Motiverende gespreksvoering, theorie

Motiverende gespreksvoering (MGV) is een gespreksmodel waarin de cliënt geholpen en begeleid word om motivatie te ontwikkelen en/of te versterken om een verandering in zijn gedrag of gewoonte te bewerkstelligen.

1)  Contra-indicaties voor motiverende gespreksvoering:
Situaties waarin een cliënt niet in staat is tot zelfcontrole en zelfreflectie, dus bijvoorbeeld ernstig verwarde cliënten, (bijvoorbeeld met een psychose) en cliënten die aan ernstige cognitieve tekorten lijden (minder begaafd etc)
Er moet een dialoog mogelijk zijn met de client.

Het is bovendien zo dat MGV niet uit theorie is te leren. Het is een gesprekstechniet die gebaseerd is op de Congnitieve gedragstherapie en feitelijk het kennisveld van behandelaars. Je kunt het niet onder de knie krijgen zonder veel trainen.
Dat betekent niet dat hulpverleners niks kunnen doen aan het motiveren van hun cliënten ten einde iets aan eventuele schadelijke en/of ongewenste gewoontes te veranderen dan wel een bepaalde wens te vervullen.

2)  Toepasbaarheid in de Chronische sector:
Wij als verpleegkundigen op een verblijfsafdeling kunnen MVG toepassen als een verandering gewild of gewenst is. Voorbeelden zijn veranderingen die een verbetering van de gezondheid ten gevolge hebben, grotere autonomie zoals meer vrijheden, een andere woonvorm, vrijetijdsbesteding of een door hemzelf of zijn directe omgeving gewenste gedragsverandering (afvallen, stoppen met roken, stoppen met drugs of drank)

3a) Motiverende gespreksvoering
Werkt samen met de cliënt
lokt motivatie uit of ontwikkeld aanwezige motivatie.
Het gaat om interne motivatie, dus geen drang van buitenaf.

MGV is een manier van samenwerken met de cliënt, geen gesprekstechniek om problemen op te lossen.

3b) Principes van Motiverende gespreksvoering:
Empathie
Onvoorwaardelijke acceptatie
Onderzoeken en oplossen van ambivalentie
Ontwikkel discrepantie
Rol mee met de weerstand
Vergroot zelfvertrouwen
Vergroot autonomie

4a) Hoort wel/niet bij MVG

Hoort niet bij MVG
Afkeuren
Beschuldigen
Confronteren
Discussiëren
Etiketteren
Foutief inschatten van betekenis van gedrag
Geven van te veel of te weinig sturing

Hoort wel bij MVG

Aantrekkelijkheid van gedragsverandering
Bekrachtigen
Creëren van keuzemogelijkheden
Doelen helder maken
Empathie
Feedback
Geven van professioneel advies.

4b) De reparatiereflex hoort ook niet bij MGV:
De automatische neiging om te herstellen, te genezen, de ander op de “goede weg” te brengen.
Hoe meer de hulpverlener deze reflex toepast hoe kleiner de kans dat de cliënt het gewenste gedrag gaat vertonen (paradox)
Het is voor de hulpverlener dus heel belangrijk om in dit model de zogenaamde “reparatie-reflex” te onderdrukken. Die is van nature bij verpleegkundigen en veel andere hulpverleners aanwezig en is kort samengevat de drang om meteen met oplossingen te komen. In dit model moet de verandering van de cliënt komen en staat de hulpverlener naast de cliënt.

5) Motivatie en ambivalentie:

Motivatie is:
– De mate van bereidheid tot gedragsverandering
– Motivatie kan verschillen per moment, per gedrag en per situatie
– Motivatie kan beïnvloed worden in de interactie met de hulpverlener

6)  Ambivalentie
Ambivalentie is het feit dat iemand zowel positieve als negatieve gevoelens heeft over zijn gedrag.

Van belang is om deze gevoelens in kaart te brengen. Hiervoor kun je de voor- en nadelenbalans gebruiken.
Mijn gedrag/gewoonte heeft voor mij de volgende Veranderen van mijn gedrag of gewoonte heeft voor mij de volgende
Voordelen nadelen Voordelen Nadelen

7) Motivatie en de de lineaal:

Bij iemand die weinig gemotiveerd is bestaat er eeen leuk stukje gereedschap om hem te wijzen op (de aanwezigheid) van zijn eigen motivatie.

Teken op een stukje papier een lineaaltje met een schaal van 1 tot 10

Vraag iemand hoe belangrijk hij het vind om te veranderen.

Stel hij zegt 4. Je hebt dan de neiging om iemand in de richting van de 6 of hoger te gaan duwen met allerhande argumenten.
Maar beter is het om te vragen: waarom een 4 en geen 2.
Iemand zal dan argumenten geven waarom hij niet lager scoort, bijvoorbeeld als ik te dik ben krijg ik hartklachten. Op die manier kun je dus iemand zelf argumenten laten geven waarom een gedragsveranding gewenst is. Bovendien is het een argument van de persoon zelf.

Weerstand herken je aan

– in de rede vallen
– de discussie aangaan
– ontkennen
– dingen minder belangrijk maken dan ze zijn.

Weerstandtaal herken je aan uitspraken van de cliënt die gericht zijn op:

– voordelen van huidig probleemgedrag
– nadelen van verandering
– bedoeling om niet te veranderen
– geen vertrouwen in eigen kunnen

En kun je bijsturen door:

– open vragen
– belonen, postitief bekrachtigen
– benadruk eigen keuzes en verantwoordelijkheid
– geef alleen advies nadat je toestemming hebt gevraagd
– reflecteren, reflecteren, reflecteren

Een belangrijke vaardigheid in MVG is het herkennen en uitlokken van verandertaal. Verandertaal zijn uitspraken van de cliënt die duiden op een mogelijkheid tot verandering. Daar zit ook zijn motivatie.

Categorien van verandertaal

Voordelen verandering
Nadelen huidig gedrag
Bedoeling / bereidheid tot verandering
Optimisme over verandering
Vertrouwen in eigen kunnen

Herkennen van verandertaal (voorbeelden)

– verlangen (ik wil, ik zou graag … )
– vermogen (ik kan, ik zou kunnen … )
– Redenen (ik zou me beter voelen als, ik voel me niet goed )
– Behoefte ( ik zou moeten, ik kan niet anders )
– Vastbeslotenheid (ik ga, ik zal, ik wil )
– stappen zetten (deze week ga ik, morgen … )

Verandertaal kun je ook uitlokken

– Uitlokkende vragen: welke zorgen maakt u zich over uw probleemgedrag? Waarom wilt u veranderen?
– Voor en nadelen: Navragen wat de voor/nadelen van probleemgedrag zijn en wat de voor/nadelen zijn van de verandering. Gebruik hiervoor de voor- en nadelenbalans.
– Uitweiden: Verheldering van probleemgedrag, zoals een specifiek voorbeeld van wanneer probleemgedrag optrad, of welke specifiek gevolg het grootste voordeel is van de verandering. Vraag ook hoe de omgeving (familie, vrienden maar ook bijvoorbeeld omstanders) hierop reageerden toen het probleemgedrag zich voordeed.
– Extremen: navragen wat de uiterste consequenties zijn indien probleemgedrag wel of niet verandert. Vraag hoe het leven er uitzag toen het probleemgedrag zich niet voordeed.
– Terugkijken: Vragen hoe het leven was voordat het probleemgedrag ontstond en vergelijken met het hoe het leven nu word ingevuld: wat is er veranderd sinds u dit probleemgedrag heeft?
– Vooruitkijken: Vragen hoe de toekomst er uit zal zien als het probleemgedrag niet/wel veranderd. Stel dat u dit probleemgedrag niet meer vertoont, welke problemen zijn er dan opgelost?
– Vertrouwenslineaal: Bespreken van het belang en het vertrouwen in veranderingen.

Hoe meer zelfmotiverende uitspraken en hoe groter de afname van weerstand in contact met een cliënt, hoe groter de kans op resultaat. Onderzoek toont tevens aan dat hoe meer verandertaal een cliënt uitspreekt tijdens een gesprek en hoe groter de afname van weerstand des te groter de kans is dat hij daadwerkelijk iets verandert aan zijn gedrag. Onderzoek toont aan dat de hulpverlener hierop duidelijk invloed uitoefent; weerstand en verandertaal zijn afhankelijk van de attitude en bejegening van de cliënt door de hulpverlener. Dit wetende kunnen de reacties van de client dus als feedback gebruikt worden om een goed gesprek in de geest van motiverende gespreksvoering te voeren.

Om een gedragsverandering teweeg te brengen is het belangrijk te weten in welk stadium van verandering iemand zich bevind zodat je de juiste ondersteuning en coaching kan geven.

De stadia in het veranderingsproces vereisen steeds een andere input van de hulpverlener. Kort samengevat:

Stadium Cliënt: Taak van de hulpverlener
Voorstadium
Informatie geven en ontvangen.
Relatie leggen klachten/gevolgen en gedrag
Bezorgdheid vergroten
Vertrouwensrelatie opbouwen.
Onzekerheid, twijfel, angst, kennistekort
Overwegen
Afwegen van voor en nadelen
persoonlijke effectiviteit versterken.
Exploreren gevolgen, consequenties, motivatie)
Beslissen

Hulp bij het nemen van een weloverwogen besluit. Bekrachtigen, samenvatten, ordenen
(SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, resultaat, tijd)
Uitvoeren
Plannen, hulp bij het uitvoeren van de verandering
Controleren en beheersen van het proces.
Volhouden Terugvalpreventie, herkennen van risicosituaties, valkuilen benoemen, vaardigheden aanleren.
Terugvallen Hulp op om de draad weer op te pakken.

Basistechnieken:
Open vragen stellen
Kun je niet met ja of nee beantwoorden
Begint vaak met een vragend voornaamwoord, bijvoorbeeld hoe, wie, wat, waar etc.
Lokt informatie uit van de verteller.
Geeft de cliënt de ruimte om zijn eigen motieven, twijfels en weerstand toe te lichten.

Reflectief luisteren
Het uitgangspunt van reflectief luisteren is dat de daadwerkelijke boodschap van de cliënt verborgen zit in het hetgeen hij zegt. Dit vraagt om actief luisteren om de achterliggende boodschap te horen.
Vervolgens interpreteert de hulpverlener een uitspraak over wat hij denkt dat de boodschap is die de cliënt communiceert. Als laatste benoemt hij de boodschap die volgens hem door de cliënt gecommuniceerd word. Dit is reflectief luisteren.
Reflectief luisteren, het terug geven aan de cliënt wat de hulpverlener denkt dat de cliënt bedoelt, gebeurt als een interpretatie. Een reflectie word gegeven in de vorm van een vraag. Het is begrip laten horen en zien in plaats van te vragen of je de cliënt hebt begrepen.

Bevestigen
Het bevestigen en bekrachtigen van waarden, sterke kanten, inspanning en positief bekrachtigen.
Samenvatten In eigen woorden kort en bondig het gezegd samenvatten, ordenen en herhalen. Ook bij de spreker controleren of het juist is hoort bij deze techniek.
Reflecteren Een bijzondere vorm van samenvatten is reflecteren. Geef je in een gewone samenvatting objectief en kort de boodschap van de ander weer, bij een reflectie breng je zijn gevoel/emotie onder woorden. Je geeft daarmee aan dat je je gesprekspartner begrijpt en dat je zijn gevoel serieus neemt. Hierdoor zorg je voor een sfeer van vertrouwen en je krijgt daardoor vaak andere en meer wezenlijke informatie te horen. Je kunt op deze manier ook controleren of je het gevoel van de ander goed hebt geïnterpreteerd.

Deze vaardigheden kunnen op twee manieren ingezet worden:

1 – Explorerend: Je gebruikt ze dan om een cliënt te coachen bij het onderzoeken van zijn ambivalentie ten opzichte van verandering. Ambivalentie wil zeggen tegenstrijdige gevoelens over bepaald gedrag.

2 – Directief: je gebruikt ze dan sturend om cliënten te helpen zijn ambivalentie in een bepaalde richting op te lossen. Hierbij zijn deze vaardigheden gericht op het uitlokken van zelfmotiverende uitspraken. Dit zijn uitspraken van de cliënt die gaan over:

– probleemherkenning
– Veranderbereidheid
– bezorgdheid
– Vertrouwen in eigen kunnen.

De drie voornaamste communicatiestijlen:

Volgen: Luisteren, volgen wat de ander aangeeft
Richting geven: Leiding nemen, sturen
Gidsen: Aansluiten bij de cliënt, helpen eigen oplossingen te vinden.

You may also like...