Nachtwaak, zitwacht en loopwacht, 1897

De nachtwaak
Handboek der Krankzinnigenverpleging, pagina 35, 36 en 37
J. van Deventer Szn, eersten geneesheer-directeur van het Gesticht Meerenberg
Amsterdam, J.H.G. van Heteren, 1897

Onderstaan artikel komt uit het eerste leerboek voor psychiatrisch verpleegkundigen uit 1897 en behandeld de plichten en werkzaamheden van de Nachtwaak, in het bijzonder van de zitwacht en de loopwacht.

01. De zusters en broeders die met de nachtwaak zijn belast moeten vooral zorgen dat zij de dienst nauwkeurig overnemen en dat zij geheel op de hoogte zijn van hun verplichtingen en zeer doordrongen van hun verantwoordelijkheid.

02. Gedurende de nachtwaak behoort zoveel mogelijk rust te heersen en worden overbodige gesprekken vermeden, de deuren zacht geopend en gesloten, pantoffels met vilten zolen gedragen en alles vermeden wat gedruis veroorzaakt.

03. Nooit mag eigenmachtig worden gehandeld; de hulp van de hoofdverpleging en van de afdelingsgeheesheer moet, indien nodig, steeds worden ingeroepen.

04. Vóór het begin van de dienst moet de wacht in het bezit zijn van de sleutels om bij onverhoopte ongevallen, bijvoorbeeld brand, de patiënten in veiligheid te kunnen brengen en de brandblusmiddelen in werkting te stellen.

05. Bij het eindigen van de nachtdienst word een rapport opgemaakt van de vermeldingswaardige voorgevallen.

06. In geen geval mag een zuster of broeder zelfstandig met de nachtwaak worden belast, voordat hij enige tijd onder bevoegde werkzaam te zijn geweest en het bewijs te hebben geleverd voor die taak ten volle berekend te zijn.

07. Er word streng op toegezien dat de deuren, bijvoorbeeld die welke de afdelingen van de zusterskamers scheiden, geen knippen bevinden, zodat bij brand en andere ongevallen de patiënten zich ook langs die weg kunnen verwijderen.


De zitwacht

01. De zogenaamde zitwacht houd nauwkeurig toezicht op de haar toevertrouwde patiënten, vooral op hen die de neiging tot zelfmoord vertonen, gevaarlijk voor hun omgeving zijn of uit een ander oogpunt voortdurend toezicht nodig hebben en tevens op nieuw aangekomen patiënten.

02. De zusters en broeders mogen zich gedurende de nachtwaak niet bezighouden met spannende lectuur of andere bezigheden die de aandacht van hun verplichtingen afleiden.

03. Zij mogen zich onder geen voorwendsel van de hun toevertrouwede zalen verwijderen, dan alleen wanneer zij door de loopwacht worden vervangen.

04. Voordat zij de dienst overnemen, behoren ze er voor te zorgen dat ze alle benodigdheden bij zich hebben.


De loopwacht

01. De zogenaamde loopwacht behoort zich nauwkeurig rekenschap te geven van haar plichten en de omvang van haar taak.

02. De plichten der wacht blijven niet beperkt tot de aangegeven ronden: de zusters of broeders zijn verplicht toezicht te houden over de gehele afdeling.

03. De hun opgdragen ronden behoren zij stipt te vervullen. Wanneer ze daarvan moeten afwijken moet dit in het nachtrapport worden vermeld met opgave van reden.

04. Zodra de loopwacht de dienst heeft overgenomen behoort zij zicht van het volgende op de hoogte te stellen:
a. of alle deuren, ramen en zalen gesloten zijn.
b. of alle patiënten aanwezig zijn en in bed liggen.
c. of de nodige voorzieningen met het oog op vuur en licht zijn genomen.
d. of geen overtollig licht brand.
e. of de isoleerkamers en verdere vertrekken die door de afdelingsgeneesheer daartoe zijn aangewezen om speciaal toezicht op uit te oefenen, behoorlijk verlicht zijn.
f. of het vuur in de koffiehaard geen gevaar voor brand kan opleveren.
g. of de kranen van gas- en waterleiding zijn gesloten.
h. of op de afdeling ’s nachts het vastgestelde aantal broeders en zusters verblijven: met het oog op brandgevaar of andere ongevallen moet bij tijdelijke afwezigheid van zuster of broeders die op de afdeling verblijf houden, hun plaats door anderen worden ingenomen.

05. Gedurende de verdere dienst word nauwkeurig gelet op de temperatuur en de ventilatie der vertrekken.

06. Zodra het daglicht voldoende is worden de gaskranen gesloten.

07. Het aangewezen personeel word ’s morgen tijdig gewekt.

08. Er word nauwkeurig op toegezien dat de patiënten niet vóór de daarvoor bestemde tijd opstaan.

09. Gedurende de verschillende rondes word er nauwkeurig op toegezien of de patiënten hulp nodig hebben, waarbij van de kijkgaatjes in de deuren geregeld gebruik gemaakt moet worden.

10: Speciaal toezicht moet worden uitgeoefend op:
a. op patiënten in isoleercellen
b. op patiënten in isoleerkamers
c. op toevallijders, ook of deze op een toevalkussen slapen
d. op onzindelijke lijders
e. op patiënten met neiging tot onvluchting
f. op zieke en hulpbehoevende patiënten
g. op lijders met neiging tot onzedelijke handelingen en dergelijke.

11. Patiënten die behoefte hebben aan bijvoorbeeld drinken worden geholpen.

12. Daarbij word in het hoog gehouden dat men zich niet alleen waagt bij gevaarlijke patiënten, met inbegrip van patiënten die men nog niet voldoende kent.

You may also like...

Geef een reactie