Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Cluster A: Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Iemand met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis kent een patroon van eigenaardigheden in gedachten, uiterlijk en gedrag. Opvallend aanwezige kenmerken zijn bijgelovigheid, magisch denken, een zesde zintuig en helderziendheid. In de taal en spraak valt op dat men zich vaak onsamenhangend uitdrukt en veel losse gedachten uit. Men praat in zichzelf, heeft merkwaardige gelaatsuitdrukkingen en veel eigen maniertjes. Ook is er sprake van tekortkomingen in persoonlijke relaties. De schizotypische persoonlijkheidsstoornis lijkt door de wonderlijke ideeën op schizofrenie, maar dan zonder wanen en hallucinaties. Mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis zoeken in veel gevallen zelf hulp bij een behandelaar of therapeut. Iemand met een paranoïde en schizoïde persoonlijkheidsstoornis doet dat in het algemeen niet.

Mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis worden vaak raar gevonden. Dat kan te maken hebben met dat zij magische betekenissen in dingen zien, ideeën hebben die ongebruikelijk zijn, of zeer bijgelovig zijn. Maar kenmerkend voor mensen met een Schizotypische persoonlijkheidsstoornis lijkt de bemoeilijkte communicatie.

Een aantal van de volgende verschijnselen kan aanwezig zijn:
betrekkingsideeën, bijgelovige ideeën die een invloed hebben op het gedrag (helderziendheid, telepathie, zesde zintuig en dergelijke)
Vreemde waarnemingen of lichaamssensaties
Niet te volgen gedachten of vreemde spraak, achterdochtigheid, ongepaste of vreemde gevoelsuitingen
Opvallende, vreemde of eigenaardige uiterlijke verschijning (bijvoorbeeld aan de kleding te merken).

Mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis hebben meestal weinig intieme vrienden anders dan hun naaste familieleden. Vaak is er ook sprake van een bepaalde angst die eerder met achterdocht heeft te maken dan met gebrek aan zelfvertrouwen.

Soms is er in de heftigheid van de gevoelens gelijkenis met borderline persoonlijkheidsstoornis. Het kan ook zijn dat van beide stoornissen tegelijkertijd sprake is. Bij toenemende stress en spanning in het leven kunnen mensen met schizotypische persoonlijkheidsstoornis ook psychotische verschijnselen krijgen. Meestal is dit verlies van greep op de werkelijkheid van relatief korte duur.

Het DSM-IV omschrijft de schizotypische persoonlijkheidsstoornis als volgt:

A:   Een diep doordringend (pervasief) patroon van sociale en interpersoonlijke tekortkomingen met een acuut ongemak bij of verminderd vermogen voor diepgaande relaties alsmede cognitieve of perceptuele afwijkingen en excentriek gedrag.

De stoornis begint in de puberteit of jonge volwassenheid en doet zich voor als sprake is van vijf of meer van de volgende gevallen:

• De persoon heeft afwijkende ideeën over betrekkingen (hierbij worden betrekkingswanen niet meegerekend)
• De persoon heeft afwijkende opvattingen of magisch geloof die het gedrag beïnvloeden en niet overeenkomen met de subculturele normen (bijvoorbeeld bijgelovigheid, geloof in helderziendheid, telepathie of een ‘zesde zintuig’. Zowel bij kinderen als volwassenen bizarre fantasieën of vooroordelen.
• De persoon heeft ongebruikelijke perceptuele ervaringen, waaronder lichamelijke illusies.
• De persoon denkt en spreekt vreemd (bijvoorbeeld vaag, omstandelijk, metaforisch, te uitgebreid of stereotype).
• De persoon is achterdochtig en heeft paranoïde ideeën.
• De persoon reageert inadequaat of beperkt affectief.
• De persoon vertoont gedrag of heeft een voorkomen dat vreemd, excentriek of uitzonderlijk is.
• De persoon heeft gebrek aan goede vrienden of vertrouwelingen anders dan de naaste familieleden.
• De persoon heeft ernstige sociale angst die niet afneemt in een vertrouwde omgeving en die eerder samenhangt met paranoïde angsten dan met een negatief zelfbeeld.

B: De stoornis treedt niet uitsluitend op als onderdeel van schizofrenie, een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

Centraal bij STPS staan de afwijkende gedachten die de persoon heeft. Gesprekken met hen kunnen vaak warrig of moeilijk te volgen zijn, ze kunnen breedsprakig zijn en eigenaardige opvattingen verkondigen, maar dit ontspoort niet in de volledige verwardheid die men vaak bij schizofrenie ziet. Wel ziet men vaak de opvatting dat gedachten (zowel die van zichzelf als die van anderen) bewaarheid kunnen worden door ze alleen maar te denken (magisch denken). Ook het uiterlijk en de kleding wijken vaak af van de maatschappelijke norm, zonder dat er echt sprake is van verwaarlozing. STPS’ers worden op grond hiervan vaak als vreemd of excentriek beschouwd.

Er treden soms wat problemen op met de zintuiglijke waarneming. Echte wanen zijn dit echter meestal niet, het betreft eerder een hogere gevoeligheid voor illusies. Ook depersonalisatie kan voorkomen.

STPS’ers hebben niet veel behoefte aan contact met andere mensen. Hun affect is vaak oppervlakkig of afgestompt en in andere gevallen vertonen ze emoties die niet bij de situatie passen. Toenadering is niet altijd gewenst. Dit kan leiden tot achterdocht, verdere terugtrekking in een sociaal isolement en angstverschijnselen.Net als schizofrenie ligt het zelfmoordgehalte erg hoog bij de schizotypische persoonlijkheidsstoornis. 10% van de mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis beëindigt uiteindelijk zelf zijn leven.

In een groep kunnen mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis makkelijk ten prooi vallen aan spot en veroordeling. De patiënt heeft waarschijnlijk het meeste baat bij een rustige en praktische benadering en steun.


Bron:
ePsychiater
Trimbos instituut
Stichting Korrelatie
Wikipedia

You may also like...

Geef een reactie