Rehabilitatie, 4 benaderingen

De klassieke rehabilitatie kent van oudsher 4 verschillende invalshoeken. Hoewel de tegenwoordige integrale aanpak dit onderscheid nog maar nauwlijks maakt is het wel interessant deze 4 benaderingen uit te splitsen en te zien hoe je “herstelgericht werken” vanuit diverse invalshoeken kunt benaderen. Uiteindelijk is de kern van de zaak natuurlijk dat je voor je client de best mogelijke maatregelen neemt om maximaal herstel te bevorderen.

1: De milieugerichte benadering

De Britse rehabilitatietraditie van Bennett en Shepherd vertrekt vanuit de vraag hoe cliënten ondanks hun blijvende beperkingen, toch een bevredigend leven kunnen leiden. Men streeft primair naar een hoogwaardig zorgaanbod en naar het vormgeven van meer of minder aangepaste leefomgevingen. Het aanleren van vaardigheden komt binnen deze traditie op de tweede plaats.

De traditionele milieugerichte benadering richt zich op het bieden van een therapeutisch milieu of een beschermde woonomgeving.

De milieugerichte benadering in de rehabilitatie richt zich op het creëren of handhaven van een plezierig, functioneel en zo genormaliseerd mogelijk leefmilieu. Het milieu kan beschouwd worden als een prothese die de beperkingen van de cliënt ondervangt, hem bescherming en veiligheid verschaft. Vanuit deze veilige omgeving kan de cliënt echter ook uitgenodigd worden om nieuwe activiteiten te ondernemen en zich te ontpooien.

Met name in de rehabilitatiebenadering van Bennet en Shepherd (1991) is veel aandacht voor aangepaste milieus. De aandacht gaat in evenwichtige mate zowel uit naar de individuele cliënt, de groep of het netwerk als naar de materiele omstandigheden. De begeleiding richt zich veelal op de interacties van de cliënt en de anderen binnen het leefmilieu. Vanuit de hulpverlener bezien gaat het vooral om de vormgeving van de fysieke en relationele omgeving.

De uitgangspunten van de milieugerichte benadering binnen de rehabilitatie hebben hun uitwerking inmiddels gevonden in de organisatie van de psychiatrie in Nederland. De deconcentratie van de grote psychiatrische ziekenhuizen is momenteel nog in volle gang en een wat ons betreft direct gevolg van het uitgangspunt dat wanneer mensen zich in een betere omgeving bevinden, ze zich dan ook beter gaan voelen en beter gaan gedragen. Het kunnen hebben van ‘enige’ invloed op hoe je zelf woont en leeft lijkt inmiddels ook een vanzelfsprekendheid te zijn ook voor mensen die langdurig aangewezen zijn op psychiatrische zorg.

2: Probleemgerichte benadering

In de probleemgerichte benadering staat de klacht of het probleem centraal. Aan de hand van anamnese en van een beschrijving of onderzoek van de huidige situatie wordt een probleemdiagnose geformuleerd. Dit gebeurt het liefst met de cliënt samen, maar indien nodig alleen door de deskundige.

Zorgplannen en interventies hebben in de probleemgerichte werkwijze ten doel het probleem op te lossen. De rol van de cliënt bij de probleemgericht werken is die van patiënt. De meeste medisch-georienteerde disciplines hebben geleerd vooral probleemgericht te werken. De meeste vormen van behandeling kunnen beschouwd worden als probleemgericht.

Van de rehabilitatiebenaderingen sluit die van Liberman c.s. (1990) het meeste aan bij de probleemgerichte benadering. Bij een cliënt met een psychotische stoornis wordt een pakket aangeboden van medicatie, voorlichting (psycho-educatie) en vaardigheidstraining.

In de benadering van Liberman is er een vloeiende overgang tussen behandeling en rehabilitatie. Het gaat hem vooral om het leren herkennen en oplossen van problemen, zowel door de cliënt als door zijn omgeving.

Farmacotherapie, cognitieve therapieën, het leren herkennen van en omgaan met symptomen, het trainen van vaardigheden die nodig zijn voor het vervullen van sociale rollen, psycho-educatie voor familieleden en het mobiliseren van sociale steun vormen bestanddelen van het behandel- en rehabilitatieprogramma van Liberman.

3: Ontwikkelingsgerichte benadering

In de ontwikkelingsgerichte benadering is een wens of behoefte van de cliënt het uitgangspunt. Groeien en leren zijn hier de kernbegrippen. Een aantal (psycho-) therapeutische stromingen is hierop gericht. Voor chronische patiënten leek dit echter niet weggelegd. Het doel waarnaar de cliënt streeft is hier immers belangrijk. Zonder doel krijgt een ontwikkeling geen richting. En welke schizofrene patiënt is in staat zon doel te formuleren.

De school van Anthony gaat uit van een heldere taakverdeling tussen behandeling (het minimaliseren van ziekte) en rehabilitatie (het maximaliseren van gezondheid)

  • In deze benadering probeert men samen met de cliënt vast te stellen welke doelen hij wil nastreven inzake wonen, werken, leren of sociale contacten (de diagnostische fase)
  • Vervolgens word vastgesteld welke vaardigheden en hulpbronnen de cliënt nodig heeft om zijn doelen te kunnen verwezenlijken (de planningsfase)
  • Daarna krijgt de cliënt de gelegenheid om de benodigde vaardigheden op te doen en worden interventies ondernomen om steun vanuit de omgeving te mobiliseren (de interventiefase)

Deze drie fasen zullen regelmatig terugkeren, bijvoorbeeld als de woon- of werksituatie van de cliënt verandert. Overigens kan al snel blijken dat de cliënt geen duidelijk of realistisch doel kan formuleren (een gebrek aan ‘readiness’ oftewel ‘doelvaardigheid’)

De cliënt en zijn hulpverlener kunnen dan besluiten om eerst aan de doelvaardigheid te werken, bijvoorbeeld door alternatieve omgevingen te verkennen of door het activeren van steun vanuit de omgeving.

Het is de verdienste van Anthony c.s. (1990) dat hij met zijn rehabilitatiebenadering aangetoond heeft dat veel cliënten met enige systematische ondersteuning best in staat is ontwikkelingsgerichte doelen te formuleren. Zijn methode, beter bekend geworden onder de naam Boston- of Individuele Rehabilitatiebenadering, karakteriseert de rol van de cliënt als een deelnemer in een leerproces.

4: Integrale rehabilitatiebenadering

In de integrale rehabilitatiebenadering worden elementen van de andere drie rehabilitatiestromingen samengevoegd en geïntegreerd met een eigen specifieke kijk op het functioneren aan mensen met psychiatrische problematiek.

Centraal daarin staat het bieden van ‘zorg op maat’ aan individuele cliënten, het ondersteunen van familieleden en het sociale netwerk. De integrale rehabilitatiebenadering kan als volgt worden gedefinieerd:

“ een proces waarin activiteiten plaatsvinden die erop gericht zijn mensen met psychosociale beperkingen te helpen hun levenskwaliteit en zelfzorgvermogen zo groot mogelijk te laten zijn, teneinde zowel persoonlijk als maatschappelijk tot tevredenheid te kunnen functioneren in woon-, werk- en andere milieus van keuze “

 

Overeenkomsten tussen de 4 verschillende benaderingswijzen

De volgende kenmerken hebben de verschillende rehabilitatiebenaderingen met elkaar gemeen:

  • accent op verbetering en groeimogelijkheden
  • een vertrouwensband tussen cliënt en hulpverlener
  • cliënten doen actief mee met het stellen van doelen en maken plannen
  • rehabilitatie vind plaats in de omgeving waarin de cliënt het nodig heeft
  • verbeteren van leefomstandigheden door het aanleren van vaardigheden en het aanpassen van de omgeving
  • bieden van steun zolang deze nodig is

You may also like...

Geef een reactie