwantschap van genetische of andere aard met schizofrenie of waanstoornis. Men moet aannemen dat een zekere predispositie een rol speelt, maar de aard daarvan is onduidelijk.

Diagnostische criteria voor kortdurende psychose (DSM-IV)

A) Ten minste één van de volgende symptomen:
1 – Wanen
2 – Hallucinaties
3 – Ontregelde spraak
4 – ernstig ontregeld of katatoon gedrag

Opmerking: een symptoom mag niet worden meegeteld als het in de cultuur van herkomst een geaccepteerde reactie is.

B)   De stoornis duurt minstens een dag en niet langer dan een maand, met terugkeer tot het oude niveau van functioneren.

C)   Geen volledig ontwikkelde stemmingstoornis of schizofrenie, en niet het gevolg van middelengebruik of een lichamelijke aandoening.

Behandeling
De behandeling bestaat uit opvang in een rustige omgeving, en ondersteunende gesprekken. Vaak zal dan de psychotische symptomatologie vrij spoedig verdwijnen cq terugtreden.
Het is nuttig antipsychotische medicatie te geven bij heftige psychotische belevingen, of een benzodiazepine als angst en agitatie sterk op de voorgrond staan. Antipsychotica moeten niet te lang worden voorgezet. Uiteraard zal aandacht uitgaan naar een eventuele aanleidinggevende belastende ervaring, en afhankelijk van de aard daarvan kan het beleid worden aangevuld met andere interventies. Voorts kan de psychose leiden tot een confrontatie met persoonlijkheidstrekken, eventueel een persoonlijkheidsstoornis, die separaat psychotherapeutische bemoeienis vraagt.

Bron: Handboek psychopathologie, deel 1, basisbegrippen, Bohn Stafleu en van Loghum, 2000

 

You may also like...

Geef een reactie