Varianten in sexueel gedrag, 1979

(Onderdeel van het hoofdstuk Neurosen)

Ten onrechte rangschikte men vroeger wel die mensen onder de rubriek psychopaten die een seksuele instelling hebben of die seksuele gedragingen tonen, welke afwijken van wat als norm gezien wordt. Wij bespreken hen in dit hoofdstuk over neurosen, omdat zij – voor zover zij gedragsafwijkingen of klachten hebben (zie echter de tekst die volgt) – het beste begrepen en geholpen kunnen worden vanuit dit gezichtspunt.

Tegenwoordig spreekt men van seksuele varianten. De woorden perversie of seksuele deviantie vermijden wij, omdat zij langzamerhand een negatief-moralistische, stigmatiserende betekenis hebben. Onder normale seksualiteit wordt verstaan: seksuele gerichtheid op, of seksueel gedrag met een volwassen partner van het andere geslacht. Instelling (gerichtheid) en gedrag dient men te onderscheiden.
De seksuele instelling is iets wat min of meer constant is, iets wat bij de persoonlijkheid hoort. Soms komt deze instelling in gedragingen tot uiting, in andere gevallen wil of kan betrokkene deze gerichtheid niet tot uitdrukking brengen in handelingen (bv uit overtuiging, uit schaamte of uit angst)

Seksueel-variante gedragingen daarentegen vindt men meer of minder uitgedproken ook bij mensen met een volwassen heteroseksuele instelling. Met name komen deze handelingen voor bij het voorspel voor de coïtus (voyeuristische en exhibitionistische trekken, sadistisch gekleurd gedrag als de liefdesbeet, fetisjistisch gedrag etc). Maar ook los daarvan kan het bij iemand met een heteroseksuele instelling incidenteel komen tot bv homoseksueel gedrag.
Bij een bepaalde seksueel-variante gerichtheid kan in uitgesproken gevallen een orgasme alleen ontstaan door gedrag dat bij die bepaalde variant past. In minder uitgesproken gevallen kan ook langs andere wijze een lustbevrediging tot stand komen (bv mensen die overwegend homoseksueel zijn ingesteld, doch incidenteel ook door prikkels van heteroseksuele aard tot orgasme komen)

Bij de hieronder volgende besprekingen van verschillende seksuele varianten zullen we de meest uitgesproken toestanden aanduiden; tussen de uitersten en de normaliteit zijn er vele nuances in gerichtheid en gedrag.

De meeste mensen met een seksueel-variante instelling komen nooit met een professionele hulpverlenerinstantie, laat staan met de psychiatrie in aanraking. Wanneer dit wel gebeurt kan de reden gelegen zijn in klachten of stoornissen die overwegend los staan van de variante instelling of wel in klachten of stoornissen die daar juist door veroorzaakt worden.
In het laatste geval dient nauwkeurig onderzocht te worden hoe het probleem precies ligt en wat de betrokkene zelf wil. Psychiatrische opname ter behandeling van seksueel variant gedrag is praktisch nooit nodig; wel is een opname voor een uitgebreid diagnostiek soms geïndiceerd. Gedwongen opname bij seksuele varianten vindt alleen plaats op dezelfde gronden als bij mensen die niet seksueel-variant zijn. Daarnaast kan gedwongen opname in strafrechtelijk kader plaatsvinden na veroordeling wegens seksuele gedragingen die bij de wet verboden zijn (bv ontucht met minderjarigen of openbare schennis van de eerbaarheid).

De helaas nog altijd voorkomende mening dat mensen met seksueel-variant gedrag gevaarlijk, slecht, gedegenereerd, karakterloos, slap of misdadig zouden zijn is onjuist.
Over de oorzaak van seksuele varianten is weinig met zekerheid te zeggen. Waarschijnlijk is er sprake van ontwikkelingsstoornissen in de vroegste jeugd (pregenitale stadia) in combinatie met aanlegfactoren.


Voorbeelden van seksueel-variant gedrag:

Sadisme:

Bij sadisme wordt de lustbevrediging bereikt door het toebrengen van pijn en leed en het vernederen van de partner. Bewust gewilde mishandeling en gewelddadigheid om seksuele lust te verkrijgen komt slecht bij uitzondering voor.

Lustmoord in de letterlijke zin (moorden om seksuele lust te verkrijgen) is een grote uitzondering; meestal is er in de gevallen van seksuele doding sprake van seksueel misbruik van het slachtoffer, dat uit vrees voor ontdekking in paniek gedood wordt.

Masochisme:

Men verkrijgt lustbevrediging door het ondergaan van pijn, leed en vernedering.

Exhibitionisme:

Het tonen van het geslachtsorgaan aan de partner voert tot seksuele prikkeling en/of lustbevrediging.
Het manifeste exhibitionisme komt vrijwel alleen bij mannen voor. Exhibitionistische tendensen treft men evenveel bij vrouwen aan in de vorm van decolleté, enz. Het element verlokking en verleiding speelt hierbij een grote rol.

Fetisjisme:

De fetisjist heeft geen seksuele belangstelling voor de persoon van de partner, doch voor bepaalde door haar of hem gedragen kledingstukken (bepaalde schoenen, ondergoed, rubber, leer, bril enz.) Soms blijft een partner zelfs geheel op de achtergrond, en gaat het alleen om bepaalde kleren of voorwerpen op zich zelf.

Travestie:

Er ontstaat lustbevrediging indien de betrokkene zich kleedt in kledingstukken van de andere sekse. Travestie komt waarschijnlijk meer bij mannen voor dan bij vrouwen. Een enkele maal leidt het tot diefstal van vrouwelijke kledingstukken.

Transseksuelen of transseksisme:
Men wenst als totaliteit de rol van het andere geslacht te vervullen met een lichamelijke ombouw, dwz de man zou bij voorkeur mammae (borsten) hebben en een vrouwelijk genitaal. Er worden operatieve ingrepen uitgevoerd om dit te bewerkstelligen.
Volgens nieuwere gegevens zouden dergelijke gevallen met gedragstherapie te genezen zijn, doch de gegevens daaromtrent zijn nog niet geheel overtuigend.

Homofilie:

Hieronder verstaat men de seksuele gerichtheid op hetzelfde geslacht. Onderscheid wordt gemaakt tussen homo-erotiek, waarbij sprake is van een erotisch getinte verhouding, zonder dat er sprake is van seksuele contacten, en homoseksualiteit.

In de meeste gevallen gaan homo-erotiek en homoseksualiteit samen. Aangezien echte homoseksuelen (kern-homoseksualiteit) geen belangstelling – of soms zelfs een afkeer – hebben van een heteroseksuele partner, is een huwelijk niet verantwoord. Naast de heterofilie en homofilie kennen we nog de bifilie, dwz seksuele gevoelens kunnen gericht zijn op zowel personen van hetzelfde geslacht als die van het andere geslacht en er zijn relaties mogelijk met beide seksen.

Zgn pseudohomoseksualiteit treft men aan in de pubertijd (ontwikkelingshomoseksualiteit) en in gevangenissen en kampen (noodhomoseksualiteit). Er is hier dus geen sprake van een constante seksuele variante gerichtheid maar van variante gedragingen. Het COC is een vereniging van homofielen, die in voorkomende gevallen adviseert en hulp biedt.

Pedofilie:

Onder pedofilie verstaat men een seksuele gerichtheid op minderjarigen. Soms is er een duidelijke voorkeur voor of zelfs uitsluitend gerichtheid op kinderen van een bepaalde leeftijd.

Bij gerichtheid op kinderen of minderjarige jongeren van hetzelfde geslacht spreekt men van homopedofilie, in het andere geval van heteropedofilie.
Bron:
In goede handen
Hoofdstuk 5, Neurosen, Varianten in seksueel gedrag en in seksuele gerichtheid
1980. spruyt, van Mantgem & de Does bv / Leiden

 

 

You may also like...

Geef een reactie