Ontwijkende of vermijdende persoonlijkheidsstoornis

Cluster C: Ontwijkende of vermijdende persoonlijkheidsstoornis.

Individuen met een ontwijkende(vermijdende)persoonlijkheidsstoornis worden gekenmerkt door geremdheid in sociale contacten, minderwaardigheidsgevoelens en overgevoeligheid voor een negatieve beoordeling.
Ontwijkende persoonlijkheden zijn zich vaak overmatig bewust van hun eigen voorkomen en de indruk die zij op anderen maken.
Net als schizoïde personen hebben zij doorgaans weinig sociale en intieme contacten, maar terwijl de schizoïde persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een normale behoefte aan intimiteit is dit bij de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis niet het geval.
Ontwijkende personen zijn dermate gevoelig en kwetsbaar dat het vermijden van contacten, en daarmee het vermijden van kritiek of afwijzing, voor hen de minst slechte optie lijkt.

Ontwijkende personen zijn in het algemeen goed in staat hun lijden onder woorden te brengen en doen vaak uitspraken waaruit hun gebrek aan zelfwaardering blijkt. Hun timide en onzekere optreden leidt er vaak toe dat precies datgene gebeurt wat ze proberen te voorkomen. Omdat de ontwijkende persoon zich ongemakkelijk voelt in sociale contacten, ontstaat bij de ander ook vaak de nodige spanning, zodat die contacten zich niet of slecht ontwikkelen.

Diagnostische criteria voor de vermijdende persoonlijkheidsstoornis (DSM-IV)

Patiënten:

* Vermijden werkzaamheden die direct persoonlijk contact met zich meebrengen omdat ze bang zijn voor kritiek, afkeuring of afwijzing.
* Vinden het niet prettig met anderen om te gaan, tenzij ze er zeker van kunnen zijn dat dezen hen aardig zullen vinden.
* Gaan intieme relaties uit de weg, bang als ze zijn om voor schut gezet of uitgelachen te worden.
* Zijn gepreoccupeerd met de vraag of ze in gezelschap bekritiseerd of afgewezen zullen worden.
* Voelen zich in nieuwe situaties geremd, omdat zij zich voel tekort schieten.
* Menen tekort te schieten in sociale vaardigheden, denken onaantrekkelijk te zijn voor anderen, of minder waard dan anderen.
* Voelen ongewoon veel schroom bij het nemen van risico’s die hun gezichtsverlies zouden kunnen opleveren of bij het deelnemen aan nieuwe bezigheden waardoor zij in verlegenheid gebracht zouden kunnen worden.

Gevangen in de wurggreep van hun angstigheid en hypersensitiviteit gaan ontwijkende personen vaak eenzaam en ongelukkig door het leven. Het zal dan ook niemand verbazen dat veel ontwijkende personen in de loop van hun leven episoden kennen van depressieve en angstklachten of alcoholproblemen.


Bij de meeste van deze stoornissen, met uitzondering van de sociale fobie, levert de differentiële diagnostiek weinig problemen op. Voor de sociale fobie geldt dat deze zich vaak beperkt tot enkele specifieke situaties of omstandigheden, terwijl de diagnose ontwijkende persoonlijkheidsstoornis alleen gesteld kan worden indien de angst en vermijding zich in de meeste sociale situaties voordoen.

Bij het gegeneraliseerde type van de sociale fobie valt ook dit onderscheid weg. Hier kunnen de beide stoornissen uitsluitend worden onderscheiden op basis van hun beloop. As-2-stoornissen onderscheiden zich door een vroege aanvang en een chronisch beloop, terwijl dit bij As-1-stoornissen niet het geval hoeft te zijn. Overigens voldoen patiënten vaak aan de diagnostische criteria van beide stoornissen.

You may also like...

Geef een reactie