Theatrale persoonlijkheidsstoornis


ClusterB: Theatrale persoonlijkheidsstoornis

De klassieke term voor deze stoornis is hysterische persoonlijkheid, maar in de DSM-IV is deze term vermeden vanwege zijn negatieve bijklank. Individuen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis behoren zonder meer tot de meest kleurrijke types in de samenleving. Vaak gaat het om zeer uitbundige personen met een sterk ontwikkeld gevoel voor drama. Zij verstaan de kunst om een klein voorval op te blazen tot een groots en meeslepend verhaal.

Ook maken zij er een gewoonte van hun gevoelens flink aan te dikken en deze op een duidelijke manier te presenteren. In een groepstherapeutische omgeving kan de theatrale patiënt zich bijvoorbeeld gemakkelijk verliezen in dramatische weerspiegelingen, waarbij een verleden van ernstig misbruik kan worden verzonnen.

Overigens is de emotionele uitbundigheid van de theatrale persoon bedrieglijk want in werkelijkheid is er doorgaans sprake van een oppervlakkig en labiel gevoelsleven en een onvermogen tot diepgaande en stabiele gevoelens van affectie. Relaties houden dan ook zelden lang stand of gaan gepaard met geweldige ruzies en scènes.

Het uiterlijk is soms heel belangrijk voor hen. Ook laten zij zich gemakkelijk beïnvloeden door suggesties van anderen en beweren zij makkelijk het tegenovergestelde van wat ze net zeiden. Ze beschouwen relaties vaak als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn. In geflirt en seksuele avances lijken zij ervarener dan zij in werkelijkheid zijn. Het gaat meer om de geruststelling en bevestiging dat zij aantrekkelijk zijn en in feite komen seksuele functiestoornissen geregeld voor bij mensen met een theatrale persoonlijkheid.

Kenmerken:

• Infantiel: Gedragingen, die bij het kind normaal gevonden worden en bij de volwassene on(aan)gepast, zoals pruilen, kibbelen, verongelijkt doen, overgevoelig reageren, sterke affecten tonen n.a.v. kleine frustraties (bijv gekwetst, gekrenkt en verongelijkt op bed gaan liggen in een situatie die door gezonde rustig onder ogen kan worden gezien en worden opgelost).
• Egocentrisch: Zich werkelijk instellen op de ander, zich identificeren is onmogelijk; houden geen rekening met de ander, medemens is “leverancier” van bevredigingen; staan in centrum van eigen aandacht; raken uitermate gefrustreerd als de ander “de show steelt”; onvermogen tot echte vriendschap.
• Onecht: Uiten van niet gevoelde gevoelens, bijv om erbij te horen om de aandacht te krijgen.
• Theatraal: Overdreven emotioneel vertoon, overdrijven in dramatiserende soms manipulerende verhalen
• Geldingsdrang: Voortdurend in middelpunt van belangstelling willen staan, indruk willen maken, meer willen lijken, (seksueel) provocerend gedrag.

De theatrale persoonlijkheid is continu op zoek naar aandacht en complimentjes van anderen. Het liefst staat hij of zij in het centrum van de belangstelling. Het trekken van de aandacht gaat nogal eens gepaard met flirtgedrag en seksuele provocatie.

De sterke afhankelijkheid van de bevestiging door anderen maakt dat zij soms erg goedgelovig en lijdzaam zijn. Wanneer zij onder hoge emotionele druk komen te staan schiet hun werkelijkheidszin gauw tekort en kunnen korte psychotische reacties optreden. Ook kunnen zij door sensatiezucht in aanraking komen met drugs of dingen doen waar zij later spijt van hebben

Door hun gedrag dat door menigeen als sterk overdreven en ongepast wordt ervaren, krijgen theatrale personen nogal eens een ongunstige reputatie in hun sociale omgeving. Helaas roept het gedrag van theatrale personen ook bij hulpverleners vaak een gevoel van weezin op, met als gevolg dat de aanwezigheid van klinisch relevante comorbiditeit niet zelden word veronachtzaamd. De onderdiagnostiek bij theatrale personen wordt nog eens versterkt als zij bepaalde klachten niet rapporteren vanwege de angst daardoor de waardering en aandacht van hun behandelaars te verliezen. Nog te vaak ontstaat er zodoende een gevaarlijk interactief proces tussen behandelaars en patiënt, wat kan resulteren in plotseling suïcidaal gedrag.

Diagnostische criteria voor de theatrale persoonlijkheidsstoornis.

•voelt zicht ongemakkelijk wanneer hij niet in het centrum van de belangstelling staat. Hij wijdt zich aan seksuele verleiding wanneer dat niet gepast is, of gedraagt zich uitdagen in de omgang met medemensen.
•Toont snel wisselende en oppervlakkige gevoelens.
•Gebruikt voordurend haar of zijn fysieke verschijning om de aandacht te trekken.
•Heeft een spreektrant die buitengewoon schetsmatig is en wordt gekenmerkt door het ontbreken van nuance en detail.
•Maakt zichzelf tot middelpunt van een drama, is theatraal [sic] en geeft op overdreven wijze uiting aan gevoelens
• Is suggestiebel
•Beleeft de verhoudingen met anderen als meer intiem dan deze verhoudingen in werkelijkheid zijn.

Theatrale en narcistische personen delen hun verlangen naar aandacht en hun streven om zich boven de massa te verheffen. Om dit doel te bereiken is de theatrale persoon echter bereid tot gedrag dat door narcistische personen als vernederend kan worden beschouwd, zoals emotionele uitbarstingen, felle tirades, en het veinzen van hulpeloosheid.

De narcistische persoon wil uiteindelijk alleen maar bewonderd worden, terwijl de theatrale persoon genoegen neemt met welke vorm van aandacht dan ook.

Er zijn niet veel goede studies gedaan maar ongeveer 2 tot 3 procent van de bevolking zou lijden aan een theatrale persoonlijkheidsstoornis. In psychiatrische instellingen (zowel klinisch als poliklinisch) kan dit percentage oplopen tot 10 tot 15 procent. Vrouwen krijgen vaker de diagnose.

Er zijn studies die een verband hebben aangetoond met alcoholmisbruik en het hebben van een veelheid van lichamelijk klachten zonder duidelijke oorzaak. Bij het ouder worden nemen de problemen van een theatrale persoonlijkheidsstoornis meestal vanzelf wat af.
Bronnen:

Handboek psychopathologie, deel 1 basisbegrippen 2000, Bohn Stafleu en van Loghum
ePsychiater.nl
Hulpgids.nl

You may also like...

Geef een reactie