Schizo-affectieve stoornis

Een schizo-affectieve stoornis is een psychische aandoening die zowel kenmerken heeft van schizofrenie als van een stemmingsstoornis. Een patiënt heeft dus niet alleen klachten over wanen, hallucinaties en verward denken, maar ook over manische buien en klinische depressie. De symptomen doen zich voor in één periode van diagnose. De aandoening uit zich veelal in de puberteit of jonge volwassenheid en komt vaker bij vrouwen voor. De term schizoaffectief werd in 1933 voor het eerst geopperd door Jacob Kasanin.

Het is niet eenvoudig de diagnose te stellen en er bestaat dan ook nog de nodige discussie over. Het grote probleem is om te bepalen welke groep symptomen de overhand heeft. Als zich bijvoorbeeld manische symptomen voordoen die even lang of langer duren dan de (niet zelfstandig voorkomende) schizofrene verschijnselen, is er sprake van een bipolaire stoornis met psychotische kenmerken. Duren de schizofrene verschijnselen aanzienlijk langer dan de manische symptomen, beschouwt men het ziektebeeld als schizofrenie. Als de schizofrene verschijnselen uiteindelijk iets langer duren dan de manische symptomen, maar ze tijdens de ziekteperiode in essentie gelijk optreden, kan een schizo-affectieve stoornis worden gediagnosticeerd.

Kenmerkend van de schizoaffectieve stoornis is dat er bij de patiënt duidelijke verschijnselen zijn van stoornissen in de stemming zoals die worden gezien bij een patiënt met manisch-depressieve stoornis. Maar, in tegenstelling tot patiënten met bipolaire stoornis, functioneert de patiënt met schizoaffectieve stoornis tijdens de periodes waarin er geen sprake is van veranderde stemming, niet normaal. Tussen de episodes van verhoogde of verlaagde stemming (manie of depressie) bestaan langdurige periodes waarin de patiënt psychotisch is (dus zonder dat er sprake is van een veranderde stemming). Anders gezegd, patiënten met een schizoaffectieve stoornis zijn langdurig psychotisch waarbij zich zo nu en dan ook manische of depressieve episodes kunnen voordoen.

Bij de manisch-depressieve vorm komen naast de voortdurende psychotische verschijnselen (‘schizofrene’ symptomen) manische en depressieve episodes voor. Bij de depressieve vorm worden naast psychotische verschijnselen (de ‘schizofrene’ verschijnselen van de stoornis) alleen depressieve (en dus geen hypomane of manische) episodes gezien. Vanwege de ingewikkeldheid van de aandoening, die misschien niet eens een aparte ziekte betreft is het raadzaam om zowel over schizofrenie als over de bipolaire stoornis goed geïnformeerd te zijn. Het kan verder voorkomen dat het ziektebeeld verandert en dus ook de diagnose moet worden herzien.

Naar gelang het ziektebeeld onderscheidt men twee typen schizo-affectieve stoornis: het bipolaire type (manische of gemengde episoden) en het klinisch depressieve type (depressieve episoden).


Diagnostische criteria voor een schizo-affectieve stoornis volgens DSM-IV

A) Een ononderbroken ziekteperiode, waarin op enig moment gelijktijdig zowel een depressief of manisch syndroom als karakteristieke symptomen uit de actieve fase van schizofrenie (criterium a) aanwezig zijn geweest.

Criterium a :

Een maand lang gedurende een groot deel van de tijd ten minste twee van de volgende symptomen:
1 Wanen
2 Hallucinaties
3 Ontregelde spraak
4 Ontregeld of katatoon gedrag
5 Negatieve symptomen

B) in die periode zijn er minstens twee weken geweest met wanen of hallucinaties zonder opvallende stemmingsstoornis.

C) De depressieve of manische symptomen zijn een aanzienlijk deel van de lichamelijke aandoening.

Typen:

Bipolair Type: als er een manisch episode is (of zowel manische als depressieve perioden)

Depressief Type: als er alleen depressieve perioden zijn.

Voorbeeld:
Mevrouw D. (52 jaar) wordt met spoed verwezen omdat zij verward reageert op recente gebeurtenissen in het gezin. Haar moeder heeft een ernstige ziekte en zal niet lang meer te leven hebben: haar jongste zoon verliet onlangs opstandig het huis met de mededeling voorlopig niet te zullen terugkeren.

Nu twijfelt ze erg aan zichzelf. Haar man tracht haar te ondersteunen, echter zonder resultaat. Zij heeft het gevoel dat de wereld ten onder zal gaan. Af en toe hoort zij stemmen van profeten die haar bemoedigend toespreken. Zij heeft ontdekt dat de hele wereld een strijdtoneel is van het goede en het kwade en weet zeker dat van haar een soort reddingsactie wordt verwacht. Ze weet echter niet hoe ze dat moet doen. Zij is door dit alles angstig gestemd en vraagt zich af of zij wel goed heeft geleefd.

De psychotische verschijnselen houden lang aan. Na enkele weken wordt zij steeds depressiever. De behandeling vordert moeizaam en het duurt maanden voordat ze weer voldoende is hersteld om weer naar huis te gaan.

Het diagnostische begrip schizo-affectieve stoornis is in het verleden nogal wisselend gedefinieerd. Destijds was het een syndroom dat alleen bij uitsluiting mocht worden vastgesteld; als het echt niet lukte om te differentiëren tussen schizofrenie en een stemmingstoornis. De diagnose heeft inmiddels een eigen status gekregen.
Dat betekent geenszins dat er duidelijke aanwijzingen zouden bestaan voor een af te bakenen diagnostische categorie met eigen etiologische en therapeutische implicaties. Het gaat om een heterogene categorie, maar identificatie van subgroepen is niet eenvoudig.

Wanneer men accepteert dat de stemmingstoornissen en de schizofrene stoornissen de ankerpunten zijn voor een indeling van de ernstige syndromen in de psychiatrie, dan ligt het voor de hand aan te nemen dat de schizo-affectieve categorie in elk geval omvat:

– Ernstige stemmingsstoornissen met sterke stemmingsincongruente psychotische belevingen
– Relatief gunstig verlopende schizofrene stoornissen met aanzienlijke stemmingsontregeling.

Daarnaast is wellicht sprake van een kleine groep patiënten die beide ernstige syndromen in zich verenigen.

Dit laatste zou tamelijk zeldzaam moeten zijn, wanneer men kijkt naar het voorkomen van schizofrenie en stemmingstoornissen, en de kans berekent dat beide zich in één persoon tegelijk zouden manifesteren. Het valt echter niet uit te sluiten dat er een variant is die moet worden beschouwd als “echte” schizoaffectieve stoornis. Er is enig genetisch onderzoek dat in die richting wijst.

Een schizoaffectieve stoornis kan een manische (bipolaire) component omvatten (schizomanie) of een depressieve (schizodepressie). Schizoaffectieve psychosen komen minder vaak voor dan schizofrenie, vermoedelijk ongeveer in een verhouding 1:4.

Als men kijkt naar de typerende kenmerken, blijkt een verwantschap met niet alleen de grote klassieke syndromen als eerder genoemd, maar ook met de kortdurende psychose en met de schizofreniforme psychose.

Die kenmerken zijn bijvoorbeeld een relatief gunstig verloop zonder ernstig sociaal disfunctioneren, snel begin, vaak naar aanleiding van een stressverhogende ervaring, geëmotioneerdheid en ontbreken van affectieve vervlakking. Kortom, de schizoaffectieve stoornis verenigt kenmerken in zich van vele andere diagnostische categorieën.

De differentiële diagnostiek van de schizoaffectieve psychose is hiermee aangegeven. De Grenzen tussen de verschillende psychotische syndromen zijn betrekkelijk arbitrair, maar in de DSM-IV wel redelijk betrouwbaar geformuleerd. In de praktijk is het belangrijk het onderscheid met schizofrenie, depressie en manie en het uitsluiten van organisch factoren zoals drugs. Een postpsychotische depressie in het kader van een schizofrene psychose moet niet worden verward met een schizoaffectieve stoornis. Datzelfde geld voor negatieve symptomen. Ook de psychotische symptomen die kunnen optreden in het kader van een ernstige stemmingstoornis, wijzen niet zonder meer in de richting van een schizoaffectieve stoornis.

Behandeling:

De behandeling van de schizoaffectieve stoornis is gerelateerd aan de behandelingsmogelijkheden bij schizofrenie en bij al dan niet bipolaire stemmingsstoornissen. In het algemeen zal men antipsychotische medicatie geven.

Daarnaast blijkt bij het bipolaire type lithium nogal eens effectief, zodat voor een combinatiebehandeling gekozen kan worden en eventueel na herstel voor een preventieve behandeling met lithium.

Anti-depressiva kunnen worden overwogen bij de behandeling van het depressieve type.

Elektroconvulsietherapie (ECT) zou goed resultaten kunnen opleveren, maar het is in ons land gebruikelijk de indicatie voor deze therapie pas te stellen wanneer een optimale medicamenteuze behandeling geen vruchten heeft afgeworpen en de patiënt ernstig lijdt onder de stoornis.

Het spreekt vanzelf dat het medicamenteuze beleid word aangevuld met psychosociale interventies, zo mogelijk vanaf het begin, maar in elk geval zodat de toestand van de patiënt dat toelaat. De aard van deze behandelingscomponent hangt af van het klinisch beeld en eventuele bijkomende (persoonlijkheids)pathologie.

Zowel de voor schizofrenie gebruikelijke strategieën als de psychotherapeutische benaderingen van depressies kunnen in aanmerking komen. Als een diagnostische categorie zo heterogeen van samenstelling is als die van de schizoaffectieve stoornis, behoeft het geen verbazing te wekken dat ook het therapeutische beleid moet variëren van de op de voorgrond staande symptomatologie.

Bronnen:

Wikipedia, zoekterm Schizoaffectief
Handboek psychopathologie, Bohn, Stafleu en van Loghum, 2000

You may also like...

Geef een reactie