Liberman, de cursus

Ergens tussen 2003 en 2006 heb ik een aantal traingen gevolgd om de liberman modules aan de doelgroep te kunnen geven. Ik ben inmiddels gecertifieerd trainer voor de modules Omgaan met anti-psychotische medicatie, omgaan psychotische symptomen, omgaan met vrije tijd, omgaan met drugs, sociale relaties en intimiteit en persoonlijke effectiviteit. Toen bestond de Liberman stichting nog maar nu zijn de opleidingen vooral ondergebracht bij het RINO.
Hieronder geef ik een beschrijving van de onderliggende principes van de Liberman cursus en de opbouw. Hoewel ik niet uitsluit dat de huidige modules licht zijn aangepast staan de peilers van het concept nog altijd overeind.

Structuur en aanpak

Enerzijds leren deze modules praktische vaardigheden, anderzijds geven ze informatie (bijvoorbeeld over medicatie of ziekteverschijnselen) leren ze een probleemoplossende aanpak, laten familie en vrienden inschakelen en leren vrije tijd opnieuw in te delen.

Deze vaardigheden worden aangeleerd door een cursusaanbod dat zeer gestructureerd is en veel gebruik maakt van positief bekrachtigen en herhaling. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van andere hulpmiddelen zoals video demonstraties, rollenspelen en een werkboek.

Didactische principes

  • De leerstof op verschillende manieren aan te bieden via luisteren, lezen, kijken, observeren, zelf doen
  • Het opdelen van het leermateriaal in kleine porties of stappen
  • Het veelvuldig herhalen van het materiaal
  • Positief bekrachtigen. Elke poging of resultaat moet positief bekrachtigd worden omdat dat de krachtigste manier is om nieuw gedrag aan te leren.
  • Gerichtheid op integratie van kennis en handelen. Niet alleen kennisverwerving maar vooral toepassing: oefenen in rollenspellen en oefenen in de praktijk met je trainer erbij.

De Libermanmodules zijn gebaseerd op de leertheorie (hoe leren mensen) en daarmee samenhangende gedragstherapeutische principes.

Indeling modules

Alle modules zijn op dezelfde wijze ingedeeld in een voorbereidende fase en 4 of meer vaardigheidsdomeinen

Wat is een vaardigheid?

Een vaardigheid is een verzameling kennis en technieken. Gezamenlijk vormen ze een complexe handeling.

Voorbeeld v.e. vaardigheid: rapporteren van symptomen aan een behandelaar Alle mensen verwerven een vaardigheid langzaam door herhaalde oefening. Het aanleren van een vaardigheid is voor een patiënt met leerbeperkingen dus extra moeilijk. Met behulp van didactische principes en positieve bekrachtiging worden vaardigheden versterkt die een bijdragen aan een zelfstandig bestaan en een bevredigender niveau van sociaal functioneren. De Vaardigheden worden door herhaalde oefening geleerd. In de modulen vindt daarom een stapsgewijze opbouw plaats naar de zelfstandige toepassing van de vaardigheid in het leven van alledag. Deze opbouw bestaat uit de herhalende leeractiviteiten per vaardigheidsdomein. De zeven leeractiviteiten optimaliseren het verwerven van de vaardigheid, ook bij beperkingen in het leervermogen van de cliënt.

Voorbeeld van de 4 vaardigheden uit de cursus “omgaan met vrije tijd”

  1. De voordelen leren kennen van verschillende vrije tijd activiteiten; U leert wat voor u persoonlijk belangrijk is.
  2. Informatie verzamelen over vrije tijd activiteiten; U leert waar u aan informatie kunt komen over activiteiten en hoe u kunt bepalen wat u wilt gaan doen.
  3. Uitzoeken wat je nodig hebt voor een activiteit; U leert zich goed voor te bereiden op een activiteit, zodat u over de juiste middelen beschikt om de activiteit geslaagd te maken
  4. Evalueren en voortzetten van de activiteiten; U leert de door u uitgekozen activiteiten te evalueren en een plan voor de langere termijn te maken.

De zeven leeractiviteiten

De verschillende vaardigheden zijn dus weer opgesplitst in zeven leeractiviteiten die voor een stapsgewijze opbouw zorg dragen.

  1. Inleiding in het vaardigheidsdomein
  2. videodemonstratie en vraag- en antwoordsessies
  3. rollenspelen
  4. keuze van de hulpmiddelen
  5. probleemsituaties
  6. praktische oefeningen
  7. huiswerkopdrachten

Waarom zeven leeractiviteiten?

Door de zeven leeractiviteiten is er sprake van “overlearning”, dat wil zeggen dat de vaardigheid in meerdere situaties met veelal verschillende activiteiten wordt ingesleten. Er wordt gebruik gemaakt van visuele en auditieve aanbieding, al het geleerde wordt steeds nagevraagd, er wordt voorgedaan en nagedaan en soms worden zaken opgeschreven in het werkboek. Uit de onderwijspsychologie weten we dat zo’n multimodale aanpak met inschakeling van de verschillende zintuigen en handelingen tot verwerving van de vaardigheid leidt, die vervolgens langdurig beschikbaar blijft. Vergeten is er haast niet meer bij.

Daarnaast bevorderen we het leren door:

  • De juiste stimuli te geven
  • Goede modellen aan te reiken, het goede voorbeeld geven
  • Gewenst gedrag te belonen
  • Gedrag te laten inslijten zodat aangeleerde vaardigheden tot het vaste gedragsrepertoire gaan horen.

De vaardigheid wordt in meerdere situaties middels verschillende activiteiten ingesleten, dus leren door herhaling

  • De cursist hoort het
  • Leest het
  • Leest het hardop zelf voor
  • Ziet er een video-demonstratie over
  • Doet er een rollenspel over
  • Leert eventuele problemen op te lossen
  • Doet een praktijk oefening
  • Maakt er nog een huiswerkopdracht over

Dit noemen we een multi-modale aanpak. Hierbij worden verschillende zintuigen en handelingen ingeschakeld om steeds hetzelfde te leren. Vergeten is er haast niet meer bij (althans niet binnen 4 jaar)

Leeractiviteit 1

Inleiding op het vaardigheidsdomein: De doelstelling van het vaardigheidsdomein begrijpelijk maken

Leeractiviteit 2

Videodemonstratie en een vraag en antwoordsessie: Het bevorderen van begrip van de de te leren vaardigheid en het bevorderen van het inprenten van de leerpunten

Leeractiviteit 3

Rollenspel: Oefenen met de vaardigheid in een zo realistisch mogelijke trainings-situatie

Leeractiviteit 4

De keuze van de hulpmiddelen: Uitzoeken wat je nodig hebt om de vaardigheid te kunnen uitvoeren.

Leeractiviteit 5

Probleemsituaties leren hanteren Onverwachte obstakels bij de uitvoering van de vaardigheid wegnemen.

Leeractiviteit 6

De praktische oefening De vaardigheid toepassen buiten de trainingssetting

Leeractiviteit 7

De huiswerkopdracht Zelfstandig uitvoeren van de deelvaardigheid

Techniek voor het oplossen van problemen

De specifieke inhoud van elk van de domeinen is gebaseerd op het meer algemene concept van de probleemoplossing. In de modules worden de vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen van problemen niet alleen onderwezen om problemen binnen een specifiek vaardigheidsdomein op te lossen. De methode is breed toepasbaar. De deelnemers worden ook voorbereid op de onverwachte situaties of obstakels die kunnen optreden wanneer ze de in de modules aangeleerde vaardigheden in praktijk willen brengen. In de modules worden de vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen problemen niet alleen onderwezen om problemen binnen een specifiek vaardigheidsdomein op de te lossen.

De methode is algemeen en breed toepasbaar.

Het is de bedoeling dat de techniek een integraal onderdeel word van het denkpatroon van de cursisten.

Voorbeeld

Een deelnemer slaagt erin een afspraak te maken met zijn arts om de bijwerkingen van zijn medicatie te bespreken, maar bij aankomst verneemt hij dat de arts weg is vanwege een spoedgeval. Wat moet hij dan doen? Moeilijkheden leren bekijken als oplosbare problemen, is een belangrijke stap naar een meer zelfstandig leven. Voordat je met de eigenlijke vaardigheidsdomeinen begint, moeten de patiënten dus de techniek van het oplossen van problemen leren.

Deze techniek ligt dus aan de basis van alle vaardigheidsdomeinen. Overal in de module moet de trainer, waar mogelijk, terugkomen op de zeven stappen van de techniek van het oplossen van problemen, ook al lijkt het dat de trainer steeds in herhaling vervalt. Op die manier kan de techniek een integraal onderdeel worden van het denkpatroon van de patiënten.

  1. Stop en denk: hoe los je een probleem op?
  2. Omschrijf het probleem
  3. Maak een lijst met de verschillende mogelijkheden om het probleem op te lossen
  4. Overweeg de voor en nadelen van de verschillende oplossingen
  5. Kies één of meer oplossingen en beslis om deze toe te passen
  6. Bepaal welke hulpmiddelen je nodig hebt
  7. Leg het tijdstip vast waarop je de oplossing gaat toepassen en doe het!

Communicatieve vaardigheden:

  1. oogcontact
  2. lichaamshouding
  3. gebaren en bewegingen
  4. gelaatsuitdrukking
  5. stem
  6. taalvaardigheid

Gedurende de hele module maar met name tijdens de traingsmomenten, de rollenspellen, word er steeds aandacht besteed aan communicatieve vaardigheden. Voor communicatie met de buitenwereld zijn de regels van de intermenselijke communicatie natuurlijk van groot belang. Houd je je aan deze regels dan is het effect van je communicatie ook groter.

Andere belangrijke kenmerken van de cursus

De cursist word gemotiveerd sociale contacten aan te gaan door hulp te vragen, iemand uit te nodigen, contact te zoeken met instanties etc. Deze contacten worden altijd geoefend in het rollenspel. Dat maakt de drempel om het contact aan te gaan kleiner en het zelfvertrouwen groter. Als trainer moet ik zeggen dat het rollenspel in dit opzicht cruciaal en uitermante effectief is.

De familie: de cursisten worden gemotiveerd om hun familie en vrienden van de cursus op de hoogte te stellen en dat word dan ook geoefend. Hierdoor weet de sociale context van de cursist waar hij mee bezig is, hij kan hierin worden ondersteund en wat nog veel belangrijker is, de sociale context van de cursist kan er vaak ook nog heel wat van leren.

Mocht u dit als familielid of vriend/vriendin lezen dan kan ik u ook aanraden eens mee te gaan naar de training en u te laten voorlichten over de doelen en werkwijze van de training zodat u de cursist ook in de prive situatie kunt ondersteunen.

Als trainer neem je constant een positieve, ondersteunende en coachende houding aan. De didactische vaardigheden die je als trainer toepast zijn de volgende:

Shaping: het opdelen van het te leren materiaal in kleine porties of stappen.

Modelling: je bent als trainer een rolmodel voor de cursist. Je doet het gewenste gedrag voor om te laten zien hoe het moet of kan.

Promten: eigenlijk souffleren. Dus gewoon voorzeggen, soms maar 1 woordje om een begin te maken.

Herhalen: steeds weer stof en vaardigheden herhalen waardoor gewenst gedrag inslijt of kennis beklijft.

Positief bekrachtigen: heel belangrijk. Niet alleen voor de liberman cursus. Nooit afkraken. Dat demotiveert. 1 negatieve bekrachtiging kan 10 positieve te niet doen.

Ter zijde

De sfeer: een open aanmoedigende sfeer is de beste leersfeer. Door positieve bekrachtiging, aanmoediging en veel hulp bieden ontstaat er al gauw een veilige omgeving waarin mensen goed leren.

 

You may also like...

Geef een reactie