Shocktherapie, ontwikkeling en geschiedenis



1940-2000 Elektroshock, geschiedenis en ontwikkeling

Havermans (1940) over de electroschocktherapie:

De bevinding is dat Schizofrenen zelden lijden aan epilepsie, terwijl omgekeerd de toevallijder weinig schizofrenie krijgt. Sluiten deze ziekten elkaar misschien uit? Toevallen (= epileptisch insult) kan men ook opwekken door de hersenen te prikkelen met een electrischen stroom. Vanuit Italie is deze zeer moderne behandelingsmethode ook reeds in Nederland doorgedrongen. Misschien vervangt zij t.z.t. de cardiazolkuur. Electroshock-therapie heeft als achterliggende gedachte dat mensen met epilepsie geen psychotische stoornissen ontwikkelen en andersom. Dit was een foute observatie uit de jaren voor de tweede wereldoorlog. Aangezien het effect van stroomstoten op het menselijk lichaam lijkt op een epileptisch insult heeft men deze techniek toegepast om insulten (convulsies) op te wekken. Helaas werd de shocktherapie later ook gebruikt om onwillige en onrustige patienten te straffen. En daarmee is de weerstand tegen deze methode door ontstaan.

Ugo Cerletti en Licio Bini
ECT werd ontwikkeld in de jaren 1930 door de Italiaanse neurologen Ugo Cerletti en Licio Bini als behandeling voor psychiatrische ziekten. In Nederland werd deze behandeling in 1939 door J.A.J. Barnhoorn (geneesheer-directeur van de psychiatrische inrichting Sint Willibrord te Heiloo) geïntroduceerd, voornamelijk ter behandeling van “psychotische of biologische depressie”. Vanaf 1948 maakte men bij de toepassing van ECT gebruik van curare als spierverslappend middel om de spiertrekkingen te onderdrukken. Na de opkomst, in de jaren 60 van de vorige eeuw, van werkzame geneesmiddelen voor depressies en psychosen (psychofarmaca), begon de toepassing van ECT in Nederland snel af te nemen. In een Romeins slachthuis was psychiater Ugo Cerletti ooggetuige van slagers die varkens verdoofde middels elektrische shocks alvorens ze hun keel doorsneden. Hij was al bezig met elektroshocks op honden maar na zijn bezoek aan het slachthuis in Rome begon hij ook te experimenteren op mensen.

In 1938 paste Ugo Cerletti de elektroshocks ook bij mensen toe. “Waarschijnlijk zou ECT nog niet ontwikkeld zijn als ik niet toevallig had gezien hoe varkens met behulp van elektriciteit verdoofd werden voor de slacht” verklaarde hij in 1950. De oorspronkelijke ECT-machine van Ugo Cerletti werkte met 125 volt elektriciteit. De Duitse Psychiater Lothar B. Kalinowsky die deze eerste elektroshock bijwoonde terwijl hij student was van Cerletti, werd een van de grootste voorstander van deze “behandel methode”. Hij ontwikkelde zijn eigen ECT machine en introduceerde deze in 1938 in Frankrijk, Nederland en Engeland en streek later de eer op in Amerika. Tegen 1940 was ECT geïntroduceerd in meerdere landen in de wereld. Electroshock-behandeling (Schermer’s) Aan de vorige wijze van behandeling (de cardiazolkuur) zijn nogal wat bezwaren verbonden; daardoor zocht en vond men een gemakkelijke manier om de shocktherapie toe te passen, n.l. met behulp van een electrische stroom door de schedel.

Men neemt daarvoor een stroom van een bepaalde sterkte en spanning, zó dat er bewusteloosheid optreedt met een epileptisch toeval. Is de stroom te zwak, dan ontstaat er geen toeval. Is hij te sterk, dan ontstaat er levensgevaar. De electroden worden geplaatst in de slaapstreek: de stroom duurt ongeveer een halve seconde. Ook hier laat men de patient vooraf urineren, en zorgt, dat hij nuchter is en er geen tongbeet kan ontstaan. Deze behandeling past men twee maal per week toe.


De voordelen van deze methode zijn: Ze is gemakkelijk toe te passen; men behoeft niet naar een ader te zoeken zoals bij sommige patienten bij cardiazol-injecties; Aan de bewusteloosheid gaan geen voor de patient onaangename verschijnselen vooraf. Soms zijn er wel storende naverschijnselen, n.l. stoornissen in het reproductievermogen en in het herkennen. Meestal krijgt de patient geen angst voor deze behandeling, zoals bij de cardiazolkuur nogal eens voorkomt. Verlengde shock of electronarcose Sedert 1947 kennen we nog een andere electrische shock-kuur. Hierbij laat men gedurende zeven minuten een electrische stroom door de hersenen gaan, waarbij men dan twee perioden onderscheid; 1e periode: de stroom nemen we zo sterk, dat de patient bewusteloos wordt en krampen vertoont. Dit stadium duurt hoogstens één minuut en dan staat de ademhaling stil 2e periode: als de ademhaling weer begint, laat men de verdere tijd zulk een zwakke stroom doorgaan, dat de patient bewusteloos blijft, en er een zekere tonische kramp in de spieren blijft bestaan. Om de cyanose te bestrijden, kan het nodig zijn de patient zuurstof te laten inademen. In elk geval moet er een zuurstofcylinder aanwezig zijn. De voorbereiding voor deze behandeling is precies dezelfde als bij de gewone electroshock. Ze brengt wat meer gevaar me en het moet nog blijken, of de resultaten veel beter zijn.

Gevaren:

Evenals elke operatie enig risico met zich meebrengt, zo is een shockbehandeling ook niet zonder gevaar. Daarom is het in alle gevallen gewenscht, eerst de toestemming te vragen van familie, voogd of curator.

Voor de behandeling moet elke patient lichamelijk onderzocht worden. In ’t algemeen laat men ook eerst een electrocardiogram maken om goed op de hoogte te komen van de toestand van het hart. Vindt men lichamelijke afwijkingen dan zal de geneesheer in overleg met de familie alle voor- en nadelen ernstig overwegen.

Daar elke shockbehandeling veel van het hart vraagt, zal men altijd een hartprikkel bij de hand hebben, bijvoorbeeld een coffeïn-injectie. Ook kan ’t gebeuren dat de ademhaling te lang op zich laat wachten en men kunstmatige ademhaling moet toepassen.


Door de sterke spiercontracties kan in zeldzame gevallen een beenbreuk of een ontwrichting van een arm ontstaan. Daarom laat men de patient ook op een bepaalde manier vasthouden.

Om spiercontracties te matigen, spuit men te voren wel eens curare in. Deze shocktherapie past men behalve bij schizophrenie ook bij verschillende andere psychosen toe, zoals bij de manisch-depressieve psychose.

Opvallend succes heeft men bij de depressieve phasen van deze psychose met de electroshocktherapie; soms ook bij amentia, involutiemelancholie en dwangneurose.

Bronnen:
Beknopte psychiatrie voor sociaal werkenden, Dr. F.M. Havermans, Romen & Zonen, Roermond, 1940
Schermer’s leerboek bij het verplegen van Krankzinnigen en zenuwzieken Dr. B.Chr. Hamer en J.H. Haverkate Stichting Veldwijk, Ermelo, 1950

You may also like...

Geef een reactie