Schizofrenieforme stoornis

Een schizofreniforme stoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de psychotische stoornissen. De aandoening heeft veel kenmerken van schizofrenie, maar is korter van duur (1-6 maanden van verminderd sociaal functioneren). Als de observatieperiode te kort is, kan later alsnog schizofrenie worden gediagnosticeerd.

De term schizofreniform wordt gebruikt voor psychosen die wat symptomatologie betreft verwant zijn aan schizofrenie, maar een gunstiger verloop hebben. In het verleden is de term wisselend gebruikt, zoals dat voor de meeste diagnostische begrippen voor psychotische stoornissen het geval is geweest. In de DSM-IV wordt gesproken van een schizofreniform beeld als het beeld dat van schizofrenie is, maar het tijdscriterium van een half jaar niet wordt gehaald. Verder is niet vereist dat het sociaal functioneren is verslechterd.

Het ICD-10 classificatiesysteem kent geen halfjaarcriterium voor schizofrenie en groepeert dus veel psychosen, die volgens DSM-IV schizofreniform zijn, in de categorie schizofrenie. Dat typeert de arbitraire en verwarrende afbakening tussen beide. De schizofreniforme stoornis overlapt met het oudere begrip acute schizofrenie.

Enerzijds beschrijven de DSM-IV criteria een psychose die goedaardiger verloopt dan schizofrenie, anderzijds gaat het ook om een tijdelijke diagnose, die vervangen kan worden door de diagnose schizofrenie wanneer het verloop dat opeen gegeven moment rechtvaardigt. Een hybride constructie dus. De relatief goedaardige, aan schizofrenie verwante psychose is echter tot op zekere hoogte al eerder te identificeren aan de hand van kenmerken die een gunstiger prognose voorspellen (en dat is iets anders dan garanderen)

De schizofreniforme stoornis, zoals gedefinieerd in DSM-IV, komt minder vaak voor dan schizofrenie. Differentieel diagnostisch moet, na uitsluiting van organische factoren, uiteraard worden gedacht aan schizofrenie, en verder aan een schizo-affectieve stoornis, een stemmingstoornis met psychotische kenmerken, en een kortdurende psychose. Er komen allerlei tussenvormen voor en de onderlinge grenzen blijken altijd weer arbitrair.

Diagnostische criteria voor een schizofreniforme stoornis:

A) Voldoen aan de criteria a, d en e van schizofrenie:

a) Een maand lang (korter bij succesvolle behandeling) gedurende een groot deel van de tijd ten minste twee van de volgende symptomen

1 Wanen

2 Hallucinaties

3 Ontregelde spraak

4 Ontregeld of katatoon gedrag

5 Negatieve symptomen

d) Tijdens de actieve psychotische fase (criterium a) zijn er geen of hoogstens kortdurende depressieve of manisch perioden.

e) De stoornis is niet het gevolg van middelengebruik of van een lichamelijke aandoening.

B) een episode van de stoornis duurt minstens een maand maar minder dan zes maanden (inclusief prodromale, actieve en restverschijnselen)
Gunstige prognostische kenmerken (ten minste 2 van de volgende):

1 – duidelijke psychotische symptomen binnen vier weken na de eerste tekenen van gedragsverandering

2 – verwardheid of desoriëntatie tijdens de psychose

3 – goed premorbide functioneren

4 – geen vervlakt affect.

(noot: de aanwezigheid van 1 symptoom volstaat als een waan bizar is of wanneer hallucinaties bestaan uit een stem die doorlopend commentaar geeft dan wel de vorm hebben van enkele stemmen die tegen elkaar spreken.

Voorbeeld:

Meneer B is een 42 jarige onderwijzer. Hij is getrouwd, heeft kinderen en leidt een rustig en weinig opzienbarend leven. Een paar weken geleden echter ontdekte hij dat hij via een soort afstandsbediening werd bestuurd door een groep experimentele psychologen. Die verzamelen bovendien informatie over hem en laten door radio en televisie dubbele boodschappen uitzenden. Hij heeft nooit zoiets meegemaakt en begrijpt niet wat er achter kan zitten. Bij opname zegt hij bovendien af en toe een stem te horen die zegt: ‘jij bent niet iemand voor zelfmoord’. Hij is enigszins geagiteerd, niet somber maar eerder boos.

Het lukt niet om recente ernstige belastende gebeurtenissen vast te stellen, maar het feit dat onlangs een nieuw schoolhoofd werd benoemd zou een rol kunnen spelen.

Hij ontvangt medicijnen en na verloop van enkele weken verdwijnen de symptomen en kan hij uit opname worden ontslagen. Er volgt een periode van poliklinische begeleiding. Enkele maanden later hervat hij zijn werkzaamheden.

 

Bron:
Handboek psychopathologie
Bohn, Stafleu van Loghum, 2000

You may also like...

Geef een reactie