Schizofrenie, diagnose

Schizofrenie is een ernstig psychiatrisch ziektebeeld, dat meestal in de adolescentie of in de vroege volwassenheid ontstaat en dat gekenmerkt word door psychotische perioden (exacerbatie), afgewisseld door rustiger fasen (remissie) waarin de patiënt echter op een veel beperkter niveau functioneert dan voor het uitbreken van de ziekte. Sommige patiënten zijn langdurig psychotisch, anderen maken een aantal psychotische episoden door, maar het risico van een nieuwe episode blijft bestaan.

Belangrijke symptomen van schizofrenie:

1. Formele denkstoornissen (Incoherentie, ongewone associaties, onlogische verbanden, aangetast abstract denken, vertraging van het denken, perseveratie (zinloos herhalen van handelingen of woorden).

2. Inhoudelijke denkstoornissen: magisch denken, wanen (gedachte-inbrenging, -onttrekking of –uitzending (telepathie), beinvloedingswaan, betrekkingswaan, paranoïde waan)

3. Waarnemingsstoornissen (hallucinaties)

4. Stoornissen in het gevoelsleven (affectieve vervlakking of gevoelsarmoede)

5. Aandachtstoornissen (concentratieproblemen)

6. Bewegingstoornissen (onrust en later apathie/initiatiefverlies en katatone verschijnselen)

7. Andere stoornissen in het gedrag (sociaal terugtrekgedrag, gebrekkige zelfverzorging)

8. Inzicht en ziektebesef (nauwelijks of geen ziekteinzicht en ziektebesef)

Diagnostische criteria voor schizofrenie (DSM IV)

Een maand lang (korter bij succesvolle behandeling) gedurende een groot deel van de tijd ten minste twee van de volgende 4 symptomen:

◦ wanen

◦ hallucinaties

◦ ontregelde spraakontregeld of katatoon gedrag

◦ negatieve symptomen

Verder:

Sociaal functioneren: een groot deel van de tijd sinds het begin van de stoornis is het functioneren op gebieden als het werk, de sociale contacten en de zelfverzorging aanzienlijk beneden het hoogste niveau dat bestond voordat de stoornissen begonnen.

Duur: gedurende zes maanden zijn er voortdurend tekenen van de stoornis. Er moet een actieve periode zijn geweest die voldoet aan de criteria onder A), al dan niet voorafgegaan of gevolgd door perioden met prodromale of restverschijnselen (in deze periode zijn er alleen negatieve symptomen of enkele symptomen uit a) in lichte vorm.

Tijdens de actieve psychotische fase (criterium a) zijn er geen, of hooguit kortdurende, depressieve of manische perioden.

De stoornis is niet het gevolg van middelengebruik of van een lichamelijke aandoening.

Subtypen van schizofrenie:

Van oudsher worden er subtypen van schizofrenie onderscheiden. De DSM IV heeft deze typologie gehandhaafd. De typen zijn niet scherp van elkaar te onderscheiden.

Het katatone type: het klinisch beeld word gedomineerd door katatone symptomen als stupor (verdoving, sterke vermindering of totale opheffing van de psychische functies, gepaard gaande met onbeweeglijkheid van het lichaam), negativisme, bewegingsloosheid, motorische opwinding of vreemde houdingen.

Het gedesorganiseerde of hebefrene type: opvallende aanwezigheid van incoherentie of ernstig ontregeld gedrag en daarnaast vervlakt of inadequaat affect

Het paranoïde type: preoccupatie (in gedachten van iets vervuld zijn) met één of meer wanen of met frequente gehoorshallucinaties. Opvallende incoherentie, affectstoornissen en katatone gedragsontregelingen ontbreken. Deze patiënten hebben, hoe deviant (afwijkend) ook, een meer gestructureerde beleving- en gedragswereld dan de eerder genoemde typen.

Het ongedifferentieerde type: Klinisch beeld dat niet onder één van de eerder genoemde typen valt.

Het resttoestandtype: afwezigheid van opvallende wanen, hallucinaties, incoherentie of ernstig ontregeld gedrag. Dergelijke typerende symptomen zijn wel aanwezig geweest tijdens een psychotische periode, maar op dit moment resteren slechts restverschijnselen. Negatieve symptomen staan in het algemeen op de voorgrond.
Algemeen:

De term schizofrenie is afkomstig van Bleuler (1911), die voortbouwde op een eerste diagnostische afbakening door Kraepelin (1896). Kraepelin sprak van dementia preacox (vroegtijdige dementie). Kenmerkend was voor hem een geleidelijk aftakeling die al in de pubertijd of de vroege volwassenheid begon. Bleuler sprak van “Gruppe der Schizofrenien” omdat er naar zijn mening allerlei varianten van schizofrenie bestonden die niet allemaal hetzelfde waren. Die opvatting is tegenwoordig algemeen aanvaard.

Wijze van ontstaan

Schizofrenie kan vrij acuut ontstaan, bijvoorbeeld in aansluiting op een belangrijke gebeurtenis, maar ontwikkeld zich over het algemeen geleidelijk. Stressfactoren spelen een belangrijke rol maar zijn geen directe aanleiding, eerder een beïnvloedende factor. Bij schizofrenie zijn erfelijke factoren in het geding. Aanwezigheid van schizofrenie in de familie kan een aanwijzing zijn voor een grotere gevoeligheid. Het is zeer moeilijk, zo niet onmogelijk om schizofrenie in een vroeg stadium (voor de pubertijd) te signaleren omdat de symptomen dan het normale puberale gedrag overlappen of tevens bij andere ziektebeelden passen. Pas als iemand onbegrijpelijk agressief gedrag vertoond, waanachtige uitingen doet en een verwarde gedachtegang heeft of duidelijke waanideeën en/of hallucinaties kan de diagnose met zekerheid gesteld worden.

Een patiënt met een schizofrene stoornis kan een volstrekt normale indruk maken bij het eerste contact. Ook wil het niet zeggen dat een patiënt met schizofrenie niet in de maatschappij kan functioneren. Integendeel, ongeveer 70% van de patiënten met schizofrenie woont gewoon thuis. Het gedrag is meestal echter chaotisch, bizar, geagiteerd of teruggetrokken. Sommige patiënten lachen zonder aanwijsbare reden. Anderen gedragen zich alsof ze niet begrijpen wat er gebeurt. Sommigen reageren geprikkeld en onvoorspelbaar, anderen zin passief en reageren nauwelijks op wat er in hun omgeving gebeurt. De bewegingen kunnen ontregeld zijn, wat zich kan uiten in extreme bewegingsarmoede, maar ook in allerlei vormen van ongewone bewegingen (katotonie) De zelfverzorging kan ernstig tekort schieten en patiënten zijn soms vervuild en vermagerd.

Positieve en negatieve symptomen Bij schizofrenie spreekt men van negatieve en positieve symptomenclusters of syndromen die in wisselende mate aanwezig kunnen zijn. Positieve symptomen zijn verschijnselen die er niet zouden moeten zijn: wanen, hallucinaties, incoherentie (incoherent is onsamenhangend). Negatieve symptomen bestaan uit het ontbreken van gedragingen of belevingen die er normaal wel zijn. Voorbeelden zijn affectieve vervlakking (gevoelsarmoede) sociaal terugtrekgedrag, apathie, initiatiefverlies en Spraakarmoede. Negatieve symptomen kunnen vanaf het begin aanwezig zijn, maar ontstaan vaker na verloop van tijd. Zij zijn het duidelijkst bij chronische patiënten. Soms is het moeilijk een negatief symptoom te onderscheiden van een depressie. Ook antipsychotische medicatie kan verschijnselen veroorzaken die lijken op negatieve symptomen.Inzicht en ziektebesef Het ontbreken van ziektebesef en inzicht zijn de voornaamste oorzaak van de invaliderende werking van schizofrenie. Patiënten met schizofrenie hebben vaak slechts beperkt en soms zelfs in het geheel geen inzicht in de aard van hun toestand. Er zijn wel veel patiënten die rapporteren over hun symptomen en die ernstige invalidering bij zichzelf vaststellen en daar ernstig onder lijden, maar niettemin is het opvallend hoe vaak patiënten niet in de gaten lijken te hebben hoe slecht zij functioneren. Zij hebben geen inzicht in de aard van hun belevingen, voelen zich doorgaans niet ziek en missen dan ook de behoefte tot behandeling en begeleiding, ook als voor familie en vrienden die noodzaak volkomen duidelijk is. Behandeling Behandeling bestaat uit een pakket van biologische, psychologische en sociale interventies. Naast de therapeutische benadering (gericht op bestrijding van symptomen) neemt de revalidatiebenadering (rehabilitatie) een belangrijke plaats in. Medicatie met de biologische aanpak word de medicamenteuze therapie bedoeld en dan met name antipsychotische medicatie zoals zyprexa, leponex, cisordinol, risperdal, orap, seroquel, abilify etc. Dit soort medicatie vermindert de psychotische symptomen zoals hallucinaties en wanen maar neemt deze over het algemeen genomen niet weg. De ziekte word draaglijk(er) cq hanteerbaar. Antipsychotische medicatie kent ernstige bijwerking zoals tremoren, bewegingsdrang, speekselvloed, spierstijfheid, gewichtstoename, libidoverlies en depersonalisatie. Er zijn echter medicijnen om deze bijwerkingen tegen te gaan en soms zelfs helemaal weg te nemen. Veel patiënten hebben een uitgesproken hekel aan hun pillen en dat is niet onbegrijpelijk als je de bijwerkingen kent. Het stoppen met medicatie veroorzaakt niet zelden een terugval. Psychosociale behandelingen Ziekteinzicht en besef zijn cruciaal voor het slagen van de behandeling. Daarom is de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan educatie in een zo vroeg mogelijk stadium. Informatie over het verloop van de ziekte en de symptomen zorgen voor een grotere bereidheid tot behandeling en inzicht in de eigen situatie van de patiënt.

Het samen met de patiënt maken van een signaleringsplan is daarvan een voorbeeld. Wat zijn “mijn” symptomen, wat moet ik dan doen, wat zijn de waarschuwingssignalen als er een terugval dreigt, waarom moet ik mijn medicatie innemen en wat doe ik als het misgaat zijn de peilers van een dergelijk plan. Ook het (opnieuw) aanleren van sociale vaardigheden, assertiviteitscursussen, een opleiding oppakken of beginnen of een vrijetijdsbesteding zoeken zijn andere voorbeelden van (cognitieve) therapieën die we ook wel een herstelgerichte aanpak of rehabilitatie noemen.

Noot van de webmaster:

Toch blijft er een groep over die zichzelf niet meer kan redden. Het moet me van het hart dat deze groep tussen wal en schip valt. Voor een substantieel deel van de patiënten, zeker dat deel dat in een beschermde of begeleide woonvorm woont is meer nodig dan een assertiviteitscursus of informatie over de medicijnen die ze slikken.
Meer mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding, hulp op het gebied van mobiliteit (bijvoorbeeld een abonnement voor het OV), af en toe eens op vakantie en meer financiële speelruimte zou het leven voor deze groep draaglijker maken dan welke cursus dan ook. Ik zeg dit na ongeveer 8 jaar met chronisch psychotische patiënten te hebben gewerkt en vaak de nodige frustratie te hebben gevoeld vanwege het gebrek aan mogelijkheden die deze groep heeft.

Mensen met schizofrenie zijn niet gek. Waren ze maar gek, denk ik wel eens, dan zou de ellende wellicht een beetje langs ze heen gaan. Maar niks is minder waar. De zogenaamde “happy schizo” bestaat ook al niet. Dit zou een patiënt moeten zijn met schizofrenie die leuke wanen en hallucinaties heeft en aardige stemmen hoort. Ik ben er echter nooit een tegengekomen.

En inmiddels zijn we weer een paar jaar verder en zijn er diverse keiharde bezuinigingsrondes geweest in de gezondheidszorg waarvan de ggz en met name de chronische patiënt ernstig het slachtoffer is geworden. Inmiddels komen onze chronische cliënten de deur nauwelijks nog uit. Met een uitje kan geen personeel meer mee want dat mag niet. Een vakantie is onbetaalbaar omdat de patiënten ook het personeel moeten betalen.
Eigenlijk is de lol er wel een beetje af. Minimale bezetting van de dienstlijst bij een altijd maximale bezetting van de beschikbare kamers. En aan het einde van het jaar komt er dan een manager vertellen dat er niet voldoende “produktie” is gedraaid om de boel aan gang te houden.

En aangezien de politiek nog steeds de vrijheid krijgt om dit beleid uit te voeren vind de Nederlander het blijkbaar allemaal prima. En dat is een beangstigende conclusie.

You may also like...

Geef een reactie