Valkuilen bij herstelgerichte begeleiding

Titel van dit stuk luid “Valkuilen bij herstelgerichte begeleiding” maar je kunt ze ook algemeen beschouwen als valkuilen bij welke vorm dan ook van begeleiding van hulpverleners in de zorg. Deze valkuilen zijn echter wel enigszins aangepast aan de herstelgerichte benadering maar uiteraard altijd breed toepasbaar.

Valkuilen in de begeleiding

Het heeft tijd nodig om in de geest van herstel te gaan werken. Van fouten leer je. Dat geldt ook binnen de begeleiding.
Hieronder benoemen we een aantal bekkende valkuilen

1. Tempo van de begeleiding

Veel begeleiders willen zo graag dat het beter gaat met de cliënt dat ze de onbedoelde neiging hebben om sneller te willen dan de cliënt. Het is daarom erg belangrijk om goed uit te zoeken waar iemand in zijn motivatie proces zit. Is hij nog aan het overpeinzen of al toe aan gedragsverandering.  Het tempo van de begeleiding is te vergelijken met het beklimmen van een berg. Het is een proces van stapsgewijze vooruitgang waarbij het belangrijk is om prioriteiten te stellen.

2. Machteloosheid van de begeleider

Veel begeleiders hebben de angst een slechte begeleider te zijn. Je hebt vaak vanuit een bepaald ideaal gekozen voor het vak, je wilt iemand helpen. Als het dan niet lukt kan dit behoorlijk frustrerend zijn. Begeleiders vergeten vaak dat het soms heel verhelderend uit kan pakken als ze zich bewust zijn van deze angst en deze uitspreken naar de cliënt.  Het is belangrijk dat de begeleider zich realiseert dat hij de ander niet kan redden, dat moet de cliënt zelf doen.

3. Dromen ontnemen

Of het nu gaat om grote of kleine dromen, neem altijd serieus. Ook al denk je dat zelfstandig wonen misschien een stap te ver is, dit hoeft niet te betekenen dat het niet gaat lukken. Steun een cliënt dus onvoorwaardelijk, al kan dat betekenen dat hij zijn hoofd stoot.

4. Beslissen voor de client

Een veel voorkomende andere valkuil is beslissen voor je cliënt. Als begeleider hoor je niet te beslissen voor je cliënt, maar wordt de begeleiding altijd in overleg met je cliënt vormgegeven.

5. Angst voor terugval

Soms gaan begeleiders bij het minste of geringste uit van het ergste. Ze zijn soms nog banger voor een terugval dan de cliënt zelf. De angst voor terugval bij begeleiders komt vaak voort uit het feit dat ze of niet voldoende vertrouwen hebben in het herstel van de cliënt of bang zijn om te vallen als begeleider.
Als begeleider dien je je doelen altijd bij te stellen.

6. Eigen normen en waarden opleggen

Soms willen de begeleiders hun eigen normen en waarden opleggen aan een cliënt. Ze vergeten te overleggen met de cliënt en te kijken hoe hij hierover denkt.
Bij goede begeleiding gaat het erom dat je de cliënt zo optimaal mogelijk tot zijn recht laat komen in wisselwerking met zijn omgeving.
Optimaal betekent hier: het beste in de gegeven omstandigheden.

7. Niet nakomen van afspraken

Soms realiseren de begeleiders zich niet watvoor impact het kan hebben om een afspraak af te zeggen. Veel cliënten zijn eenzaam. Soms is het zelfs alleen de begeleider met wie ze contact hebben. Dit bezoekje kan dan veel voor iemand betekenen. Wees bewust wat het afzeggen van een afspraak met iemand kan doen en bespreek dit met je client ipv dat je het alleen medeelt.

 

You may also like...